PRETORIA - Vier jaar geleden blies hij nog een school voor zwarte studenten op en pleegde hij andere bomaanslagen tegen het ANC. Nu bouwt hij scholen en huizen samen met en voor zwarte krottenwijkbewoners. De opmerkelijke inkeer van de 50-jarige Koos Botha uit Pretoria.
Eind 1991 was de maat vol. President De Klerk deed in de onderhandelingen met het ANC en Nelson Mandela alleen maar concessies. Niets bleef er over van de rechten van 'de Boeren', de blanke Afrikaner bevolking die Zuid-Afrika door hard werken groot had gemaakt, meenden de jurist Koos Botha en de Konservatieve Partij waarvoor hij parlementslid was. Met vier collega's besloot hij woorden in terreurdaden om te zetten.
Het eerste gebouw dat ze met dynamiet opbliezen was de Hillview School in Pretoria-Noord, een voormalige blanke lagere school die werd ingericht voor onderwijs aan kinderen van ANC-ballingen die terugkeerden. Hillview brandde tot de grond toe af. Later volgden een postkantoor, nog een postkantoor en een gebouw waar een zwarte vakbond een kantoor had.
Na elke aanslag brachten ze een verklaring uit waarin ze hun politieke motieven uiteen zetten. “We zorgden wel altijd dat de bommen midden in de nacht afgingen en dat er geen slachtoffers vielen, want dat wilden we nu ook weer niet”, aldus Koos. De aanslagen vormden het begin van een rechtse terreurgolf die tot vlak voor de vrije verkiezingen in april 1994 voortwoedde.
Maar al gauw knaagde bij Koos Botha de twijfel. Kon de KP, die in die dagen een aanzienlijk deel van de blanke Afrikaners leek te vertegenwoordigen, niet beter meedoen in de onderhandelingen met het ANC om te verhinderen dat De Klerk teveel concessies deed? Nee, zei de Konservatieve Partij, wij houden vast aan onze boycot. Wat Koos ook deed, zijn partijgenoten waren niet te vermurwen. Toen hij zich uiteindelijk in een rede tot het parlement openlijk voor onderhandelingen uitsprak, werd hij uit de KP gegooid. Korte tijd later arresteerde de politie hem in de wandelgangen van het parlement voor de door hem gepleegde aanslagen. “Ik denk nog steeds dat iemand van de partij hen heeft getipt. Maar ik was toch al van plan mezelf in het openbaar aan te geven en ik bekende volledig.”
Vandaag lijkt die hele geschiedenis buitengewoon ver weg en onwerkelijk. Koos Botha, een net geklede ietwat gezette man, leidt ons door het gebouw en legt vol goede moed uit hoe het allemaal moet worden. Daar komen ruimtes waar ongeschoolden een technisch vak kunnen leren zoals loodgieter, metselaar of timmerman; hier komen lokalen voor computeronderwijs; daar moet de renovatie nog beginnen. Het gebouw is de oude gevangenis in het centrum van Pretoria, waar ooit de overtreders van de pasjeswetten bij honderden werden opgesloten in grote grijze cellen. Cellen die nu kleine klaslokalen in wit en helderblauw worden. Koos en een zwarte zelfhulporganisatie hebben het gekocht en renoveren het om er een technisch opleidingscentrum en een school voor kansarme zwarten in te vestigen.
Dertig kilometer ten noorden van Pretoria ligt het krottenwijkje Boikuthsong. Hier leven sinds een paar jaar 1 400 gezinnen op een vrijwel kaal stuk heuvelland. De hutjes van hout en golfijzeren platen beschermen nauwelijks tegen de gloeiende zon, noch tegen de donderbuien die in deze tijd van het jaar gewoon zijn en die alles in een grote modderpoel veranderen. Als we uitstappen, stromen de mensen toe. “Viva Koos, viva”, klinkt het, er wordt gelachen, handen geschud, op schouders geslagen.
Koos wijst op de tekening aan de muur, het bouwplan voor het nieuwe Boikuthsong met stenen huisjes, grasvelden, scholen, kerken, een buurthuis. Het worden goedkope huisjes voor de armen. Werklozen uit de wijk zullen het meeste werk doen en tegelijk tot bouwvakker worden opgeleid zodat ze er ook een vak aan overhouden. Elk detail is tot stand gekomen in overleg met de bewoners zelf. Subsidies van de centrale overheid zijn ook geregeld. Iedereen staat daarom te popelen om te beginnen zodat we over een jaar of twee eindelijk menswaardig kunnen leven, zegt Samuel Gumbe, van het bewonerscomité.
Zeker, hij kent Koos Botha's verleden. Voor ze samen aan het werk gingen, heeft Koos zelf de hele geschiedenis op tafel gelegd. Maar dat was het verleden, zegt Gumba. Koos had toen zijn redenen om te doen wat hij deed. Nu denkt hij er anders over en uit alles wat hij doet blijkt dat dat oprecht is. “Natuurlijk zijn er ook hier mensen die hem niet vertrouwen, maar dat zijn enkelingen.” Een van die enkelingen is - de zoveelste ironische wending in het verhaal - de ANC-burgemeester onder wie Boikuthsong valt.
Die weigert al sinds januari om de bouw goed te keuren zodat het project nog steeds stil ligt. Officieel omdat hij niet over de plannen is geconsulteerd. Maar hoe kon dat ook, aldus Gumbe, hij was er nog niet toen de plannen werden gemaakt. Bovendien zijn wij, de gemeenschap die vrijwel zonder uitzondering ANC is, geraadpleegd en daar gaat het om. “De man is gewoon boos omdat hij en de partij niet met de eer van dit project kunnen strijken of misschien is hij gewoon een racist die de blanke Botha niet kan zetten”, veronderstelt een gefrustreerde Gumbe die nu probeert om via het ministerie de burgemeester tot de orde te roepen.
Waar de omslag in zijn denken en handelen nu eigenlijk vandaan kwam, weet Koos Botha zelf ook niet zo. Van nature ben ik geen breker maar veel meer een bouwer, zegt hij. Dat gedoe met die bommen lag me eigenlijk niet en mijn familie vond mijn radicalisme ook niets. Mijn vrouw en kinderen, voor wie ik overigens geheim hield wat ik precies deed, waren in hun denken ver vooruit. Die hadden zich al veel meer losgemaakt van de indoctrinatie die je als blanke onder de apartheid meekreeg; over het zwarte gevaar, de communistische aanslag, de rotzooi in zwart Afrika.
Wat zeker ook hielp is de houding van zijn collega-parlementariërs van de kleurlingen Arbeiderspartij ten tijde van zijn speech en arrestatie. Terwijl zijn voormalige racistische vrienden hem als een baksteen lieten vallen, boden mensen die hij jarenlang had veracht hem medeleven en steun en leerde Koos voor het eerst van zijn leven vriendschapsbanden over de kleurgrens heen te smeden. Het is het soort ervaring die een mens vrij maken, zegt hij, en vandaar ging het vanzelf.
Al die tijd stond ook een ding voor mij vast, zegt hij: dit - Zuid-Afrika - is mijn land. “Er is geen land waarnaar ik kan terugkeren, mijn grootouders en overgrootouders komen hier vandaan. Ik hoor net als de zwarte bevolking thuis in Afrika. Het is een houding die typerend is voor die van meer Afrikaners. Ze hebben zich tot het laatst verzet tegen verandering, maar nu het zover is, zetten ze zich in voor een nieuw Zuid-Afrika. Een vreemd mengsel van boeren koppigheid en pragmatisme, typerend voor de Afrikaner.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.