*

 
dossier

Archief

Voor rijke gehandicapten is wel plaats in China

ANNELIE ROZEBOOM − 21/10/97, 00:00

PEKING - In Pekings grote winkelstraat Wangfujing heeft bedelen geen zin: steevast negeren de voorbijgangers de vrouw die er over de stoep kruipt. Gehandicapten die hun brood verdienen met bedelen installeren zich daarom in de diplomatenwijk. Een polio-patiënt, enkele mannen met geamputeerde benen, en een man met verbrandingen vragen er alleen geld aan buitenlanders; Chinezen schudden af en toe waarschuwend hun hoofd als een buitenlander iets wil geven.

Maar in Pekings moderne revalidatiecentrum ontbreekt deze harde Chinese houding. Een oude vrouw die voor een mentaal gehandicapte jongen zorgt, barst in huilen uit als ze vertelt hoeveel ze is gaan houden van het kind, dat dankzij fysiotherapie nu, op negen-jarige leeftijd, heeft leren lopen. Dat heeft zijn ouders veel geld gekost. Een revalidatie van drie maanden in het centrum kost tweeduizend gulden - een astronomisch bedrag voor de meeste Chinezen.

Het centrum is een van de gehandicapten-centra van Deng Pufang, oudste zoon van wijlen de Chinese leider Deng Xiaoping. Mevrouw Hou, die bezoekers rondleidt, dreunt het verhaal op: “Deng Pufang raakte verlamd nadat hij tijdens de Culturele Revolutie uit het raam was gevallen. Na het begin van China's open-deur-politiek ging hij naar Canada voor revalidatie. Daar besloot hij dat China ook zo'n centrum moesten hebben. Hij praatte met alle hoge partijleiders en kreeg meteen hun steun. Ondermeer Japan en Canada schoten te hulp.”

Hou leidt ons langs zwembaden, moderne loop- en fitness-apparaten, een trainingsruimte voor gehandicapte atleten, een inrichting voor prothese-apparatuur en slaapzalen voor vierhonderd patiënten. Net als in ieder ziekenhuis, past men ook hier een combinatie van westerse en Chinese traditionele medicijnen toe. Gevoelloze ledematen van patiënten worden ook door acupunctuur gestimuleerd.

In het centrum worden doorgaans zevenhonderd mensen tegelijk behandeld: een druppel op een gloeiende plaat in een land met zestig miljoen gehandicapten. Maar een lange wachtlijst is er niet. “Weinigen kunnen het geld voor een behandeling hier opbrengen. Soms betaalt de werkeenheid voor een arbeider die op de werkplaats een ongeluk heeft gehad. “Maar dit centrum is een eerste stap. Misschien kunnen we in de verre toekomst iets doen voor alle gehandicapten in China.”

Zonder Deng Pufang waren zelfs deze schaarse voorzieningen er niet geweest. Dengs zoon wilde eigenlijk politicus worden. Aan die droom kwam een einde toen fanatieke Rode Gardisten hem uit het raam duwden - een detail van het verhaal dat de Chinezen subtiel weglaten. De vroegere kroonprins wierp zich op als belangenbehartiger van de gehandicapten. Onder zijn leiding werd een vereniging voor gehandicapten opgezet. In 1994 was Pufang eretoeschouwer bij de Aziatische Spelen voor gehandicapten in Peking.

De staat stelt dat het niet de middelen heeft voor alle gehandicapten, maar nu nog proberen speciale programma's ouders mogelijkheden voor hun kinderen te tonen. Een blinde man installeert zich iedere dag voor zijn huis en biedt passanten een nekmassage aan. Twee oude mensen op het platteland hebben de zorg voor vijf gehandicapte kinderen op zich genomen. Die kunnen nu iedere dag buiten spelen.

Dergelijke voorlichting is vooruitstrevend. Enkele jaren geleden zag je in China vrijwel geen gehandicapten op straat. Het volk was gewend familieleden met gebreken thuis te houden, uit schaamte, of omdat er geen plek was waar gehandicapten terecht konden. Nu nog gaan er verhalen over kinderen die op geen enkele school terecht kunnen omdat ze mentaal of fysiek iets mankeren. De werkende ouders sluiten de kinderen overdag op in een kamer waar ze niets kunnen aanrichten. Maar steeds meer gehandicapten begeven zich op straat, en privé-initiatieven komen van de grond.

Maar Deng Pufang is ook omstreden. In 1989 werd ontdekt dat hij fondsen voor gehandicapten gebruikte voor zijn investeringsbedrijf, Kang Hua. Het officiële verhaal wil dat drie medewerkers van Pufang met het geld aan het speculeren waren gegaan. Pufangs investeringsbedrijf hoefde geen cent belasting af te dragen, door zijn connecties en omdat het officieel om liefdadigheid ging. Deng Pufang werd een van de mikpunten van de studenten die demonstreerden op het Tiananmen-plein. Geschrokken van alle publiciteit sloot Pufang de deuren van de onderneming.

Ook Pufangs ideeën zijn in het Westen omstreden. Hij verdedigde wetgeving op 'de eugenetica en bescherming van de volksgezondheid'. Gehandicapten of geslachtszieken mogen volgens deze wet geen kinderen krijgen, indien het risico bestaat dat de kinderen dezelfde handicap of ziekte kunnen oplopen. “Er zijn al zoveel gehandicapten in China. Hun levensstandaard is nog steeds erg laag”, zo verdedigde Pufang de wet. “Gehandicapten delen niet in de stijging van de welvaart, we moeten dus voorkomen dat er nog meer bijkomen. Dat is voor niemand goed.”

Bovendien wordt Pufang hang naar prestigeprojecten verweten. De Aziatische spelen voor gehandicapten kostten de staat 15 miljoen gulden. Een schooltje voor mentaal gehandicapte kinderen krijgt eens per jaar tweehonderd gulden, waarvoor de directrice, mevrouw Yang, meestal speelgoed koopt. De ouders betalen de kosten van deze broodnodige voorziening, inclusief de hoge huur van het gebouwtje. Maar mevrouw Yang bewondert Deng Pufang, en ze is apentrots dat ze hem ooit heeft ontmoet. Deng Xiaopings oudste zoon is haar grote voorbeeld. Een ander is er immers niet.

mailIcon print |