*

 
dossier

Archief

Seth Gaaikema valt in nieuwe show terug op zijn slechte imago

FRANK VERHALLEN − 20/01/98, 00:00

PURMEREND - Twee theatersolo's achtereen rekende Seth Gaaikema af met zijn slechte imago als cabaretier van een voorbije tijd. Zijn onschuldige grappen vol woordspelerige spitsvondigheden in de stijl van leermeester Wim Kan maakten plaats voor fel engagement, waaruit groot temperament en oprechte woede sprak en waaraan de huidige generatie een voorbeeld kon nemen. Maar... waar is die angel gebleven?

In 'De uitverkoop van de eeuw', welk programma zaterdagavond in première ging in Theater De Purmarijn te Purmerend, zit Seth Gaaikema aan een rond tafeltje met daarop spiekbriefjes. Daarmee doet hij zelfs onbedoeld aan Wim Kan denken, die het ook niet zonder trefwoorden kon. Pas in de tweede helft, die klaarblijkelijk beter in het hoofd zit, komt hij los van het papier, waardoor het geheel wat minder geforceerd overkomt.

Geforceerd, dat is helaas een sleutelwoord. Het uitgangspunt van dit programma is veelbelovend: wat moet er allemaal in de uitverkoop en wat is de moeite waard meegenomen te worden naar de volgende eeuw? Dat geeft voldoende stof voor grappen en bespiegelingen over actuele zaken, met als rode draad een vergelijking met eerdere 'ijkpunten' in deze eeuw. Het hart van deze optimist-tegen-beter-weten-in zit nog altijd op de goede plaats, namelijk links. En in fragmenten van beschouwende aard, zoals zing-zeg-teksten (begeleid door de grotendeels werkloos aanwezige pianist Bob Zimmerman) toont Gaaikema zich opnieuw een goed schrijver. Bovendien is hij erg sterk in het contact met zijn publiek, waarbij hij er zelfs voor kiest zaallicht aan te houden. Maar geen moment is de cabaretier, die al geruime tijd gekweld wordt door lastige stemproblemen, zo scherp als in de twee programma's waarmee hij de afgelopen jaren verraste.

Als geheel is dit programma zelfs nogal wisselvallig, met nauwelijks hoogtepunten. Soms wordt het wel erg kneuterig. Dan begint hij over een politicus en om een naamgrap te kunnen maken, vraagt hij zijn publiek: 'Kom, hoe heet-ie ook alweer?' Of hij vertelt over een liedje dat hij veertig jaar geleden voor Wim Kan schreef en vraagt de mensen mee te zingen. Daarmee kiest hij wel erg nadrukkelijk voor de stijl van zijn vroegere leermeester. De kracht van de Seth Gaaikema van de laatste jaren was juist, dat hij zich had losgemaakt van die aanpak en zich ontwikkelde tot een cabaretier van deze tijd: fel en ad rem. Zijn 'grijze duiven'-publiek schrok toen wel eens van het felle engagement waarmee hij hen overviel. Nu viel na afloop in de wandelgangen op te tekenen dat de Purmerendse oudjes al met al een zeer genoeglijk avondje hadden beleefd. Inderdaad, dat was het, maar dat vind ik dus veel te karig.

mailIcon print |