*

 
dossier

Archief

Duit en fluit

KEES DE VRE − 03/02/98, 00:00

'Het gaat in het leven om de duit en de fluit, jongen', legde een filosofisch ingestelde buurman van ons me decennia geleden eens uit. Ikzelf was nog niet oud genoeg om deze uitspraak volledig te kunnen doorgronden. Dat kwam later wel goed.

Nou is zo'n gezegde met de geur van de Enkhuizer almanak in zich al gauw waar, maar soms passen buurmans woorden goed op het leven van alledag. Zo ook dezer dagen als arrogante Aziatische leiders om zich heen slaan wanneer hun bewonderde en onkwetsbaar geachte economieën ineenstorten en het kennelijk buitenproportionele libido van de Amerikaanse president de gemoederen verhit.

De hang naar een vergroot ego is van alle tijden, maar met name deze tijd kent de behoefte aan een ontzagwekkend avontuur. Des te opmerkelijker is het dat recent twee studies zijn verschenen die uitleggen waarom het groot zijn economisch lang niet altijd voordelen oplevert.

De eerste gaat over bedrijven en hun dikwijls uitgesproken behoefte aan schaalvergroting. Een behoefte die ondoordacht is, meer aansluit bij heersende modes. Uit de studie van een Nederlands financieel adviesbureau blijkt dat de daaruit voortkomende fusies vaak van twijfelachtige waarde zijn. Onder de schaamlap van de 'synergie' worden bedrijven aan elkaar gekoppeld. Maar dikwijls zonder meerwaarde. Splitsing van grote concerns in kleinere eenheden die zich concentreren op de kernactiviteiten blijkt vaak wel voordelig. Kleinere bedrijven zijn opener, flexibeler, sneller. Het credo wordt: mondiale reikwijdte, geen mondiale omvang.

Eveneens recent verscheen een studie van de Harvard-econoom Alesia naar de samenhang tussen de grootte van een land en zijn economisch succes. De idee dat kleine staten nauwelijks economische overlevingskansen hebben, is een misvatting, zegt Alesia. Grote landen hebben meer invloed en vaak een grote mond, maar presteren onder de maat. Een land als Pakistan met 136 miljoen inwoners heeft een kleinere economie dan de vier miljoen Noren. Bijna zestien miljoen Nederlanders verslaan India met 900 miljoen.

In de top tien van volkrijkste staten zijn er maar twee - de VS en Japan - welvarend. Klein zijn alleen is niet genoeg om welvarend te worden, maar is zeker geen barrière. Kijk ook maar naar IJsland, Luxemburg of Singapore.

Visie, vindingrijkheid en leiderschap zijn volgens Alesia de zaken die er toe doen. Een wereld zonder grote conflicten en met vrijhandel zijn de randvoorwaarden. Vrijhandel stelt kleine landen in staat zich te specialiseren in een aantal economische activiteiten waarvan de producten vervolgens verhandeld worden. Natuurlijk heeft klein zijn ook nadelen en daarom sluiten kleintjes zich soms aan bij grotere blokken als de VS en de EU, omdat ze daarin een meer dan proportionele invloed hebben.

Alesia voorziet dat een groeiende vrijhandel hand in hand gaat met groeiend politiek separatisme omdat de kansen op economische overleving van kleine, cultureel en etnisch homogene groepen groter worden. Deze vooral rationeel onderbouwde schaalverkleining, net zoals die in het bedrijfsleven, zal de mode van de tijd niet overleven. De hang naar grootheid, de behoefte om een stempel te drukken op de geschiedenis, vaak tegen beter weten in zal sterker zijn. Na de eerste wereldoorlog was de econoom John Maynard Keynes lid van de Britse delegatie bij het vredesoverleg in Versailles. Enige maanden na zijn aantreden gaf hij er al de brui aan omdat hij vond dat Duitsland werd uitgeperst. In zijn 'De economische gevolgen van de vrede' schreef hij later dat vrijhandel politieke grenzen kan vervagen, maar dat “de mens nou eenmaal beschikt over middelen om zichzelf en anderen te verarmen; hij geeft de voorkeur aan collectieve vijandigheid boven individueel welzijn”.

mailIcon print |