*

 
dossier

Archief

Levinas en de vrolijk blaffende Bobbie

KOERT VAN DER VELDE; LEONIE BREEBAART − 20/01/96, 00:00

“Levinas heeft eens een verhaal geschreven over een hond, die rond het concentratiekamp zwierf. 'Het vel werd ons over de oren getrokken. We werden als minder dan niks beschouwd. Op een gegeven moment was er een zwerfhond buiten het kamp, die leefde daar ergens in de bossen.

We noemden hem Bobbie. 's Morgens als we in het gelid het kamp uit marcheerden om te werken, en 's avonds als we terugliepen, begeleidde het hondje ons - vrolijk blaffend en bewegend. Die hele groep van zeventig krijgsgevangenen putte daar moed uit. Tot de kampbewakers het zagen en hij werd doodgeschoten. Bobbie was de laatste volgeling van de filosoof Kant in nazi-Duitsland, want hij respecteerde de menselijke waardigheid. Hij had alleen niet de hersens om in te zien dat zijn gedrag tot algemene wet verheven zou moeten worden'.''

De verteller van het verhaal is de filosoof Theo de Boer, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Levinas had zijn leven te danken aan het Franse soldatenuniform: krijgsgevangenen werden niet naar de vernietigingskampen gestuurd, ook niet als ze joods waren. In gevangenschap schreef Levinas voor het eerst een boek, waarin kritiek op de westerse traditie doorklinkt.”

Het was het begin van een oeuvre waarin hij een groot aantal moderne filosofen verwijt dat ze het bestaan van de Ander negeren en aan het westerse beginsel van een universele ethiek geen filosofische basis geven. “In de dominante stromingen van het moderne westerse denken staat de menselijke autonomie centraal. De autonome mens richt de wereld in, organiseert en onderwerpt haar. Met de ander houdt hij alleen rekening uit eigenbelang, omdat het hem geraden is. Levinas zegt precies het omgekeerde: niet eigenbelang maar verantwoordelijkheid bepaalt mijn relatie met de ander.”

“Vaclav Havel, die zelf jaren in de gevangenis heeft doorgebracht, zei me eens: 'Toen ik voor het eerst iets van Levinas las, kreeg ik onmiddellijk het gevoel dat hij iemand was die ook in de gevangenis had gezeten'. Daar heb ik vaak over nagedacht. Hij doelde denk ik op het gevoel van verantwoordelijkheid dat je kunt hebben voor zaken waar je geen enkele schuld aan hebt. Kennelijk dringt die ervaring zich juist in gevangenschap op.”

Het lot van anderen achtervolgde Havel, zoals het Levinas achtervolgde: het was iets onontkoombaars, dat hun geen vrije keuze liet en waarvoor ze niet konden weglopen. “Levinas zegt daarom zelfs dat we de gevangene zijn van de ander, dat we door hem gegijzeld worden. Hij gebruikt soms krasse uitdrukkingen. Hij bedoelt dat je niet kunt kiezen of je je betrokken voelt of niet. Verantwoordelijk bén je, tegen wil en dank, ook als je geen directe invloed op een situatie hebt. Dit gaat tegen het gangbare denken in. In de rechtspraak ben je bijvoorbeeld niet verantwoordelijk voor wat buiten je vermogen ligt. Dat is logisch. Maar in onze dagelijkse ervaring beleven we het anders.”

Levinas wordt volgens de Boer vaak verkeerd begrepen: “Hij zou ons opzadelen met een schuldgevoel. Dat is lezen met een calvinistische bril op. Zijn werk is profetisch, er gaat een oproep van uit, maar moralistisch is het beslist niet, want Levinas vindt dat je niet van de ander, maar van jezelf verantwoordelijkheid kunt eisen. Het is filosofie, een analyse van de condition humaine, geen voorschrift. Van anderen eisen dat ze zich schuldig voelen, zag hij als een vorm van geweld.”

