*

 
dossier

Archief

EU-lidmaatschap maakt einde aan Zweedse gastvrijheid

JOLAN DOUWES − 25/01/96, 00:00

STOCKHOLM - Met de uitzetting van twee Koerdische gezinnen had de Zweedse minister van immigratie, Leif Blomberg, een daad willen stellen. Maar de verharding van het vluchtelingenbeleid zet Zweden op zijn kop.

Zweden stond jarenlang bekend als een genereuze gastheer voor ontheemden en immigranten. In de jaren '60 werden werknemers uit buurlanden, en uit Griekenland en Turkije met open armen ontvangen. Tien jaar later gingen de grenzen open voor politieke vluchtelingen uit landen als Chili, Polen en Irak. En vanaf 1993 leidde de oorlog in voormalig Joegoslavië tot een toevloed van zo'n 30 000 nieuwe burgers.

Aan dit ruimhartige beleid moest wel ooit een einde komen. Door de economische crisis heeft 20 procent van de immigranten en 7 procent van de autochtone Zweden geen baan. Ook moet het land zich aanpassen aan de EU, waarvan het sinds vorig jaar lid is. Het besluit om de Koerden terug te sturen naar Turkije is een voorbeeld van de nieuwe aanpak.

De twee broers Sincari woonden bijna vijf jaar met hun vrouwen en kinderen in Asele, een dorp in het noorden van Lapland. Ze deden meerdere pogingen om een verblijfsvergunning te bemachtigen, maar steeds was de vreemdelingendienst nog druk bezig met een onderzoek. Toen bekend werd dat de broers een valse naam hadden opgegeven bij hun aankomst was de beslissing snel genomen.

De gezinnen doken onder in de kerk en kregen alle hulp van de lokale bevolking. Toen de politie hen twee weken geleden kwam halen, waren de vaders nergens te vinden; de 18-jarige zoon wist te ontsnappen. De priester van Asele ging met de moeders en kinderen mee naar Turkije.

De uitzetting leidde tot een storm van protest. De plaatselijke bevolking organiseerde een manifestatie uit solidariteit met de gezinnen. De aartsbisschop bad voor hen in de kathedraal van Göteborg. Mensenrechtenorganisaties noemden de deportatie inhumaan. En zelfs binnen de gelederen van de sociaaldemocratische regeringspartij werd getwijfeld.

Begrip

Professor Charles Westin, immigratie-deskundige bij de universiteit van Stockholm: “De overheid wil laten zien dat zij niet met zich laat sollen. Wie liegt en bedriegt is niet meer welkom. Ik heb daar wel begrip voor, al moet ik ook denken aan de Duitse joden die naar Zweden wilden vluchten. Ook zij hadden zonder vals paspoort geen schijn van kans.”

Westin heeft twee bezwaren tegen de uitzetting: hij vindt het 'van de gekke' dat de Sincari's vijf jaar moesten wachten op een uitspraak. En hij komt op voor de tien kinderen, waarvan sommigen in Lapland zijn geboren. “Verdienen zij straf omdat hun ouders hier willen blijven?”

In het land van de Kinderombudsman zijn de rechten van minderjarigen heilig. Lisbet Palme, de weduwe van de vermoorde premier Olof Palme, weet dat maar al te goed. Als voorzitter van de Zweedse afdeling van Unicef, schreef zij de huidige minister-president Ingvar Carlsson een lange brief. Zij vroeg hem de verklaring die de VN in 1959 ondertekenden nog eens goed na te lezen.

Prompt maakte Carlsson afgelopen dinsdag instelling van een parlementaire commissie bekend. In samenspraak met Unicef en de organisatie 'Save the Children' moet deze onderzoeken of het vluchtelingenbeleid niet botst met de rechten van het kind. De minister-president gaf toe dat de brief van Lisbet Palme diepe indruk op hem had gemaakt.

Voor de twee Koerdische gezinnen zullen de uitspraken van de commissie geen gevolgen meer hebben. Als de vaders en de 18-jarige zoon boven water komen, gaan ze meteen op het vliegtuig naar Turkije. Minister Blomberg mag nu wel lijden onder alle kritiek, hij weet ook dat de zwijgende meerderheid van de bevolking hem steunt als hij zegt: “In dit land worden leugens niet beloond.” Göran RÃ¥by, hoofd van de vreemdelingendienst die de nieuwelingen helpt bij het zoeken van huisvesting en werk in Stockholm: “Sinds de stroom vluchtelingen is afgenomen (in 1993 kwamen er nog 8300 per maand, nu nog maar 700) heeft de vreemdelingendienst tijd over. Dus gaat ze jagen op frauduleuze praktijken. Die controles nemen echter zorgwekkende vormen aan.”

Tot zijn schrik krijgt RÃ¥by de laatste tijd regelmatig telefoontjes van de vreemdelingendienst. Weet hij niet hoe die-en-die Somaliër aan zijn documenten komt? “We hebben een vertrouwensband met de mensen die hier komen. Die laten we niet kapot maken door een overactieve vreemdelingendienst. Als ze ons blijven vragen om informatie, overwegen we een rechtszaak.” In dat geval zal de rechter zich moeten uitspreken over twee diensten met ieder hun eigen aanpak: de een nog ouderwets idealistisch, de ander eigentijds zakelijk. Drie keer raden wie zal winnen.

RÃ¥by: “Sinds we zijn toegetreden tot de EU, brengen parlementaire commissies rapporten uit over ons immigratiebeleid 'in internationaal perspectief'. Ze voeren daarin allerlei argumenten aan voor aanpassing aan de andere lidstaten. Blijven we zo gastvrij als we altijd waren, dan riskeren we een toevloed van vluchtelingen. Dat kan niet meer, dus moeten we wel mee met de rest.”

mailIcon print |