De grenzen zouden open moeten voor vreemdelingen. Niet volledig, maar 'tamelijk' en 'rechtvaardig'. Een gesprek met politiek-filosoof Veit Bader
Veit Bader heeft een ,,zachte variant van het politieke vluchtelingenschap'' aan den lijve ervaren. In 1976 kwam hij vanuit Duitsland naar Nederland. Als West-Berlijnse student was hij lid van socialistische organisaties en werd getroffen door het Berufsverbot. Na zijn promotie op het onderwerp constitutionele rechten kon hij geen baan krijgen. Niet bij de overheid, ook niet aan de universiteit.
Bader: ,,De minister van cultuur en wetenschappen kon lijsten met kandidaten voor universitaire functies eenvoudig terugsturen of de kandidaatstelling omdraaien, zonder opgaaf van redenen. Je kon er dus ook niet tegen in beroep gaan.'' Daarop solliciteerde Bader in Nederland en werd hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, in 1983 gevolgd door een hoogleraarschap politieke filosofie.
U bent voorstander van open grenzen voor vreemdelingen?
,,Ik ben voor 'fairly open borders'. Het Engelse 'fairly' betekent zowel 'tamelijk' als 'rechtvaardig'. Daarmee wordt mijn standpunt het beste weergegeven. Volledig open grenzen zouden nu ondenkbaar zijn. Dat zou averechts werken. Een massale stroom vreemdelingen zou op gang komen. De ongelijkheid in vrijheid en welvaart zou daardoor wel verminderen, maar het zou een gelijkmakend effect zijn in sterk neerwaartse richting. Daar schiet niemand iets mee op. Voorop moet staan dat iedereen het recht heeft om te blijven waar hij is en daar een leven te leiden in relatieve veiligheid en met een garantie op voldoende voedsel en onderdak. Onveiligheid en armoede zijn de belangrijkste oorzaken van gedwongen migratie. De rijke landen slagen er niet in die oorzaken weg te nemen, en daarom hebben ze niet het recht vluchtelingen de deur te wijzen. Een grotere openheid van onze grenzen is dus een tweede keuze, waarvoor ik pleit omdat de eerste keuze niet gerealiseerd wordt. Gelukkig ziens soms ook de politiek verantwoordelijken dat in, maar helaas vaak pas als zij niet verantwoordelijk meer zijn. Ik heb met vreugde het Opzij-interview met ex-staatssecretaris Schmitz van justitie gelezen, waarin zij zegt dat wij veel en veel meer moeten doen om ervoor te zorgen dat die mensen in hun eigen land redelijk kunnen leven.''
Waarom zijn rijke landen moreel verantwoordelijk voor arme landen?
,,Omdat we in één wereld leven. We hebben een gezamenlijke geschiedenis. De rijke staten hebben een flink aandeel gehad in de vernietiging van de leefvormen in derde wereld-landen. Ze hebben eeuwenlang enorm geprofiteerd van die landen. En ze profiteren nog steeds door de organisatie van de internationale handel, door de terms of trade die neerkomen op de structurele zelfbescherming van de rijke westerse wereld ten koste van het arme zuiden. Daarom hebben we morele verplichtingen om te helpen.''
,,Sommige verplichtingen vloeien voort uit historisch gegroeide relaties. De grote koloniale mogendheden in het westen hebben een directe morele verplichting tegenover hun vroegere kolonies, zoals Nederland tegenover Suriname. Zulke specifieke historische relaties hebben het voordeel dat je niet alleen weet wie geholpen moet worden, maar ook wie die hulp moet geven. Ook internationale verdragen, zoals het Verdrag van Genève, scheppen duidelijke verplichtingen, in dit geval om politieke vluchtelingen op te nemen. De ethica Heleen Dupuis deed onlangs een weinig doordacht voorstel om ons maar eens tijdelijk te onttrekken aan die plicht. Wat laat zien dat ethici aan hun wetenschappelijke deskundigheid geen speciaal vermogen ontlenen om moreel legitieme en politiek verstandige uitspraken te doen. Ethici kunnen alleen iets zeggen over de geldigheid van de gebruikte argumenten. Zij hebben niet meer recht of meer competentie om over dit soort zaken te oordelen dan anderen. Dat geldt ook voor mij. Ik neem als burger deel aan het debat hierover.''
,,Zelfs Bolkestein weet dat je de grenzen niet een tijdje dicht kunt gooien. Dat je je elementaire juridische verplichtingen niet zomaar terzijde kunt leggen. Het verdrag opzeggen kan ook niet. Dat zou in strijd zijn met de erkenning van het recht van de mens op lijf, leven en veiligheid, van het recht niet te hoeven vrezen voor vervolging.''
Is het niet menselijk om de sterkste morele verplichtingen te voelen jegens je familie, en dan steeds minder naarmate mensen verder van je afstaan?
