van onze correspondent MOSKOU - Een groter contrast is amper denkbaar: de barse generaal Aleksandr Lebed wordt opgevolgd door de plooibare parlementariër Ivan Ribkin, een man die president Jeltsin zo welgezind is dat hij wel diens boodschappenjongen is genoemd.
Jeltsin heeft zijn nieuwe veiligheidsadviseur opdracht gegeven Lebeds vredespogingen in Tsjetsjenië voort te zetten. Zelf zei Ribkin in een gesprek voor de radio dat hij zich krachtig achter de vredesafspraken zal scharen. “Het is erg belangrijk dat onze gezamenlijke wond, Tsjetsjenië, niet langer bloedt”, zei hij.
De Tsjetsjenen, die tot nog toe zeiden dat Lebed de enige Rus was die zij durfden te vertrouwen, reageerden met afwachtende woorden. “We wachten op zijn daden”, zei de Tsjetsjeense bevelhebber Maschadov.
Ribkin werd zaterdag benoemd tot secretaris van de Nationale Veiligheidsraad en tot presidentieel vertegenwoordiger voor Tsjetsjenië, de posities die Lebed tot vorige week had. De generaal die zoveel herrie in en om het Kremlin veroorzaakte, is weinig ingenomen met zijn opvolger. Ribkin “is niet in staat Rusland veiligheid te bieden, terwijl ons land van veel kanten wordt uitgedaagd”, reageerde Lebed op de benoeming. “De Veiligheidsraad zal een vredig bureaucratisch kantoor worden, waarvan niemand iets zal horen en dat niemand kent.”
Dat is waarschijnlijk precies wat president Jeltsin voor ogen stond. Voordat Lebed drieëneenhalve maand geleden werd benoemd, werd de Veiligheidsraad algemeen als een belangrijk orgaan beschouwd, zonder dat de buitenwereld wist wat er zich precies afspeelde. In wezen is het niets anders dan een vergadering van ministers en medewerkers van de zogenoemde krachtsdepartementen, instellingen die personeel onder de wapenen hebben, onder leiding van de president. Lebed maakte van de Veiligheidsraad een pressiegroep voor zijn eigen politieke agenda.
Dat zal onder Ivan Ribkin heel anders zijn. Deze kalme parlementair-historicus, die gisteren 50 werd, heeft zich tot nog toe vooral onderscheiden door zijn plooibaarheid, zijn compromis-bereidheid en zijn politiek aanpassingsvermogen. Die laatste karakteristiek is ook wel onvriendelijker geformuleerd: hij loopt makkelijk over naar de macht van het moment.
Zijn sussende optreden was een zegen voor de eerste Staatsdoema, het nieuwe Russische parlement dat eind 1993 werd gekozen en dat uitmuntte in roerigheid. Hij werd voorzitter, want als lid van de Agrarische Partij was hij aanvaardbaar voor de verwante communisten en ook de hervormingsgezinde groepen konden geen kwaad in hem zien. Hoewel hij officieel tot de oppositie tegen Jeltsin behoorde, wist de president hem in te palmen. Hij benoemde de parlementsvoorzitter zelfs tot lid van de Nationale Veiligheidsraad, een wat vreemde combinatie van functies.
Hij was zo volgzaam dat Jeltsin een grote politieke toekomst voor hem in gedachten had. Rusland zou moeten toegroeien naar een twee-partijenstelsel, had Jeltsin bedacht. Zijn premier Viktor Tsjernomirdin zou een partij op de rechterflank moeten formeren en Ribkin zou iets linkserigs moeten vormen. Tsjernomirdin kweet zich redelijk van zijn deel van het karwei, want alles wat macht heeft of wil, sloot zich bij hem aan. Maar Ribkin kreeg niets voor elkaar: zelfs een naam voor de partij kon hij niet bedenken, dus werd zijn poging aangeduid als de Groepering van Ivan Ribkin. Bij de parlementsverkiezingen van december vorig jaar werd dit bedenksel weggevaagd. Zelf wist hij wel een zetel te krijgen. Maar opnieuw parlementsvoorzitter worden zat er niet in. Deze keer drukten de communisten een onverdacht lid uit de eigen gelederen naar voren.
Zijn vroegere communistische vrienden reageerden kritisch op de benoeming. Parlementariër Viktor Iljoechin zei liever iemand op die post gezien te hebben, “die moedig genoeg is om een andere mening te hebben dan die van de president”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.