*

 
dossier

Archief

Slatkin krijgt bijval voor Amerikanen

PETER VAN DER LINT − 18/01/97, 00:00

Woensdag. Op radio 4: 25 jan. 14 uur.

Hij voert vier programma's met veertien Amerikaanse composities uit. Maar liefst tien daarvan zijn eerste uitvoeringen voor het orkest, dus er moet nogal wat gerepeteerd worden. Weliswaar is veel van de tijdens dit festivalletje gespeelde muziek niet nieuw of vernieuwend, toch spreekt er een hoge artistieke waarde uit.

De derde symfonie (1944-1946) van Aaron Copland zou als ondertitel 'Symphony for the common man' kunnen dragen. Copland verwerkt in het laatste deel zijn uiterst succesvolle 'Fanfare for the common man'. Als sluitstuk werkten de uitbundig schallende koperfanfares prachtig.

De complexe ritmiek waarmee themaatjes en motiefjes uit die Fanfare door het symfonisch weefsel lopen, werd door Slatkin schitterend uitgewerkt. Hij is een ongemeen energiek man, die echt staat te werken voor een orkest. Zijn slag is uitermate helder en direct. De with simple expression-aanduiding boven het eerste deel van Coplands derde kwam oprecht sentimenteel tot klinken. Coplands bekendste stuk 'Appalachian Spring' is in de vele lieflijke blaasmotiefjes (fluitist Paul Verhey mocht zich uitleven) nooit ver weg in deze symfonie met een eigen, zeer boventoonrijke klank.

Minder specifiek klonk het tweede pianoconcert van Edward MacDowell uit 1886. De componist is Amerikaans, maar zijn muziek niet. Liszt en Brahms strijden in deze zeer aansprekende muziek om voorrang. Pianist James Tocco toonde zich de ware klavierleeuw die zo goed bij dit soort muziek past. Veel Amerikaanser was Elliot Carters 'Holiday Overture' (1944), waarmee het concert voortvarend begon. Slatkin moest hard werken om de vierdelige maat (die door Carter voortdurende ontkend wordt) precies uit te slaan.

mailIcon print |