*

 
dossier

Archief

Na twaalf jaar wielrennen is het lichaam van Knol op

Door: redactie − 14/01/97, 00:00

WEZEP (ANP) - De rebel van het Nederlandse vrouwenwielrennen stopt ermee. Monique Knol (32) domineerde in de jaren tachtig en negentig met rivale Leontien van Moorsel het nationale en internationale peloton. Na twaalf jaar topsport is het lichaam van de mondige sprintster uit Wezep op.

“Ik heb last van mijn rug”, vertelde Knol, die in haar carrière ruim honderd wedstrijden won. “Ik heb deze winter nog wel geprobeerd of ik kon trainen, maar het lukt niet meer. Ik vind het jammer, maar ik kan terugkijken op een mooie carrière, waarin ik alles heb meegemaakt.”

Knol won in 1988 de Nederlandse titel. Ze behaalde bij de wereldkampioenschappen goud en zilver op de ploegenachtervolging. Ook nam ze vijf keer deel aan de Ronde van Frankrijk voor vrouwen, waarin ze ongeveer twintig etappes won. De twee medailles bij de Olympische Spelen noemt de sprintster de hoogtepunten uit haar carrière. Bij de Spelen van 1988 in Seoul won ze goud. Vier jaar later in Barcelona pakte ze brons. In Atlanta had ze afgelopen zomer nog graag een plak aan haar totaal toegevoegd.

“Ik voelde me in het voorjaar heel erg goed. Al in de eerste klassieker ging het echter mis. Ik viel en scheurde een kuitspier volledig af. Mijn wereld stortte in want ik kon de Spelen vergeten. Eigenlijk heb ik het afgelopen seizoen weinig kunnen presteren.” Knol kwakkelt al bijna vijf jaar met haar rug. De afgelopen seizoenen werd de pijn steeds erger. “Ik moet nu stoppen als ik mijn lichaam in het dagelijks leven gewoon wil blijven gebruiken.”

Conservatief

Knol heeft altijd geprobeerd het vrouwenwielrennen te veranderen. In 1990 stapte ze uit de nationale selectie en begon met een eigen ploeg. “Bij de KNWU waren ze veel te conservatief. Voor de toekomst van het vrouwenfietsen wilde ik daar tegenin gaan. We moesten vooruit en dat gebeurde niet. Een eigen team daarbij was mijn ideaal.”

Eenvoudig was het niet, buiten de selectie om aan internationale wedstrijden deel te nemen. De reglementen moesten daarvoor worden veranderd. “Ik heb er voor moeten vechten en heb ontzettend veel brieven moeten schrijven. Met behulp van Hein Verbruggen van het UCI is het gelukt. Ik ben er wel trots op dat ik dat voor elkaar heb gekregen. Voor mijn eigen ploeg heb ik wel de tol moeten betalen, want het was geestelijk zwaar. Toch ben ik blij dat ik die meiden veel heb kunnen leren.”

Knol vertrok ook uit de nationale selectie omdat ze niet overweg kon met Leontien van Moorsel. De Brabantse, die haar carrière hoopt te verlengen tot het WK van 1998 in Valkenburg, en de sprintster vochten in de media voortdurend een verbale strijd uit. Door de conflicten miste Knol tweemaal een WK. Toen Knol in Barcelona brons won, verscherpte de ruzie zich. “Die problemen hebben aan mij gevreten. Ik heb vaak het gevoel gehad dat mij onrecht is aangedaan. Maar ik heb er ook motivatie uitgehaald. Ik wilde laten zien dat ik de beste was.”

De renster begint nu aan een ander leven. Ze is fanatiek gaan paardrijden en schrijft voor het blad Wielerrevue. “Daarnaast zou ik graag voor twee of drie dagen in de week een baan in bijvoorbeeld het onderwijs willen hebben. Ik moet nu eindelijk eens geld gaan verdienen.”

Knol zou ook bij de wielersport betrokken willen blijven. Ingrid Haringa gaat nu op de baan en weg de bondscoaches assisteren. Knol zou op nationaal niveau meisjes willen motiveren om te gaan fietsen. “Maar ik wil daar wel voor betaald krijgen. Ik heb al die tijd bijna niets aan de sport verdiend. Het is wel duidelijk dat er iets moet gebeuren. Ik zie de toekomst niet rooskleurig tegemoet. Veel talenten zijn er niet of ze stoppen veel te vroeg. Er zijn geen vechters meer, dat moet veranderen.”

mailIcon print |