De auteur is verbonden aan de vakgroep staatsrecht/internationaal recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) en de Tweede Kamer laten zich ook door andere rapporten het hoofd op hol brengen zoals dat van de Algemene Rekenkamer, alsmede door het gegrom en gebrom uit het land - of dat nu komt van een politiechef in zijn nieuwjaarstoespraak of van een wetenschapper bij de presentatie van een boek.
“Ik moet vaststellen dat zich een paar problemen zeer dringend hebben aangediend ter zake van de regionale korpsen”, aldus verklaarde Dijkstal in de Tweede Kamer. “Het zijn notoire knelpunten die ieder van ons verschillend kan wegen. Voor het kabinet is het in ieder geval aanleiding geweest om te proberen de evaluatie van de politie, in ieder geval het zicht op de knelpunten, wat naar voren te halen.” De evaluatie, die aanvankelijk voor 1997 op het programma stond, zal nu reeds dit jaar plaatsvinden.
Natuurlijk is het nuttig en gepast dat het functioneren van de Politiewet en de politie wordt geëvalueerd, maar voor een verantwoorde evaluatie is het nu nog veel te vroeg. Maar Dijkstal wil zo graag. Zijn motto lijkt wel: evalueren en dan snel de politie provinciaal organiseren.
Het is van hem bekend dat hij een groot voorstander is van op provinciale leest geschoeide politie. Om onder meer die reden heeft hij in zijn vorig leven als Tweeede-Kamerlid met zijn VVD-fractie getracht de totstandkoming van de Politiewet te verhinderen door tegen het wetsvoorstel te stemmen. Tevergeefs, de wet haalde het staatsblad. Dijkstal is nu minister en doet er alles aan alsnog zijn ideaal te verwezenlijken. In de Eerste Kamer getuigde hij onlangs nog, in een 'een-tweetje' met Wiegel, van zijn voorliefde voor provinciale politie.
Discussie
Langzaam maar zeker bloeit de discussie weer op. Wie dacht dat met de totstandkoming van de Politiewet 1993 het zogenaamde politievraagstuk zou zijn opgelost en de discussie daarover zou zijn gesloten, heeft zich lelijk vergist. De geschiedenis leert weliswaar dat vroeg of laat het vraagstuk weer op de politieke agenda zou verschijnen en de discussie daarover weer in volle hevigheid zou losbarsten, maar dat het zo snel zou zijn, had hooguit een klein aantal mensen gedacht.
De inkt van de wet was nauwelijks droog, of het eerste rapport over de (inmiddels regionaal georganiseerde) politie lag op tafel. Het was van het Crisis-onderzoekteam, een tandem van de universiteiten van Leiden en Rotterdam. In hoog tempo volgden andere rapporten, de onderzoekers struikelden bijkans over elkaar: de Algemene Rekenkamer, de commissie-Van Dijk, de commissie-Wierenga, recentelijk andermaal de Algemene Rekenkamer en binnenkort dus de commissie-Van Traa.
Het frappeert hoe eenvoudig de kritiek op het functioneren van de politie uitmondt in een pleidooi voor een op provinciale leest geschoeide politie-organisatie. Provinciale politie moet wel een panacee zijn! Men kan zich echter met recht afvragen of de geconstateerde haperingen aan de regionale organisatie van de politie te wijten zijn.
Onthutsend
Zo toonden de verhoren van de commissie-Van Traa aan, dat de politie zich bedient van verregaande, discutabele opsporingsmethoden; bovendien, en dat is werkelijk onthutsend, dat er iets in de gezagsverhoudingen hapert. Met gevoel voor understatement mag men de relatie tussen het openbaar ministerie en de politie 'moeizaam' noemen. Is dit nu het directe gevolg van de organisatie van de politie op regionale schaal? Natuurlijk niet.
Het falen van het gezag dat de officier van justitie uitoefent over de politie, moet misschien eerder in verband worden gebracht met de organisatie van het OM dan met de organisatie van de politie. In ieder geval zijn de problemen niet uitsluitend, zelfs niet in de eerste plaats te wijten aan de regionale organisatie van de politie. Voor een definitief antwoord op de vraag of gesignaleerde knelpunten voortvloeien uit de structuur van de wet of uit de wijze waarop daarmee wordt omgegaan en daaraan vorm en inhoud wordt gegeven, is het nog te vroeg.
Op papier is de reorganisatie voltooid en alle actoren hebben min of meer hun draai gevonden in de nieuwe organisatie. Na een enigszins aarzelende start, komt zij langzaam maar zeker onder stoom. Vervolgens zal het nog enige tijd duren voor zij weer op volle toeren draait. Pas dan zal de gehele reorganisatie voldoende zijn uitgekristalliseerd om een afgewogen evaluatie mogelijk te maken. Het regeerakkoord gaat daar ook van uit.
Indien er nu knelpunten worden geconstateerd, bijvoorbeeld in communicatie- en informatiestructuren, dan moeten die binnen het kader van het regionale model worden opgelost. Men moet zich niet laten verleiden tot het vervroegd evalueren, laat staan concluderen tot een geheel ander model. Op een punt als het onderhavige is de vraag of de politie regionaal dan wel provinciaal moet worden georganiseerd, zelfs totaal niet van belang.
Het is beslist te eenvoudig gedacht dat genoemde knelpunten als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen met de introductie van op provinciale leest geschoeide politie. Men moet de politie, het bestuur en het OM enige tijd gunnen.
Het heeft er alle schijn van dat de problemen niet in de eerste plaats moeten worden toegeschreven aan de in de Politiewet neergelegde structuur, maar het gevolg zijn van de wijze waarop de politie, het bestuur en het OM daaraan inhoud geven. Een nieuwe organisatie vergt gewenning, aanpassing. Bij hapering lijkt de oplossing veelal een kwestie van voortschrijdend inzicht, derhalve een kwestie van tijd.
Het is uiteraard op zich beslist niet te veroordelen dat politie, bestuur en openbaar ministerie op de voet worden gevolgd door pers, politiek en wetenschap. Ik zal de laatste zijn die dat doet. Het is niet meer dan normaal dat het orgaan waaraan de gemeenschap haar wapenen toevertrouwt, onder een vergrootglas ligt. Men dient intussen echter te voorkomen dat het vergrootglas grote gaten brandt in de politie-organisatie.
Dat komt het functioneren van de politie niet ten goede, van het bestuur en het openbaar ministerie evenmin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.