*

 
dossier

Archief

RUUD BROER

HANS MARIJNISSEN − 01/02/97, 00:00

Het Regionaal interdisciplinair fraudeteam (Rif) stelde deze week vast dat acht procent van de marktkooplieden fraudeert met uitkeringen en belastingen. Ruud Broer (43), die een marktkaam met snoep heeft op het Visserijplein in Rotterdam, denkt dat het wel meevalt.

Sorry hoor, maar mijn klanten gaan voor. Van huis uit ben ik eigenlijk loodgieter, maar uiteindelijk ben ik mijn vader gaan helpen. Die zette in zijn goeie tijd de kramen voor de markt neer. Eerst was alles van hout, later kwamen die metalen frames: planken ertussen, zeil erover en klaar is Kees. Was hard werken hoor. 's Morgens vroeg op, we begonnen tegen de tijd dat de laatste mensen uit de kroeg kwamen, zo tegen een uur of vier. En je tilde je bijkans een breuk. En tegen zessen 's middags kon je de zaak weer afbreken. Alles weer op karren, om de boel er de volgende dag weer van af te halen. Dag meneer Jansen, u wilt hoest-bonbons? Ik hoor het. Ik zal een zakje pakken.

Ik heb mijn lijf eigenlijk kapotgesjouwd, bleek acht jaar geleden. Al m'n spieren, hier zo boven aan mijn rug en armen, ze zitten helemaal vastgekoekt. Kan ik niks meer mee. Juist in die tijd dat ik met sjouwen moest kappen, stopte een collega met zijn snoepkraam. En die heb ik toen kunnen overnemen. Ik had er wel geen verstand van, maar van de ene dag op de andere zat ik tussen de chocolade, kauwgom, wiebertjes en trekdrop. Het is wel mooie handel hoor, maar ook al had ik niet van snoep gehouden: je kunt niet zomaar met andere waar beginnen. Ik kan niet opeens lampenkappen gaan verkopen als er al andere kramen met lampenkappen zijn. De regel is dat er voor elke waar twee kramen zijn. Dus twee kaas-kramen, twee met vlees, twee met ondergoed. Een zakje gemengd, mevrouwtje? Dat is dan een knaak.

Wil je van waar veranderen, of iets nieuws introduceren, dan moet je dat bij de marktmeester aanvragen. Maar ik heb tot nu niet de behoefte gehad, snoep is namelijk goeie handel, weet u. Het is gemakkelijk in en uit te laden, en het bederft niet zo snel. Vocht is het enige probleem, daar gaat de boel zo van aan elkaar koeken krijg je van die grote brokken in de mandjes. Als je daar maar kien op bent, en de zaak tijdig met plastic afdekt, is er eigenlijk weinig aan de hand. U wilt dezelfde zuurtjes als vorige week, meneer? Waren ze lekker? Dat is dan drie gulden en vijftig cent.

Het werk op de markt is ongetwijfeld minder zwaar dan het opbouwen van de kramen, toch maak ik ook nu nog aardig wat uren. Om zes uur sta ik op, op zeven uur rijden we, om acht uur staat de kraam en om zes uur zijn we weer thuis. Dan gaan we effe wat eten en geloof me, mijn vrouw en ik gaan dan even liggen, op de bank. Maar dan zijn we heel diep weg, hoor. Vervolgens doen we de gemengde drop in de zakjes en stellen we zelf pakketjes samen. U wilt ook hoestbonbons? Ze lopen goed vandaag, iedereen lijkt ziek te zijn.

Toch zou ik niets anders meer willen. Ik zou er niet aan moeten denken 's morgens in het donker naar de fabriek te moeten en als je klaar bent is het al weer donker en heb je niet eens kunnen zien wat voor weer het overdag is geweest. Was er regen of scheen de zon? Vreselijk lijkt me dat. Natuurlijk, op de markt is het vaak te koud en soms te warm, maar je staat wel lekker buiten, op de plek waar het allemaal gebeurt. En als ik wat rozig word, is dat wel gezónd rozig.

Ik moet bekennen dat ik sinds ik de snoepkraam beheer, 105 kilo weeg, ik ben vijftien kilo aangekomen. Mijn vrouw van hetzelfde laken een pak. Wie achter de haring staat, laat de maatjes voortaan aan zich voorbijgaan, zou je denken. Maar na acht jaar snoep zijn we nog steeds gek op de munten, punten en veters. Als je de hele dag boven die volle bakken hangt, dan pik je af en toe 's wat. En dan 's avonds, als we aan tafel zitten te sorteren: ja, dan kan ik er gewoon niet van afblijven he?

