AMSTERDAM - “Ik ben niet pedofiel. Ik heb mij pedofiel genoemd uit solidariteit met een groep medemensen die in deze tijd geen enkele mogelijkheid heeft om zich te uiten.”
De gereformeerde predikant Leen van Drimmelen, die afgelopen zaterdag bekende - in een opmerkelijk stuk in Trouw - pedofiel te zijn, komt met een minstens even opmerkelijke tweede verklaring. Van Drimmelen, docent kerkrecht aan de Vrije Universiteit en vooraanstaand adviseur van het Samen-op-wegproces, heeft naar het ongebruikelijke middel van de gefingeerde coming out gegrepen omdat volgens hem anders niet naar hem als pleitbezorger van pedofielen geluisterd zou worden.
Hij liep al langer rond met het plan, een discussie over pedofilie te openen, naar aanleiding van pastorale contacten met pedofielen die vooral na de zaak-Dutroux bang zijn voor maatschappelijke veroordeling. Deze brief was zijn initiatief. Wel voert hij regelmatig gesprekken over de positie van pedofielen met Jaap Huttenga, gereformeerd predikant, synodelid en - en dat werpt een ander licht op de zaak - een goede vriend van de ex-pastoraal medewerker uit Driebergen, die in november is veroordeeld wegens seksueel misbruik van vier jongens. De pastoraal medewerker heeft dit misbruik toegegeven.
Tijdens het gesprek met Van Drimmelen en Huttenga gaat het al gauw zo dat Huttenga antwoord geeft op de vragen die aan Van Drimmelen worden gesteld. De missie van Huttenga - het verdedigen van de pastoraal medewerker die recreatieleider was op centrum Het Grote Bos in Doorn - is minstens even groot als de missie van Van Drimmelen - het vragen van begrip voor pedofielen die welbewust geen lichamelijk contact met kinderen hebben en in eenzaamheid lijden onder de maatschappelijke veroordeling van hun geaardheid.
Vindt Huttenga dat de recreatieleider ten onrechte is veroordeeld? “De rechter heeft gesproken”, luidt zijn formele antwoord. Maar toch wel op grond van dingen die buiten de rechtszaal gebeurd zijn? Huttenga: “Er is ook een andere kant van het verhaal.”
De kerk heeft een lange traditie van het verdedigen van pastorale plegers van seksueel misbruik. Is het niet des te onevenwichtiger om naar dit middel van de gefingeerde bekentenis te grijpen? Waarom niet met zo'n actie voor de slachtoffers opgekomen? Sommige slachtoffers hebben jarenlang gezegd dat ze misbruikt werden zonder dat iemand hen geloofde. Over eenzaamheid gesproken.
Huttenga: “Er moet niet een soort wedloop ontstaan tussen slachtoffers en daders. Ik wil trouwens niet slachtoffers in diskrediet brengen. Daarom is het goed dat de brief van Van Drimmelen nú in de krant stond en niet toen de zaak tegen de recreatiewerker speelde.”
De vergelijking met de actie van Jules Croiset dringt zich op, de acteur die om het neonazisme aan de kaak te stellen ontvoering en mishandeling fingeerde. Daarna ging het niet meer over het neonazisme, maar wel over Croiset. Bent u niet bang dat de aandacht nu vooral naar uw persoon uitgaat?
Van Drimmelen: “Daar ben ik voor gewaarschuwd. Ik denk het niet.”
Dominee Van Drimmelen, u maakt zich wel ongeloofwaardig. Als ik niet moet geloven wat u zaterdag heeft geschreven, waarom moet ik dan wel geloven wat u nu zegt?
“Iedereen kan in mijn verleden graven. Ze zullen niets vinden. Ik wacht overigens wel op de mensen uit mijn vroegere gemeenten die zich als slachtoffer zullen aanmelden, haha.”
Is het wel zo dat er een hetze bestaat tegen pedofielen? Naar aanleiding van uw artikel is vooral een inhoudelijke discussie ontstaan, geen moddergooierij.
“Ja, dat is inderdaad wel waar.”
Ds. Van Drimmelen, in uw brief schrijft u niet waar de grens ligt van het lichamelijk contact tussen pedofiel en kind. Hoeveel ruimte wilt u pedofielen geven?
“Ieder seksueel contact tussen een volwassene en een minderjarige is uit den boze.”
Ook als het initiatief van het kind uitgaat?
“Dat is moeilijker, maar ja, ook dat kan niet. Je brengt iets in de levensfase van het kind waar het nog niet aan toe is. Het beroeren van de geslachtsdelen, dat mag nooit. Maar als het gaat om een jongen van vijftien kan je geen nooit meer zeggen.”
Huttenga: “Er is een schemergebied.”
Van Drimmelen: “Bij grote honger is er geneigdheid tot stelen.”
Mag de veroordeelde recreatiewerker uit het Grote Bos op uw kleinkinderen passen, dominee Van Drimmelen?
“Nee.”
Mag hij op uw kinderen passen, dominee Huttenga?
“O, ja.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.