*

 
dossier

Archief

'Op aandringen van Cornelis kom ik om half zes thuis'

ARLETTE DWARKASING − 12/09/98, 00:00

Cornelis ten Napel (33, parttime cursusleider) en Sarah Dirkmaat (29, fulltime leerkracht basisonderwijs) met Jona (3) en Quirijn (1) uit Hengelo.

Sarah: “Voor de geboorte van Jona heb ik als invalkracht een tijdje parttime gewerkt. Maar dat beviel me helemaal niet. Want je bent er toch ook met rapportavonden en alle festiviteiten op school. Het zou, nu ik kinderen heb, misschien wel anders zijn. Dan kún je gewoon niet altijd meer komen. Maar bij ons op school wordt het eigenlijk wel van je verwacht. Misschien is het daarom wel zo'n gezellige school. Iedereen zet zich meer dan honderd procent in. Ik voel me prettiger in mijn werk als ik dat fulltime doe.”

“Ik ging 's morgens altijd om half acht de deur uit en was 's avonds om half zeven pas weer thuis. Ook op de woensdagen. Dan zijn er juist veel vergaderingen. We zijn een heel actieve school, met veel naschoolse activiteiten.

En er gaat ook veel tijd zitten in de huisbezoeken. Maar nu zorg ik _ op aandringen van Cornelis _ dat ik iedere dag om half zes thuis ben.” Cornelis: “Dat is pas sinds een jaar zo.

Toen heb ik gezegd: nu is het genoeg. Het zijn lange dagen voor mij. En juist aan het eind van de dag worden de kinderen ongedurig.

Dan zit je te wachten tot je partner thuiskomt. Bovendien hoorde ik van leerkrachten op andere basisscholen geluiden als: 'Iedere dag tot half zeven? Zijn ze gek op die school?'

Toen heb ik tegen Sarah gezegd dat ik het voor de kinderen belangrijk vind dat ze 's avonds wat meer tijd voor ze heeft. Half zes thuis en desnoods later op de avond weer werken.''

Sarah: “Het is inderdaad fijn om er te zijn en nog even met Jona en Quirijn te kunnen spelen voor we ze naar bed brengen. Ik denk dat ik zelf niet op het idee was gekomen omdat er op school altijd nog zoveel te doen is. Ik loop steeds te rennen en te vliegen, heb het gevoel dat ik tijd te kort kom.”

Cornelis: “Ik geloof dat veel vrouwen die net als ik grotendeels voor de kinderen zorgen, zouden willen dat hún partner thuis is tijdens die 'lastige' uurtjes. Maar ik denk dat het argument 'dat het goed is voor de kinderen' voor veel mannen weinig overtuigend is. Daar kun je als man op je werk niet mee aankomen.”

Sarah: “Mannen zullen ook niet zo vaak de vraag gesteld krijgen die mij als fulltime werkende vrouw wordt gesteld: Wie past er nu op je kinderen?”

Cornelis: “In het begin werd mij vaak gevraagd: Heb jij nou al een baan? Ook door naaste familieleden.”

Sarah: “Mijn vader bijvoorbeeld moest er erg aan wennen dat ík de kostwinner ben.

En hoewel we al snel wisten dat Cornelis voor de kinderen zou gaan zorgen, was het voor mij ook even wennen. Ik had altijd het idee dat ik alles beter kon in het huishouden. Nou ja, beter . . . ik heb andere normen. Ik denk dat ik schoner ben. Waar ik me bijvoorbeeld aan kan ergeren als ik uit school kom, is de rommel die overal verspreid ligt: speelgoed, kopjes, kranten.''

Cornelis: “Ik vind het juist wel handig alles binnen handbereik te hebben.”

Sarah: “Ik kan daar niet tegen en wil dan gaan opruimen. Maar na zo'n werkdag heb ik er eigenlijk geen zin in. We hebben daar vaak ruzie over gehad. Nu hebben we de afspraak: als ik om half zes thuiskom is alles van de grond.”

Cornelis: “En over dat badderen van de kinderen hebben we ook flink gevochten. Van jou moest een baby elke dag in bad. Ik zei: Kom nou. Niet alleen omdat ík het iedere dag moest doen, maar ik vond het ook niet nodig. Hoe vies wordt zo'n baby nou?”

Sarah: “Ja, achteraf moest ik jou gelijk geven. Ik hechtte aan het wassen, haren kammen en oren schoonmaken. Maar op het consultatiebureau zeiden ze dat 'om de dag in bad' genoeg was en dat je juist niet in de oren moest peuteren."

“Nee, wat de verzorging betreft gaat het Cornelis heel goed af. Ik heb wel eens geprobeerd hem uit te leggen dat een streepjestrui op een ruitjesbroek niet kan, maar het maakt hem gewoon niks uit wat de kinderen aan hebben. Dat moet ik maar accepteren.”

“Als Cornelis en ik we de rollen zouden omdraaien en ík meer thuis zou zijn, zou het voor de kinderen minder leuk zijn, denk ik. In mijn ogen is Cornelis weleens onvoorzichtig met ze. Hij kan heel wild met ze stoeien. Hij hangt Jona aan de deurposten, dat zou ik dus nooit doen. Maar de kinderen vinden het prachtig. Toen Jona de trap op begon te kruipen vond ik dat het traphekje beneden dicht moest, maar Cornelis zei: 'Prima dat hij dat doet. Laat hem maar klimmen, ik wil zien wat hij kan.' En inderdaad kon Jona al snel goed de trap op en af. Ik ben ben te bang dat het mis gaat en wil dat voorkomen. Terwijl Cornelis zegt: 'Natuurlijk gaat het een keer mis, maar dat hoort erbij'.”

“Eigenlijk ben ik er heel trots op dat Cornelis het anders doet. En dat het ook goed is zoals hij het doet. Hij is geduldig en neemt alle tijd voor de kinderen. Ik heb het liefst dat ze veel slapen overdag, zodat je ook eens wat voor jezelf kan doen. Misschien komt het omdat ik op school al de hele dag met kleuters bezig ben.”

mailIcon print |