Van onze parlementsredactie DEN HAAG - J. Verweij, veiligheidsfunctionaris bij het stadion Feyenoord, herinnert het zich nog goed. Tijdens een wedstrijd zat op de voorste rij een man. Vanaf zijn zitplaats zocht hij contact met de grensrechter. Hij maakte die uit voor alles wat mooi en lelijk was. De voetbalsupporter bleek van beroep onderwijzer.
“Het hoort erbij, het is normaal aan het worden”, aldus Verweij. “Je moet je er niet in vergissen zo veel mensen er verbaal geweld gebruiken, zonder dat ze daar zelf erg in hebben. Mensen met kinderen, van wie wij wel eens zeggen: tjonge, jonge, onvoorstelbaar, wéét je wel wat je zegt.”
De veiligheidsfuntionaris is één van de deskundigen, die aan het woord komen in een rapport van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van het ministerie van justitie. Gisteren stuurden de politieministers Sorgdrager (D66, justitie) en Dijkstal (VVD, binnenlandse zaken) het naar de Tweede Kamer.
Het rapport bestaat uit een literatuurstudie en de weerslag van gesprekken met acht deskundigen op het terrein van voetbalvandalisme, gevoerd tussen 21 januari en 6 maart van dit jaar.
Hoe ernstig het verbale geweld bij voetbalwedstrijden op zichzelf ook is, de meeste zorgen gaan toch uit naar twee andere groepen voetbalvandalen. Het gaat daarbij allereerst om de traditionele 'harde kernen', veelal geleid door dertigers, bestaande uit enkele tientallen leden, met daarom heen 'uitvoerders' en 'meelopers' die op afroep beschikbaar zijn. Van die echte harde kernen is vooral die van Feyenoord berucht.
Maar in het WODC-rapport vallen ook de namen van Ajax, PSV, Utrecht, Den Haag, NAC, Twente en AZ. Hoe het anders kan, bewijst Heerenveen. Verweij: “Dat is een schitterende club. Daar gebeurt nooit iets.”
De tweede categorie die het WODC onderscheidt, is de opkomende generatie jeugdige relschoppers. Hebben de oude kernen nog de liefde voor het voetbal - en vooral de eigen club - als bindend element, de nieuwe generatie heeft geen echte binding met het voetbal. Ze pleegt geweld voor de 'kick', om zich te bewijzen, of uit onvrede met van alles en nog wat.
Het organiseren van zulke 'evenementen' is dankzij de moderne communicatiemiddelen een fluitje van een cent. Er is apparatuur om mobilofoon- en portofoonverkeer af te luisteren en er zijn draagbare telefoons om contact te houden, zowel met de eigen mensen als met de tegenstander.
R. A. Siebelink van het bij de Utrechtse politie ondergebrachte Centraal informatiepunt voetbalvandalisme: “Om zeker te weten dat ze niet allemaal tegelijk worden opgepakt, sturen ze twee auto's vooruit, zeg maar met verkenners. Die kijken of een parkeerplaats niet blauw staat van de politie. Dus op het moment dat het veilig is, bellen ze de auto's die nog onderweg zijn even op.”
Volgens de deskundigen van het CIV is vooral deze opkomende generatie relschoppers, door de meedogenloze manier waarop ze opereert, verantwoordelijk voor de verharding van het supportersgeweld.
Siebelink: “Wat je een aantal jaren geleden zag, was dat er geweld werd gepleegd als er een aanleiding was. Bepaalde groepen pleegden geweld tegen elkaar. Nu is het zo, dat als er een jongetje van tien jaar in een Ajax-shirt loopt, dat Feyenoord-supporters van twintig jaar dat jongetje een pak op z'n lazer geven.”
Volgens Siebelink is de politie verrast door de opkomst van die nieuwe generatie jonge relschoppers. “Een groep die in één keer ergens verschijnt, waarschijnlijk een hoog verdovende middelengebruik heeft, tussen de 16 en de 20 jaar zit, geen binding heeft met voetbal, geen kaartjes voor de wedstrijd en die plotseling voor of na de wedstrijd op het moment dat er de geringste aanleiding is fors geweld pleegt. Lijfelijk, openlijk geweld.”
Volgens Verweij en F. Heinis, plaatsvervangend manager veiligheid bij de KNVB, maakt de nieuwe generatie het soms zó bont dat de oude harde kernen zich ervan distantiëren. Heinis: “Er was bijvoorbeeld een morele regel bij de oude harde kern dat ze de politie niet aanvalt zonder dat daar een concrete aanleiding toe is. Dit seizoen is daar duidelijk een omslag in gekomen. En daar schijnt dus vooral die jonge groep voor verantwoordelijk te zijn.”
Verweij is ook wel eens gewaarschuwd door de oude kern: “Pas op wat er na ons komt, want dat is eigenlijk nog veel erger dan wat wij ooit hebben geflikt”, kreeg hij te horen.
Als betrekkelijk nieuwe trend in de voetbalwereld geldt het vaak excessieve gebruik van hard drugs, vooral van XTC, vaak gebruikt in combinatie met nog niet eens zo vreselijk veel alcohol. Vooral over dat druggebruik maken de kenners van het voetbalvandalisme zich zorgen. De supporters zijn op een bepaald moment niet meer aanspreekbaar en raken ongevoelig voor pijnprikkels, is hun ervaring.
De Utrechtse officier van justitie Steensma: “Dan sta je 's morgens om elf uur op Hoog Catharijne, bij het station en dan lopen daar allerlei totaal verdwaasde figuren rond, die komen dan van een house party in Alkmaar of zo en die komen nog helemaal 'zo' de trein uit en die gaan dus rechtstreeks door naar het voetbal.”
Verweij: “Die jongens kun je dan niet meer aanspreken. En dat was onze kracht nog een beetje. Maar op het moment dat ze helemaal buiten zinnen zijn, hou je niemand meer tegen. En dan zie je ook dat als ze over een hek moeten met prikkeldraad, dat ze dat niks interesseert. Dat voelen ze niet. We hebben het hier eens een keer gehad, toen zijn ze massaal over de hekken geklommen. Er zat van dat Navo-draad op, van die scheermessen, ze gingen er net zo gemakkelijk over heen. Alleen, toen dat incident afgelopen was, had onze EHBO-bus het hartstikke druk, want iedereen bloedde als een rund.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.