Ook het verwijt dat een irrationeel groot gevoel voor verantwoordelijkheid uit masochisme voortkomt, deelt De Boer niet. “Masochisme komt voort uit lustbevrediging, en dat was niet de drijfveer van Levinas. Hij predikte geen zelfopoffering of weerloosheid. Integendeel, hij noemde het je plicht om jezelf en anderen te beschermen. Jezus geeft volgens Levinas de woorden van Jeremia niet goed weer, als hij zegt dat we de linker wang moeten toekeren aan wie ons slaat: je moet het lijden niet zelf opzoeken. Levinas was tegen vergeving. De fouten die de mens tegenover anderen maakt, kunnen niet door God vergeven worden. Dat heeft het christendom verkeerd gezien. Juist in Europa, waar het idee van vergeving zo diep is geworteld, zijn de joden vermoord. Levinas heeft wel eens gezegd dat er een hel zou moeten bestaan om Hitler en de hitlerianen in op te bergen.”

Van de God van de theologen moest Levinas niets hebben. “Laatst hoorde ik nog een theoloog beweren dat God alwetend, almachtig, en tegelijkertijd goed is. Maar dat kon hij toch helemaal niet weten? Levinas wees op het tweede gebod: 'Gij zult u geen gesneden beeld van Hem maken'. De eigenschappen die aan God worden toegedicht beschouwde hij als geboden voor de mens. God is niet barmhartig, maar wij moeten zelf barmhartig zijn. Het woord 'God' valt mij in als ik het gelaat van de Ander ontmoet, zegt Levinas. We moeten onderzoeken of we God in het dagelijks leven tegenkomen, en niet over een transcendente God speculeren. Als je transcendentie opzoekt in Van Dale dan staat er: 'wat boven tijd en ruimte uitgaat'. Wat moet ik daar nou mee? Moet ik dus uittreden of een bijna-dood-ervaring hebben? Dat is een goedkoop soort mystiek.”

Levinas had een hekel aan mystiek, zeker als het een mystieke eenheid met de natuur betrof. “Ik heb hem eens gevraagd waarom hij nooit over de natuur sprak. Hij zei: 'Waar je heilige natuur hebt, heb je heilige plaatsen en dus heilige oorlog. De verheerlijking van de natuur is veel gevaarlijker dan de verheerlijking van de techniek. Weet je wel, zei hij tegen me, dat het woord natuur in de Thora maar drie keer voor komt? De eerste maal bij Noach in de ark. Op een dag kwam er een duif aangevlogen met een takje groen: le plus vert du monde, het groenste groen van de wereld. En weet je waarom Noach zo blij was? Niet, omdat de natuur weer tot ontplooiing was gekomen, maar omdat hij twee maanden conserven had gegeten in de ark: eindelijk kwam er weer verse groente.' Voor Levinas staat de natuur helemaal ten dienste van de mens. Zelf denk ik dat wat voor mensen geldt - het kwetsbare doet een beroep op ons dat we niet kunnen negeren - ook voor dieren en planten opgaat. Maar Levinas zag nog liever dat bossen werden gekapt dan dat ze heilig werden verklaard.”

“Gagarin, de eerste mens die in een raket om de aarde vloog, voerde hij schertsend op als getuige tegen zijn leermeester Heidegger. In de tijd dat de nazi's met Blut und Boden dweepten, klaagde Heidegger dat de moderne mens geen Heimat, geen Wurzelkraft meer had. En dat gold nog sterker voor de joden, die waren helemaal ontworteld. Maar Gagarin keek vanuit zijn ruimteschip naar beneden en zag nergens heilige plaatsen, alleen een rond, egaal aardoppervlak.”

De Boer ziet, net als Levinas, in de ontworteling juist de basis van de mensenrechten. “De mensenrechten berusten op het inzicht dat ook de vreemdeling rechten heeft. Het vraagt een zekere ontworteling om dat in te zien. Waarom zouden de Nederlanders recht hebben op Nederland? Alleen omdat ze er eerder waren? In de Thora staat: 'De aarde is des Heeren, wij zijn allemaal vreemdelingen'.”

mailIcon print |