Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - De behandelaars van mensen die vanwege een ernstig misdrijf ter beschikking (TBS) zijn gesteld, maken zich grote zorgen over de toename van het aantal gevallen waarin de rechter beslist dat de man op vrije voeten mag, terwijl de kliniek stelt dat de behandeling nog niet is afgerond.
Door de eigengereide opstelling van de rechters stijgt volgens de behandelaars de kans dat de TBS-er opnieuw een ernstig (gewelds-)misdrijf pleegt, ook omdat bij een onverwachte vrijlating de man niet met proefverloven op een terugkeer in de samenleving kan worden voorbereid.
Voorzitter H. Wiertsema, die gisteren op een justitiebijeenkomst namens de gezamenlijke TBS-inrichtingen sprak, noemde de sterke stijging van het aantal zogeheten contraire beslissingen 'zeer verontrustend'. In bijna de helft van de gevallen (in de onderzochte periode 1984 tot 1988) vindt de rechter dat de cliënt is uitbehandeld, terwijl de kliniek dit bestrijdt, waarop de man toch mag gaan. In 73 procent is de cliënt op het moment van de vrijlating nog nooit op proefverlof geweest.
Proefperiode
Wiertsema zou graag zien dat bij een rechterlijke beslissing een TBS te beëindigen standaard eerst een proefperiode volgt. Dit zou wettelijk kunnen worden geregeld in een soort 'voorwaardelijke vrijlating', waarbij de voorwaarde een aantal geslaagde proefverloven is. Gaat de cliënt weer in de fout, dan wordt hij opnieuw opgenomen. Op dit moment kan dat pas na een nieuwe veroordeling.
Onderzoeker Ed. Leuw van het ministerie van justitie toonde gisteren met zijn onderzoek 'Recidive na ontslag uit TBS' aan dat juist dat proefverlof en de overstap naar iets vrije inrichtingen van invloed zijn op de kans dat een ex-TBS-er opnieuw in de fout gaat. Een tocht door de dossiers van 372 ex-TBS-ers die inmiddels minimaal drie jaar en maximaal acht jaar op vrije voeten zijn, wijst uit dat van de mensen die proefverlof hebben ondergaan, 'slechts' zeventien procent weer is veroordeeld tot een vrijheidsstraf. Van degenen die geen proefverlof hebben doorlopen, komt 40 procent weer achter de tralies terecht.
Alhoewel die verschillen aanzienlijk zijn, ziet Leuw in de periode van 1974 tot en met 1988 de afsluiting van een TBS zonder proefverlof sterk toenemen. In de jaren '74 tot '79 ging 62 procent van de TBS-ers via een proefverlofperiode naar huis. In de twee daarop volgende perioden van vijf jaar nam dit af tot respectievelijk 55 en 47 procent. Ondanks die toename van het aantal contraire beslissingen, blijft het aantal TBS-ers dat opnieuw in de fout gaat in de onderzochte periode gelijk. “Maar dat cijfer had lager kunnen zijn, als rechters hadden geluisterd naar de instellingen”, aldus Leuw.
Wat volgens Leuw verder opvalt is dat in de jaren 1984 tot 1988 minder mensen uit een TBS-maatregel zijn ontslagen dan de twee voorafgaande onderzoeksperioden van vier jaar. De zwaarte van de delicten waarvoor TBS werd opgelegd, nam toe en daarmee ook de duur van de behandeling. De gemiddelde duur van een totale TBS-behandeling bedraagt nu 59 maanden, een derde van de TBS-ers zit langer dan zes jaar. Daarbij is de behandeling achter gesloten deuren meegerekend, en de behandeling waarbij de gedetineerde buiten de inrichting mag. De onderzoeker merkt echter op dat ook gewone gevangenisstraffen langer duren.
In bijna de helft van de gevallen volgde de maatregel na ernstige, geweldpleging en in twintig procent na een seksueel delict. Verder stelt de onderzoeker vast dat TBS-gestelden in het verleden steeds vaker geweld hebben gebruikt en dat hun gemiddelde leeftijd daalde van 29 naar 25 jaar.
Zevenhonder gulden
Nederland telt 607 TBS-plaatsen. Het aantal wachtenden bedraagt 113. In de laatste onderzoeksperiode werden 395 personen ontslagen, tegenover 422 en 589 in de perioden daarvoor. Een plaats in een TBS-kliniek kost zevenhonderd gulden per dag.
De Tweede Kamer vroeg zich twee jaar geleden in een debat over de toen door staatssecretaris A. Kosto gepresenteerde TBS-nota af of die behandeling niet goedkoper kan. Daarop kreeg onderzoeker A. Nijssen de opdracht eens in het buitenland naar TBS-achtige praktijken te kijken. Uit dat internationaal onderzoek blijkt dat Nederland ten opzichte van het bevolkingsaantal zeer weinig TBS-gestelden telt. Maar gekeken naar het totaal aantal gedetineerden zijn het er hier tweemaal zoveel (acht procent) als in de andere onderzochte landen Noorwegen, Canada, Engeland, Wales en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen waar een percentage van vier procent bestaat.
Toch hanteert Nederland volgens het onderzoek een hogere 'ernst'-drempel dan de andere landen voor oplegging van een TBS-maatregel. Ook blijkt dat Nederland een groter aantal delinquenten met een persoonlijkheidsstoornis heeft. Dat betekent volgens minister Sorgdrager (justitie) in een brief aan de Kamer, dat voor een naar verhouding groot aantal TBS-gestelden individuele of sociaal-therapeutische behandeling nodig is.
Goedkoper
Dat kan volgens justitie overigens wel goedkoper. Van de 210 TBS-plaatsen die de totale capaciteit in 1998 moeten aanvullen tot negenhonderd zal een deel uit wat justitie noemt 'vervolgvoorzieningen' of 'overgangsvormen' moeten bestaan: minder beveiligde inrichtingen met minder personeel, voor TBS-ers in de laatste fase van hun behandeling. Die plaatsen kosten namelijk maar de helft van een gewone TBS-plek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.