Van onze redactie buitenland AMSTERDAM - De uit Libië weggeschopte Palestijnen, die gisteren via de Allenby-brug aankwamen op de westelijke Jordaanoever, vloekten even hard op PLO-leider Jasser Arafat als op de Libische dictator Moammar Al-Kadafi.
Arafat verwensten ze omdat die, door zijn verdrag met Israël, aan Kadafi een voorwendsel had gegeven om hen het land uit te sturen, na hun eerst een barre tijd te hebben bezorgd in 'opvangkampen' bij de Egyptische grens, waar schorpioenen hun gezelschap hielden.
De ellende begon begin deze maand. Kadafi hield een ferme toespraak, waarin hij de Palestijnen in zijn land de wacht aanzegde. Hij wilde hen terugsturen uit protest tegen het vredesverdrag van Oslo, en om dat verdrag te torpederen. Hij ried andere landen aan hun Palestijnen ook het land uit te trappen. Zondag lieten Libische autoriteiten weten dat alle dertigduizend Palestijnen binnen 48 uur weg moesten. Het tijdstip was niet zomaar gekozen, een dag nadat de Palestijnen en Israëliërs een akkoord hadden gesloten over uitbreiding van het Palestijnse zelfbestuur.
Gisteren zeiden andere Libische autoriteiten dat de soep minder heet was dan hij was opgediend, maar volgens VN-functionarissen hadden de Libiërs tien kampen ingericht bij de grens met Egypte. Eergisteren kwamen vijftienhonderd verdreven Palestijnen in Egypte aan. Egypte overweegt de grens te sluiten. De verwachting is dat Libië ook vandaag veel Palestijnen zal uitzetten, vanwege de ceremonie in Washington, waar de Palestijnen en Israëliërs hun verdrag zullen tekenen.
Hoe ijverig Libië ook probeert een politieke saus over de massale verdrijvingen te gieten, in feite gaat het om een periodieke 'schoonmaak', waarbij Libië eens in de zoveel jaren honderdduizenden gastarbeiders het land uitschopt. Al snel na Kadafi's rede begin deze maand bleek dat ook talloze andere gastarbeiders op stel en sprong Libië uit moesten, wie geen enkele blaam trof voor 'Oslo'. Hun gedwongen vertrek kreeg, bij gebrek aan een politieke dimensie, minder aandacht, al gaat het om veel meer mensen.
Libië heeft te maken met een niet aflatende toevloed van gastarbeiders. Als het te dol wordt, schopt het er gewoon enige honderdduizenden de grens over. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in 1985. Kadafi geeft aan zijn opmerkelijke vreemdelingenbeleid meestal een politieke draai, anders staat het te plomp. Vandaar zijn nadruk op de Palestijnen. Maar de grootste slachtoffers zijn, net als in 1985, gastarbeiders uit Sahellanden.
Naar hen kraait geen haan. Toch gaat het, volgens een Libische minister, om zeshonderdduizend mensen. Hij vertelde de Arabische krant Ash Sharq Al-Awsat dat hij voor hen kampen heeft laten bouwen. Het is onduidelijk of bij dat aantal ook de driehonderdduizend Soedanese gelukzoekers horen die Kadafi's rijk bevolken.
Voor de periodieke 'opruiming' bestaan er deze keer acute economische redenen. In 1992 legde de Veiligheidsraad Libië een vliegverbod op. Libië had geweigerd twee leden van zijn geheime dienst uit te leveren, die ervan werden verdacht dat ze twee vliegtuigen hadden laten neerstorten, een Amerikaans toestel boven het Schotse Lockerbie, in 1988, en een jaar later een Frans toestel boven Niger. Daarbij lieten 440 mensen het leven. Het vliegverbod en de nauwgezette economische boycot door Amerika beginnen hun tol te eisen. Op de weg van de hoofdstad Tripoli naar de Egyptische grens hebben honderden winkels de deuren moeten sluiten.
De onvrede neemt toe, niet alleen vanwege de economie. Kadafi hangt vaak de kleurrijke nar uit, waardoor de neiging ontstaat te vergeten dat hij leiding geeft aan een erg wreed totalitair regime. Met na olie als belangrijkste exportprodukt terreur, bedreven door het 'bureau ter bestrijding van terreur'. Zo'n regime kan gedeien zolang mensen rijk zijn, maar als het economische tij keert slaat de stemming snel om.
Kort na de rede van Kadafi raakten betogers in de westelijke havenstad Bengazi slaags met 'ordetroepen'. Daarbij vielen tientallen doden. Omdat, volgens de berichten, de betogers islamitische fundamentalisten waren geweest, kon Kadafi nu ook de verwijdering van Egyptenaren en Soedanezen in een politiek raamwerk plaatsen: bestrijding van islamitisch extremisme, door Kadafi vergeleken met aids.
Libië is een gesloten land. Toch sijpelen er berichten door dat er, na de veldslag in Bengazi, andere onlusten zijn geweest. Volgens de oppositie-organisatie 'Verandering en hervorming' heeft vorige week in de stad Zawia, in de buurt van Tunesië, een tank een flatgebouw aan flarden geschoten. Ook in Bengazi zou afgelopen donderdag weer flink zijn gevochten. De toon van de berichten duidt erop dat de betogers aan de verliezende hand zijn. Arabische dictators plegen hun huid duur te verkopen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.