Ja, jongens, die rooie zijn inderdaad erg lekker, heel zuur ook. Twee zakjes? Voor z'n zessen? Het leuke is dat iedere markt zijn eigen favoriete snoep kent. Hier op het Visserijplein komen veel allochtone klanten en voor hun vul ik de bakken met zuurtjes extra bij. Houden ze van. In Naaldwijk, waar ik op woensdag sta, wonen de tuindersgezinnen. Meer het chocolaatjes- en koekjes-werk. Een hapje bij de koffie. Maar ook het seizoen speelt een rol: straks komt Pasen er weer aan en dan gaan de chocolade eitjes als een speer. De zomer gaan we door met zuurtjes en pepermunt - de chocolade smelt dan weg - en tegen september gooien we de hoestbonbons weer in het assortiment. Nee, mevrouw, we hebben het er net over, voor de eitjes is het net iets te vroeg, kan ik u met wat anders helpen?

Wat ik straks al zei: de markt is een wereldje apart, met allemaal vrije jongens die op elkaar letten en helpen als het nodig is. Het zijn allemaal mensen die niet onder een baas kunnen werken en weten hoe kwetsbaar ze daardoor zijn. Jaar in jaar uit investeren we in apparatuur en voorraad en als je die 's avonds niet opbergt achter een omheining, zal de verzekering bij diefstal niets uitkeren. Ik ben vorig jaar twee keer kort achter elkaar bestolen. Ze hebben mijn hele wagen leeggehaald. Alle bakken met snoep, de kassa, de weegschalen, weg was het. De schade was veertigduizend gulden, en niemand die dit vergoedde. Een ogenblikje. Nee meneer, die puntdroppen heb ik volgende week weer bij me. Waar was ik: o ja, die diefstal. Wat je dan merkt, is dat alle collega's je bellen om je op te beuren. Kom op joh, zeiden ze, je gaat er toch niet mee stoppen, hè? Zo'n diefstal is iets waar iedereen bang voor is. En als het je buurman dan overkomt, dan steun je hem.

De markt in Naaldwijk is wel iets hechter dan die op het Rotterdamse Visserijplein, maar voor beide markten geldt bijvoorbeeld ook dat je alarm slaat als er iets loos is. Als er op de markt wat uit een kraam gestolen wordt, kun je er als dief vergif op innemen dat je het hele leger van kooplieden tegenover je vindt. Zo gaat dat hier. Wij hebben geen alarminstallatie, roosters voor de etalage, detectiepoortjes en ook geen beveiligingspersoneel. We hebben alleen onze kramen, de waar en onszelf. En daar redden we het heel aardig mee.

In die wereld van vrije jongens kan ik me voorstellen dat sommige marktkooplieden de wet wat ruim nemen, al wijs ik elke overtreding af. Je staat toch buiten de maatschappij, met zo'n kraam op de markt. Het is 'hullie' tegen 'ons'. Maar in feite zijn we gewone ondernemers en als kleine zelfstandige moet je gewoon je premies betalen. Dat vind ik tenminste. Ik ben geschrokken van de cijfers van dat Regionale interdisciplinaire fraudeteam, of hoe dat ook moge heten. Acht procent van de mensen die op de Rotterdamse markten werken, zou frauderen. Zo'n kleine 190 medewerkers zouden op de markt werken, terwijl ze er een uitkerinkje naast hebben lopen. Het Rif gaat er vanuit dat de ondernemers van die uitkeringen op de hoogte zijn. Maar dat hoeft toch helemaal niet? Ik heb op vrijdag ook een vrouwtje staan en daarvoor draag ik gewoon mijn premies af. Maar hoe moet ik nou weten of ze in de bijstand zit? Een zak sleuteldrop? Twee guldentjes mevrouw. Goeiemiddag. Dat kan ik toch niet nagaan? Of wel soms? Nee toch? Acht procent fraude vind ik echt een te hoog cijfer, volgens mij is het hooguit vier procent wat fraudeert. Een andere conclusie uit het rapport is dat 24 kraameigenaars voor 800 000 gulden belastinggeld gefraudeerd hebben. Omgerekend gaat het dan om veel te kleine bedragen. Voor een uitkeringsfraude zit je zo aan een ton aan naheffing. Laat staan bij een fraude door een kleine ondernemer, als deze al zou sjoemelen. Die gegevens kloppen niet, dat zie je zo. Ik denk dat het Rif-rapport de markt onnodig zwart maakt. En dat hebben we niet verdiend. En nu bent u aan de beurt meneer. U wilt flikken?''

mailIcon print |