*

 
dossier

Archief

'Dikke lummels' halen neus op voor Noorder Rondritten

JOHAN WOLDENDORP − 09/01/97, 00:00

BAFLO - De degeneratie van de schaatsende medemens kan zich in luttele dagen voltrekken, zo blijkt deze barre winter. De helden van zaterdag waren de lummels van woensdag. In Arnold Stam kregen de Noorder Rondritten weliswaar een winnaar van naam, maar daarmee stemde je voorzitter Albert Kalk niet tevreden.

Stam, in de Elfstedentocht de zwakste van de kopgroep van zes, hoefde in wat altijd de generale repetitie van de Tocht der Tochten was, in feite alleen maar af te rekenen met een 'verdwaalde' B-rijder (Hotze Zandstra) en Henk van Benthem. De zeven andere A-schaatsers die wel trek hadden in een pittoreske rondrit op het Groningse platteland, behoren niet tot de toppers en lieten dus geen geld liggen door niet de presentielijst van de Zwinstedentocht te tekenen. Die 'oneerlijke' concurrentie was in de ogen van Kalk de bron van alle kwaad. Omdat Henk Angenent zich niet als commercieel product wenst te profileren, dacht het bestuur van de Noorder Rondritten de Alphense spruitjeskweker op puur sentimentele gronden naar Baflo te kunnen lokken. Angenent bezweek echter voor de tienduizend gulden die de inrichters van de Belgische Elfstedentocht na moeizaam onderhandelen op tafel legden. Dat hij op het laatste moment ook daar zijn kat stuurde, zoals Vlamingen dat uitdrukken, kwam door een plotselinge koortsaanval.

“Dikke lummels zijn het,” blies Kalk stoom af. “Wat doen die gasten in Zeeland en België, terwijl ze hier een hartstikke mooie tocht kunnen schaatsen? Ze moeten een voorbeeld nemen aan wielrenners. Die vergaren roem in de Tour de France en rijden dan overal criteriums om zich aan het volk te laten zien. Wij werken ons met een paar honderd vrijwilligers suf om een tocht te organiseren, terwijl die marathonschaatsers door hun gekonkel de sport kapot maken.”

Kalk kreeg bijval van Stam en Van Benthem. Vanuit zijn woonplaats Sprang-Capelle is Stam een stuk sneller in België dan op het Groningse Hogeland, maar hij had er geen seconde over gedacht een Nederlandse klassieker op natuurijs te laten lopen. “Een A-rijder hoort hier te zijn, je gaat niet voor duizend gulden naar België.” Van Benthem, die in de finale wederom tevergeefs op zijn sprintcapaciteiten vertrouwde, bedacht zich pas dinsdagavond. “Uit Zeeland kreeg ik een telefoontje dat er stenen en zand in het ijs zaten. Ga je daarop rijden, dan kom je met kapotte schaatsen thuis. Hier rijden is machtig mooi. Al dat rijp aan de bomen, daar geniet ik van. Als er een wedstrijd dichtbij is, dan ben je toch gek dat je 800 kilometer heen en weer naar België rijdt? Bovendien is hier ook geld te verdienen.” Maar toen hij in de omkleedschuur zijn vriendin naar de tarievenlijst liet zoeken en die terugkwam met de mededeling dat de derde plaats 800 gulden opleverde, verstarde het immer vrolijke gelaat toch even.

Kalk is teleurgesteld in de A-rijder in het algemeen en de sectie marathon in het bijzonder. Volgens de regels mag de landelijke top niet elders de schaatsen onderbinden wanneer er een klassieker op het programma staat. De Zwinstedentocht is een Vlaams-Zeeuwse co-productie, maar door op Belgisch grondgebied te starten, vonden de organisatoren een maas in de wet. “Ze hebben ons laten stikken,” zegt Kalk over sectie-voorzitter Hans Brandt, die zichzelf, net als zijn medebestuurders, wijselijk uit de wind hield in Baflo. “Ze zeiden dat het gedrag van de marathonschaatsers juridisch niet echt laakbaar was en dat ze er dus niets aan konden doen.” Bij wijze van strafmaatregel overweegt het gewest Groningen van de KNSB de marathon op kunstijs van 22 januari te schrappen. Of de top daadwerkelijk door het stof zal kruipen om die eventuele maatregel ongedaan te maken, is amper een vraag. Op rondjes rijden op een ijsbaan zit momenteel niemand te wachten. Doordat iedereen de afgelopen week plompverloren met het zwaarst denkbare programma werd opgezadeld, raakt de accu stilaan uitgeput. Wedstrijden van honderd kilometer oefenen nog steeds aantrekkingskracht uit op geharde, karaktervolle spruitjeskwekers en bloementelers, tochten als de Noorder Rondritten (161 km) worden, terwijl iedereen de pijn van de Elfstedentocht nog in de benen voelt, te zwaar bevonden. Het is niet toevallig dat een marathon van 200 kilometer in Noord-Holland (voor vandaag geprogrammeerd) is afgelast omdat zich maar een handjevol wedstrijdrijders had gemeld. Terwijl daar 5000 gulden voor de winnaar lag te wachten, tegen 2000 in Baflo.

De organisatoren van de NRR worden daarnaast nog eens gekweld door een slecht imago. In reclameslogans mag er dan niets boven Groningen gaan, in de provincie gebeurt er op sportief gebied verder niets bijzonders. Het Nieuwsblad van het Noorden stelde zaterdag in een artikel met betrekking tot de NRR vast dat het laatste sportieve hoogtepunt in de regio zich in 1920 afspeelde, toen Be Quick landskampioen voetbal werd. De rondritten waren altijd de laatste grote wedstrijd voor de Elfstedentocht en werden vooral om die reden serieus genomen. De deelnemers van tien jaar geleden - want zolang heeft de wedstrijd in de ijskast gelegen - lachen zich nog een kriek om de toenmalige commissaris der koningin Vonhoff, die bij het lossen van het startschot door een stoel zakte, maar veel meer worden de NRR achtervolgd door een wat klungelig verleden. Zo reed wedstrijdschaatser Fokko Veen in '87 bij Onderdendam in een wak, waarna hij zich in Groningen onsterfelijk maakte door een reeks knetterende vloeken te laten volgen door de diskwalificatie boer'nboudel, vrij vertaald: wat een zootje. Kalk weigert principieel startgelden te betalen - waar iets voor te zeggen valt, bovendien is het totale prijzenbedrag van 13 000 gulden niet mis - maar toont zich aan de andere kant roomser dan de paus door de passages door allerlei dorpen niet op te luisteren met premiesprints. Ploegleider Anjo Hofman van Bional had van zijn sponsor duizend gulden voor dat doel in zijn zak zitten. “En als ik een beetje was gaan leuren, had ik tienduizend gulden kunnen regelen. Maar het mocht niet.”

mailIcon print |