*

 
dossier

Archief

'Je moet reëel met de omstandigheden omgaan'

ERIC HORNSTRA − 09/01/97, 00:00

AMSTERDAM - Voor de eerste keer is de Nederlandse voetbalcompetitie voor anderhalve maand op georganiseerde wijze platgelegd. Het verzoek daartoe kwam vorig jaar met name vanuit trainerskringen. De woorden “blessures” en “overbelasting” scoorden toen tijdens de winterperiode hoog in hun vocabulaire.

Hoe gaan de clubs om met de rustperiode? Welk heil verwachten ze van het nieuwe fenomeen? Wat zijn de verschillen met het zomerprogramma? Enkele trainers, een penningmeester en een speler doen verslag van hun ervaringen en inspanningsfysioloog Jos Geijsel verstrekt enkele algemene aanbevelingen. Een overwintervertelling vanuit Groningen, Den Bosch, Utrecht, Rotterdam en Waalwijk.

Hans Westerhof, trainer van FC Groningen. “Een verschil met de zomerstop is voor mij moeilijk aan te geven om de simpele reden dat die pauze voor ons veel korter was. FC Groningen was deelnemer aan de intertoto-competitie. Wij zijn al zeven maanden onafgebroken bezig. In de eerste maanden van deze jaargang hebben we onze portie blessures ruimschoots gehad, statistisch gezien moeten we dus het ergste achter de rug hebben. Of die blessuregolf door de intertoto komt? Dat valt moeilijk hard te maken.

Het winterprogramma heeft, vergeleken met de zomerstop, één groot voordeel: je hoeft je als trainer niet te bekommeren over het inpassen van nieuwe spelers. Ik vind deze periode eigenlijk nog belangrijker dan de aanloop naar het seizoen, ook al zijn de externe factoren niet ideaal. We hebben nog een maand om vanaf 9 februari weer te pieken. De selectie krijg ik met een week oefenen op kunstgras en in de zaal wel weer conditioneel op peil, daarna lassen we waarschijnlijk een trip in naar Cyprus of, indien de condities dat wenselijker maken, naar Israel. Dat we misschien terugkeren op bevroren velden, zie ik niet als een bezwaar. Voor die omschakeling hebben we dan alsnog ruim een week.''

Wim Doeser, penningmeester van FC Den Bosch. “Voor FC Den Bosch begint 1997 in ieder geval bijzonder voorspoedig. Als enige eerste divisieclub verlaten wij deze maand het land. Dat berust op puur toeval. Sinds twee maanden speelt bij ons de Marokkaan Nasser Abdellah, die voorheen in België actief was. Dankzij hem hebben we een trip naar Marokko in de schoot geworpen gekregen. De nationale bond van dat land heeft ons uitgenodigd voor een verblijf van tien dagen. Reis en verblijf kosten ons helemaal niets, we houden er zelfs een leuke som geld aan over.

Natuurlijk past dit onverwachte extraatje uitstekend in de aanloop naar de tweede seizoenhelft. Als we van dit avontuur sportief beter worden, moeten we er een volgende keer maar een kosten/batenanalyse aan wagen. Wie de weg kent, kan altijd een trip regelen. Ons bestuurslid Adriaan de Rouw heeft als duivenliefhebber een goede relatie met Nol Hendriks van Roda JC. Die club is op soortgelijke wijze - met winst dus - al vele jaren naar de Canarische Eilanden afgezakt.''

Ronald Spelbos, trainer van FC Utrecht. “In het stafoverleg hebben we uitvoerig gesproken over de invulling van de januarimaand. Daarbij hebben we bewust het programma open gelaten. Je weet immers niet welk weertype je mag verwachten. De stelregel is dat je aan het slot van de vijf weken voorbereiding meer op echt gras moet doen. Oefenduels tegen clubs van naam blijven in ieder geval achterwege, dat heeft in zo'n periode geen zin. Waarschijnlijk beperken we ons tot oefenduels in de omgeving. In de winterpauze komt het erop aan voort te borduren op wat je al gedaan hebt. Ik zie weinig nieuwe elementen, het idee hoe we moeten spelen heeft zich al lang gevormd. Het voordeel van deze onderbreking is dat blessures nu echt de tijd krijgen om te genezen. John Van Loen zou bij een korte stop zeker een paar wedstrijden gemist hebben, wij hopen hem nu op tijd speelklaar te krijgen.”

