ISLAMABAD - Door de hal, met de lift, vijfde verdieping, tweede kantoortje, achter het bordkartonnen schot: het is flink zoeken naar de nijvere patriot. Hij is lid van de Kiescommissie. Aan hem en zijn collega's is de taak Pakistan op 3 februari eerlijk naar de stembus te laten gaan. Of dat doorgaat, weet hij nog niet. Hij doet slechts wat hem is opgedragen.
“Wij werken hier volgens de regels van de grondwet”, zegt de man, die zijn naam niet genoemd wenst te zien. Volgens die regels moeten binnen negentig dagen na het ontslag van een regering nieuwe verkiezingen gehouden worden. Hij kijkt op van zijn bureau en glimlacht: “Maar u kent ook de Pakistaanse stijl van politiek bedrijven.”
Het is de vierde keer binnen negen jaar tijd dat de Pakistanen naar de stembus kunnen. Maar van een 'feest der democratie' is zo goed als niets te merken. Bij de laatste landelijke verkiezingen, in oktober 1993, kwam slechts zo'n veertig procent van de kiesgerechtigden opdagen. Dat zou dit keer nog weleens lager kunnen uitvallen. En bijna niemand denkt dat de verkiezingen iets zullen oplossen.
Als ze trouwens al doorgaan. Begin november ontsloeg president Faroek Leghari de regering van Benazir Bhutto. De lijst van wandaden waarvan het staatshoofd de premier beticht, is inmiddels tot honderden pagina's uitgegroeid. Maar Bhutto vecht haar ontslag aan. Pas volgende week zal het Hooggerechtshof beslissen of het ontslag en dus ook de verkiezingen, gerechtvaardigd zijn.
In de hoofdstad Islamabad lijkt niemand er zin in te hebben. “Het lijkt wel of een nationale depressie ons in haar greep heeft”, zegt Said Nadim, een politiek commentator. “Niet eerder is Pakistan door zo'n moeilijke tijd gegaan.” In het vijftigste jaar van Pakistans onafhankelijkheid is de natie een collectief zelfonderzoek begonnen. Het land is gedompeld in een sfeer van rouw, nog eens onderstreept door mist en miezerige winterregens, die goed zijn voor de boeren maar slecht voor het humeur.
“We zijn de risee van de wereld geworden. Onze reputatie is bevlekt, het wordt tijd dat Pakistan een ander beeld van zichzelf laat zien.” Het zijn de woorden van Nawaz Sjarif, de leider van de Pakistaanse Moslim Liga (PML-N). Sjarif wordt door velen getipt als de nieuwe premier. Hij was het tussen 1990 en 1993 totdat ook hij door de vorige president voortijdig naar huis werd gestuurd.
Als Sjarif dit keer wint, heeft dat volgens deskundigen minder te maken met zijn kwaliteiten dan met zijn nog gebrekkiger tegenstanders. Ex-premier Bhutto heeft veel van haar populariteit verloren, vooral dankzij haar echtgenoot Asif Ali Zardari, die het embleem is geworden van de enorme corruptie.
Bovendien is Bhutto's partij, de Pakistaanse Volkspartij (PPP), intern verdeeld. Zo heeft zij in de zuidelijke provincie Sindj, waar de Bhutto's vandaan komen, te duchten van de concurrentie van haar schoonzus Ghinwa, de weduwe van Benazirs broer Moertaza. Die kwam in september vorig jaar onder mysterieuze omstandigheden om het leven.
Aan drama en pathos heeft het bij de familie Bhutto nooit ontbroken. Benazir heeft het dit keer tevens begrepen op president Leghari, de man die ooit zij aan zij met haar vocht voor het herstel van de democratie in Pakistan, dat 25 jaar lang een militaire leiding heeft gekend. Voor Benazir is Leghari inmiddels een “grote gek”. De president vergeleek haar met nazi-propagandist Goebbels.
Leve Pinky
“Vroeger waren zij als broer en zus”, zegt Nazar Kiyani, de secretaris van de PPP. Vanaf de bank in de woonkamer kijkt hij niet alleen uit op het portret van zijn jongste zoon, maar ook op dat van Benazir. Hier zit een man die desnoods tegen beter weten in blijft strijden voor een nieuwe regeerperiode met 'Pinky' Benazir, het oudste kind van Zoelfikar Bhutto, de oprichter en eeuwig heilige van de Pakistaanse Volkspartij.
“Dat we verdeeld zijn, is niets nieuws. Maar de andere facties hebben niet zoals Benazir hun wortels in het volk. Zij is de ware dochter, ik ken haar al sinds de tijd dat zij een klein meisje was.” Toch is Kiyani er niet gerust op dat Benazir na overwinningen in '88 en '93 een derde keer het mandaat krijgt. “Hier wordt niet gekozen maar geselecteerd.”
Kiyani doelt op verkiezingsfraude. Het zou niet de eerste keer zijn. “Er bestaan te veel lijsten met niet-bestaande kiezers”, zegt hij. In dat geval valt met de uitslag vrijelijk te schuiven, totdat bijvoorbeeld Nawaz Sjarif als overwinnaar uit de bus komt. De Kiescommissie spreekt deze mogelijkheid fel tegen, maar in het huidige Pakistan is politieke scepsis wijder verbreid dan het geloof in eerlijke verkiezingen.
“Wij zijn meesters in het rommelen met de uitslag”, meent Kiyani, “elk smerig spelletje is mogelijk.” Hij moet weten waarover hij praat, want ook zijn partij is in het verleden van stembusfraude beschuldigd. “De president heeft Benazir ontslagen, wie weet met steun van het leger. De junta die haar verdreef, zal haar niet zomaar terug laten komen.”
Maar wie dan wel? Nawaz Sjarif, of Imran Khan, de cricketheld? Tariq Khan moet lachen bij de vraag. Hij is lid van de Jamaat-i-Islami, een radicale moslimpartij, die in het verleden steeds weinig stemmen heeft getrokken en dit keer de verkiezingen boycot. Medewerkers van de partij staan aan de ingang van de Faisal Masjid, de even grote als moderne en lelijke moskee in het hart van Islamabad. De mensen komen voor gebed, de Jamaat-i-Islami roept hen op niet te stemmen.
“Regering en parlement zijn naar huis gestuurd”, vertelt Khan. “De president beschuldigt iedereen van corruptie, economisch wanbeheer en het aanzetten tot geweld. En kijk nu eens wie er kandidaat staan bij de nieuwe verkiezingen? Het zijn dezelfde mensen, het is de oude kliek. Laten we bidden tot de almachtige Allah. Vijftig jaar onafhankelijkheid: helaas, vijftig jaar ellende.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.