,,Dat argument bergt gevaren in zich. Ook de meeste landgenoten zijn vreemden voor ons. Een ander gevaar is dat het lijkt alsof er een natuurlijke volgorde bestaat in de ontwikkeling van morele gevoelens en verantwoordelijkheden: eerst je partner, dan je ouders, dan je vrienden, en ooit ... de vreemdelingen. Daar is iets diep mis mee. Die verschillende verantwoordelijkheden moeten tegelijkertijd ontwikkeld worden, anders komt het er nooit van. Dit argument wordt vaak gebruikt samen met de veronderstelling dat we ons permanent in een crisissituatie bevinden. Alsof we in een reddingsboot zitten waar mensen uitmoeten omdat we anders met z'n allen vergaan en dat we dan helaas de voorkeur moeten geven aan de redding van onze familie. Maar dat is een verkeerde voorstelling. Wij verdrinken helemaal niet als we niet alleen politieke maar ook economische vluchtelingen toelaten. Dat vergt geen heroïsche inspanning.''
Die reddingsboot-ethiek speelt een grote rol in het Nederlandse vreemdelingenbeleid. De angst voor de aanzuigende werking is zo groot dat er niet meer nuchter gesproken kan worden over de oplossing van vrij simpele problemen. Zoals het bespottelijke gehannes met de witte illegalen. Schmitz heeft in 1995 voorgesteld de vijfhonderd om wie het zou gaan te legaliseren. Ze hield er geen rekening mee dat de hele Kamer het voorstel zou afwijzen. Altijd met het argument dat er een aanzuigende werking van zou uitgaan. Vergelijk dat eens met Italië, waar ze in één keer alle 250 000 witte illegalen verblijfsvergunningen hebben gegeven. In Nederland wordt elke stap in de richting van een iets humaner asielbeleid geblokkeerd door de gedachte dat iedereen dan hier naartoe komt. En dat we dan verdrinken.''
,,Die angst verhindert ook dat de regering eerlijk is over het uitzettingsbeleid. In werkelijkheid wordt er helemaal niet uitgezet. Cohen zou moeten zeggen hoe moeilijk uitzetting is. Veel afgewezen asielzoekers kunnen niet worden uitgezet, omdat ze geen papieren hebben of omdat hun land van herkomst hen niet wil toelaten. We kunnen hen wel over de grens zetten, maar dan zijn ze morgen terug.''
U wilt ook economische vluchtelingen toelaten?
,,Het recht om in leven te blijven, gevrijwaard te blijven van de dood door honger, is een even fundamenteel mensenrecht als het recht om niet politiek te worden vervolgd. Maar dat recht heeft geen erkenning gevonden in internationale verdragen. Terwijl het onderscheid tussen politieke en economische vluchtelingen in de praktijk moeilijk te maken is. Voor een beter asielbeleid moet je twee dingen doen: het Vluchtelingenverdrag interpreteren naar de letter én naar de geest. Veel juristen en ook de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN vinden het EU-akkoord van Dublin strijdig met het Verdrag van Genève. Het is in strijd met het Verdrag om iemand uit te sluiten van de toegangsregeling omdat hij uit een 'veilig land' afkomstig is. Verder zouden alle staten van de Noord-Atlantische wereld zich moeten verplichten om jaarlijks een percentage economische migranten toe te laten. Bijvoorbeeld 1,2 procent van hun eigen bevolking. Dat is het percentage dat Canada en de VS hanteren. Voor Nederland zou dat neerkomen op 200 000 economische vluchtelingen per jaar. Dan haal je de druk van de ketel van de asielprocedure.''
Maar Nederland is veel dichter bevolkt dan Canada.
,,In de jaren zestig werd voorspeld dat Nederland rond het jaar 2000 twintig miljoen inwoners zou tellen, Niemand raakte in paniek, niemand riep dat dit verschrikkelijk zou zijn. De definitie 'vol' hangt kennelijk af van wie erbij willen komen. Ik zeg daar wel nadrukkelijk bij dat er altijd een spanning is tussen een open toelatingsbeleid en een goed integratiebeleid. Hoe meer immigranten je binnenlaat, hoe groter de druk op het integratiebeleid. Een oplossing kan zijn dat je eisen stelt aan degenen die je binnenlaat, bijvoorbeeld hun beroeps- of opleidingsniveau. Toch moet je de angst voor het ontstaan van etnische onderklassen niet overdrijven. De situatie in Nederland is minder alarmerend dan ze vaak wordt voorgesteld. De ervaring in de VS leert dat de maatschappelijke achterstand van groepen nieuwkomers een tijdelijk fenomeen is. De derde generatie is meestal sociaal-economisch goed geïntegreerd. Ze verliezen al na twee generaties het vermogen de eigen taal te spreken en op den duur houden ze alleen een symbolische identiteit over: op feestdagen van het land van herkomst wordt de vlag uitgestoken, en dat is het dan. Alleen religieus-fundamentalistische gemeenschappen kunnen de aanpassingsdruk langdurig weerstaan. De orthodoxe joden hebben dat eeuwenlang gepresteerd en doen dat nog steeds.''
Is er kans dat het toelatingsbeleid ruimer wordt?
,,Het beleid is volledig geblokkeerd door angst. Dat kan nog tientallen jaren zo doorgaan. Staatssecretaris Cohen heeft geen visie, en voert dus een simpel reactief beleid. Hij zit voortdurend te slapen en wordt dan steeds overvallen door incidenten. Hij kijkt niet vooruit, hij doet geen voorstellen. Hij neemt ook geen enkel initiatief tot een evenredige toewijzing van asielzoekers aan de verschillende landen van de Europese Unie. Afgewezen asielzoekers wil men nu zonder pardon op straat zetten. Hier is elke balans zoek.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.