Jean-Paul van Gastel, speler van Feyenoord. “De onderbreking komt voor mij als geroepen. Ik beschouw het als een geluk bij een ongeluk dat mijn blessure uitgerekend samenvalt met de eerste langdurige winterstop in Nederland. Een gemakkelijke periode is het niet voor me, omdat er privé nauwelijks tijd is om te ontspannen. Ik heb de twee kerstdagen en nieuwjaarsdag vrij gekregen, dat was alles. Wat me het meeste tegenvalt is de monotonie. Ik zou niet kunnen vertellen wat ik vorige week dinsdag heb gedaan; alle revalidatiedagen zijn hetzelfde.

Toch mag ik niet mopperen. De chirurg spreekt van een medisch wonder. Ik mag hardlopen en schiet al weer een beetje op doel, terwijl ik normaal nu pas uit het gips zou gaan. Over een week gaat Feyenoord naar Argentinië en ik ga mee. Ik haat het om van huis te zijn, maar voor mijn herstel is het ideaal. Op die betere ondergrond hoop ik mijn herstel te kunnen bespoedigen.''

Bert Jacobs, trainer van RKC. “Ik had dit jaar te maken met het probleem dat ik laat bij RKC ben ingestapt. Bij mijn entree had ik te maken met een groot aantal afwezigen. Leon Hutten en alle beschikbare centrumspitsen - Van Arum, Lammers en Wijnhard - waren geblesseerd. Dan komt een pauze van enkele weken uiteraard zeer gelegen. Je wilt toch naar dè formatie toe. Iedere trainer droomt van oefenen met de voltallige groep. RKC blijft in ieder geval voorlopig in het land. Je kunt nu wel vertrekken naar een Arabisch land waar het veertig graden is, maar na terugkeer krijg je toch weer te maken met harde velden of blubber, kortom dezelfde rotzooi. Het kost alleen maar geld en ik de praktijk levert het niets op. Zo kan ik me herinneren dat Oranje een keer met bondscoach Zwartkruis de kou ontvluchtte en naar Italië. In 1978 of '79, in ieder geval ook zo'n barre winter. Prachtig hoor, ze gingen als een razende Roeland tekeer op dat mooie gras, maar de spelers kwamen wel met tal van blessures terug. Nee, ik heb geen hoge pet op van de winterstop, hoe graag ik ook met deze groep de tactiek zou willen bijschaven met positiespel. Je moet reëel met de omstandigheden omgaan: minder weerstand inbouwen en vooral de scherpte in de duels uitbannen. In Duitsland maalt men er niet om. Daar moeten de spelers het vooral van hollen hebben en wordt de agenda volgestouwd met Hallenturniere. Niemand zeurt er als een Duitser met zijn kop tussen de reclameborden beland. In Nederland gelden andere wetten. Wij zijn meer aangewezen op de technische vaardigheden, laten we daar dan alsjeblieft ook naar handelen.”

Jos Geijsel, inspanningsfysioloog. “De competitie begint half februari. Spelers kunnen in drie weken topfit zijn. Dat betekent dat je de conditie niet hoeft bij te houden. Het komt er nu op aan de behendigheid en de vaardigheid optimaal te houden. Het klinkt gek, maar het zaalwerk - squash of tennis - met belasting van gewrichten in alle hoeken en standen, is daarvoor het meest geëigende middel. Dat clubs graag naar het buitenland vertrekken is logisch, maar de verschillen in temperatuur moeten niet te groot zijn. Een marge van tien tot twintig graden is acceptabel; wie een groter verschil te overbruggen heeft, zal zeker twee weken moeten acclimatiseren.”

mailIcon print |