*

 
dossier

Archief

Rechter maant directeur en bestuur tot akkoord

ROB VELTHUIS − 01/02/96, 00:00

UTRECHT - Communiceren via de pers, Frans Hoogendijk noemt het binnen de Judo Bond Nederland een dodelijk virus. Daartoe zou de voorzitter zich niet verlagen, zo zei hij na het gisteren voortgezette kort geding dat JBN-directeur Jan Post aanspande tegen de bond. Om vervolgens in één moeite door een regen giftige pijlen op Post af te vuren.

Of de pers dan niet in de gaten heeft hoe de in geuren en kleuren in de openbaarheid gekomen aantijgingen van Post binnen zijn privé-leven waren aangekomen, zo wierp hij geëmotioneerd zijn gehoor voor. Op 18 februari zal de praeses in besloten zitting voor de bondsraadsleden - en pas 17 maart in de officiële bondsvergadering - verantwoording afleggen over zijn declaratiebeleid, dat volgens de geschorste Post frauduleus zou zijn. Zo zou Hoogendijk reiskosten dubbel hebben gedeclareerd en zelfs grondgevechten in een seksclub als kosten hebben opgevoerd. Over dat laatste feit zijn deze week door Mieke Sterk (PvdA) zelfs Kamervragen gesteld. Is met 'representatief' bordeelbezoek misbruik gemaakt van overheidsubsidies en is het niet wenselijk na te gaan wat op dit gebied binnen sportbonden algemeen gebruikelijk is?

Over één ding wilde Hoogendijk gisteren buiten de besloten kring alvast wèl duidelijkheid: “Alle beschuldigingen zijn pertinent onjuist. Als halve waarheden en leugens worden vermengd, kan je een heel sappig verhaal krijgen. Vijftien jaar geleden waren het dezelfde ingrediënten, seks en fraude, waarbij Post betrokken was. Dat schijnt iedereen vergeten te zijn. Toen hebben anderen de klappen voor hem opgevangen. Het is voor mij absoluut duidelijk dat nu willens en wetens een persoon wordt beschadigd met als gevolg ook de sport en de organisatie. De wijze waarop een emmer stront over deze organisatie wordt gegooid, versterkt mijn mening dat wordt gewerkt volgens een scenario dat al klaar lag.”

In 1982 wees een accountantsrapport van het toenmalig ministerie van CRM uit dat geld aan de bondskas van de JBN zou zijn onttrokken. Post, destijds secretaris, was een van de bestuursleden die in voorarrest werd genomen. Tot een vervolging van hem kwam het niet, wel verdween oud-penningmeester Arie de Bruijn via de rechter van het podium wegens verduistering van 11 000 gulden.

Geen mens zal Hoogendijk behoeven te dwingen zijn voorzittersstaf neer te leggen. “Als ik schuldig zou zijn, behoeft niemand mij weg te sturen.” Post werd door de JBN c.q. Hoogendijk wèl weggezonden. De directeur werd eind vorig jaar op non-actief gesteld. Er was sprake van een ernstige vertrouwenscrisis nadat Post had gewezen op de dubieuze wijze waarop Hoogendijk bij de bond zijn 'representatiekosten' zou declareren. Verdedigen kon Post zich gisteren vreemd genoeg niet op Hoogendijks aanval. “Ik heb van de bond een spreekverbod opgelegd gekregen.”

Bizar

Hoogendijk was zelf niet aanwezig, toen zich op 17 januari in kort geding een even sappig als bizar geschil ontrolde. Tijdens de voortzetting van gisteren verhief de voorzitter eenmaal zijn stem, toen het declareren van reizen zowel bij de JBN als de Europese Judo Unie ter sprake kwam. Hoogendijk krijgt van de JBN jaarlijks een bedrag van 21 000 gulden aan onkosten uitgekeerd. Tickets voor reizen die de JBN bestelt, worden volgens hem als een post onvoorzien door de JBN afboekt van dat 'representatiebudget'. Die onvoorziene kosten mag Hoogendijk dan vervolgens weer declareren. Waarbij hij goed beschouwd dus twee keer vangt. “In ruil daarvoor is afgesproken dat ik afzie van het declareren van een kwartje per kilometer.”

Hier kapte mr H. F. M. Hofhuis, president van de Utrechtse rechtbank, het verweer van Hoogendijk af. Het ging gisteren immers niet om de vraag of wel of niet frauduleus is gehandeld. Dat moet een onafhankelijk onderzoek duidelijk maken en daar konden beide partijen de afgelopen weken in onderling overleg geen consensus over bereiken. Om de status quo te doorbreken stuurt Hofhuis beide partijen vandaag een voorstel waarin hij aangeeft op welke wijze en over welke jaren - vermoedelijk alleen '92 en '93 - onderzoek moet worden verricht naar de rechtmatigheid van het declaratiebeleid bij de JBN.

De kosten van het onderzoek - ook een geschilpunt - liggen voorlopig bij de bond. Bij een eventueel nadelige uitkomst voor Post, zou de JBN het geld via een bodemprocedure maar moet verhalen op haar ex-directeur. De partijen dienen voor morgen te kiezen voor een extern accountantsbureau dat de administratie van de judobond moet uitpluizen. Daarbij komt een praktisch probleem aan de oppervlakte: voor controle van het dubbel declareren van Hoogendijk zal ook inzage verkregen moeten worden in de administratie van de EJU. Waarbij Hofhuis aangaf dat die Europese Unie wel eens geen boodschap kon hebben aan de wijze waarop Hoogendijk zijn financiën met de JBN regelt.

mailIcon print |