MADRID - De berichten over het bezoek aan Spanje van 365 Spanje-veteranen uit 29 landen, stonden de afgelopen dagen ergens achterin El Pais, de grootste Spaanse krant. Concurrent El Mundo meldde de mislukte ontvangst in het parlement op de voorpagina, maar bracht het de dagen ervoor ook weinig prominent en de tv-zenders besteedden er eveneens mondjesmaat aandacht aan.
Het lijkt er dus op dat de Spaanse burgeroorlog niet écht leeft in het Spanje van zestig jaar later. Spaanse journalisten bevestigen dat. “De nieuwe generatie, geboren vlak voor of na de dood van Franco in 1975, wil niets weten van de burgeroorlog”, zegt Jordi Casabella, die voor El Periodico de Cataluña (het dagblad van Catalonië, gevestigd in Barcelona) woensdag de ontvangst in het Spaanse parlement versloeg.
“Jonge Spanjaarden leven in een land waar vrijheid normaal is. Ze weten niets anders. De verhalen van hun opa's en oma's over de burgeroorlog en zelfs die van hun ouders over de Franco-tijd, zijn geschiedenis. Zij begrijpen niet wat deze veteranen zestig jaar geleden voor Spanje hebben gedaan. Soms heb ik het gevoel dat zij denken dat de oud-Spanjestrijders het over een ander land hebben, als zij spreken over de strijd van de republiek tegen het fascisme. De enigen die zich daar wel druk over maken zijn leden van (ultra-)rechts of ultra-linkse organisaties.”
Dat laatste bleek meer dan eens de afgelopen week. Het applaus, de spreekkoren en de rode vlaggen waarmee de Interbrigadisten dinsdagavond in het sportpaleis van Madrid werden begroet, deed denken aan de hoogtijdagen van het communisme, evenals de ontvangsten - met veel toespraken - door de communistische vakbond UGT en de socialistische partij PSOE.
Volgens redacteur Ramon Lobo van El Pais is de communistische beweging weliswaar zeer goed georganiseerd, maar klein in getal, evenals extreem-rechts. Ook volgens hem speelt de herinnering aan de Spaanse burgeroorlog geen rol in het leven van de meeste Spanjaarden. Hij betiteld die episode als “het grote zwarte gat in onze geschiedenis”.
“Het grootste probleem van onze democratie is dat de burgeroorlog niet bespreekbaar is. De Spanjaarden houden zoveel van vrijheid en van het goede leven dat ze het verleden willen vergeten: de periode-Franco en zeker de burgeroorlog.”
“Dat werd geïllustreerd door de manier waarop de Interbrigadisten werden behandeld in het parlement. Geen van de beloften die aan hen zijn gedaan, werd daar waargemaakt. Ik persoonlijk vind dat zij niet alleen de hun beloofde Spaanse nationaliteit, maar ook een Spaans pensioen hadden moeten krijgen. Daarbij vind ik dat mijn krant El Pais dit alles veel prominenter had moeten brengen.”
“Blijkbaar is de gevoeligheid voor dit soort onderwerpen bij de meesten van mijn collega's niet aanwezig. De jongeren weten er uiteraard genoeg vanaf, maar het speelt nauwelijks een rol in hun leven. Toen Franco stierf, na bijna 40 jaar aan het bewind te zijn geweest, was het algemene gevoel dat we niet elke dag het water van de haat konden drinken.”
“Ik ben een paar keer als verslaggever in Bosnië geweest, tijdens de burgeroorlog daar. Het verschil tussen Joegoslavië en Spanje is dat ze in dat land hun kinderen opvoeden in haat. Ik zag een cartoon in een Bosnische krant. Je zag een stokoude man in gevechtstenue zeggen: “Ik wreek de doden van 1940-1945, hij zei dat tegen een vrouw die haar kind de borst gaf. Zij antwoordde hem: Ik leer hem de doden van vandaag te wreken.”
“Mijn moeder is Engelse en mijn vader was militair onder Franco. Toen Franco doodging, was ik 20 en zat ik op mijn eigen kamer stiekem champagne te drinken met een vriend, terwijl mijn vader in de woonkamer voor de tv zat te huilen. Voor de Spanjaarden begon in 1975 een nieuwe toekomst, die de meesten veel belangrijker vinden dan het verleden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.