*

 
dossier

Archief

Londen trekt zijn handen af van Hongkong

ESTHER BOOTSMA − 13/01/96, 00:00

AMSTERDAM - Volgens een roddel in Hongkong heeft een rijke zakenman de Britse Conservatieven vorig jaar 12.5 miljoen gulden beloofd als ze hun eigenwijze gouverneur Chris Patten uit de kroonkolonie weghalen. Londen blijft echter hardnekkig proberen Peking met Patten te verzoenen. Tevergeefs, bleek deze week opnieuw: China weigert nog steeds met de 'Valse Hoer' te praten.

Er zijn nog maar achttien maanden te gaan, voordat de Britten de soevereiniteit over Hongkong moeten overdragen aan China. Een periode waarin nog 1001 dingen moeten worden geregeld, van afspraken over luchtvaart en paspoorten tot helderheid over het toekomstige bestuur van Hongkong. Veel van deze kwesties hadden allang afgerond moeten zijn, maar elk overleg werd sinds oktober 1992 lamgelegd door de ruzie over Pattens democratische hervormingen.

Al was zijn aanpassing van het kiesstelsel niet eens zo revolutionair, Peking schold de gouverneur uit voor alles wat vies en lelijk was. Hij zou op grove wijze de afspraken schenden die in 1984 met Thatcher waren gemaakt. Patten zette zijn zin echter door, waardoor afgelopen september meer leden van de Wetgevende Raad (Legco) rechtstreeks konden worden gekozen dan vroeger het geval was. Maar ze zullen hun vier jaar niet vol kunnen maken. Peking heeft aangekondigd op 1 juli 1997, na het strijken van de Britse vlag, het gekozen parlement onmiddellijk te ontbinden.

Met als gevolg dat de bevolking van Hongkong nauwelijks weet waar ze aan toe is, en steeds zenuwachtiger wordt. Wat zal er overblijven van de Chinese belofte dat hun Speciale Autonome Regio (SAR) “een hoge graad van autonomie” mag bewaren? Wat zal er overblijven van de persvrijheid? Peking heeft weliswaar toegezegd dat de zes miljoen inwoners hun individuele vrijheden mogen behouden, maar hoe gegarandeerd is dat?

De zware veroordeling van de Chinese dissident Wei Jingsheng in december, gaf hen weinig hoop. “Vandaag Wei Jingsheng, morgen jij of ik”, klonk het in de straten van Hongkong tijdens een protest-demonstratie.

Het vertrouwen van de bevolking van Hongkong in de Chinese leiders is zoek. Met deze boodschap ging de Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, afgelopen week naar Peking. Hij vroeg hen het vertrouwen te herstellen door na drie jaar doodzwijgen weer met gouverneur Patten te gaan praten. En door terug te komen op het besluit om de Wetgevende Raad te ontbinden.

Op beide verzoeken kreeg hij een glashard 'nee' te horen. “Dit is een afgesloten zaak. Dat is het Chinese standpunt, en dat zal niet veranderen”, aldus regeringswoordvoerder Chen Jian.

Verlangen

Desalniettemin noemde Rifkind zijn bezoek geslaagd, en de gesprekken “zeer positief”. “Aan beide kanten is er een verlangen om nu naar de toekomst te kijken in plaats van achterom”, zei hij donderdag na afloop van zijn ontmoeting met president Jiang Zemin. Ook commentatoren spraken van een dooi in de Brits-Chinese verhoudingen.

Het lijkt erop dat beide partijen inzien dat het hoog tijd is vriendelijker met elkaar om te gaan, omdat er nu toch snel een paar afpraken gemaakt moeten worden. Na Rifkinds eerste ontmoeting, met minister van buitenlandse zaken Qian Qichen, kondigde hij al op drie terreinen overeenkomsten aan: luchtvaartafspraken, de bouw van een containerhaven en verblijfsvergunningen.

Hongkong, de grootste goederenhaven ter wereld, moet nodig worden uitgebreid met een negende containerhaven. De aanleg vormde lang een struikelblok tussen Peking en Londen, vanwege de deelname van het handelsbedrijf Jardine Matheson. Dit bedrijf steunde de democratisering van Patten en tergde China door recentelijk delen van het bedrijf naar Singapore te verhuizen. Peking zegde deze week echter toe akkoord te zullen gaan met deelname van Jardine aan het consortium - dat overigens onderling flink verdeeld is.

Rifkinds andere mededeling over een doorbraak gold het recht op verblijf in Hongkong na 1 juli 1997. Die werd echter door de Chinese regering wat getemperd. “Ik zie het meer als een uitwisseling van gedachten tussen de twee ministers dan als een concrete onderhandeling”, zei de woordvoerder. Minister Qian zou slechts gezegd hebben dat “alle burgers die momenteel een permanente verblijfsvergunning in Hongkong hebben, deze ook na 30 juni 1997 zullen houden”. Een verklaring die veel onzekerheid laat voor niet-Chinese inwoners, zoals de Indiase gemeenschap, buitenlandse zakenlieden en Hongkong-Chinezen die door emigratie een andere nationaliteit hebben aangenomen.

Uit angst voor aantasting van hun mensenrechten hebben de afgelopen jaren tienduizenden mensen Hongkong verlaten, om ook in een ander land een paspoort te verkrijgen. Aanvragen om te emigreren naar Canada zijn vorig jaar met zestig procent toegenomen, en de verwachting is dat de groep dit jaar nog flink aanzwelt.

Cruciaal

Het zal een cruciaal jaar zijn, 1996, waarin China's bedoelingen met de kolonie duidelijk zullen worden. Deze maand wordt een Voorbereidend Comité geïnstalleerd, met 94 lieden uit Hongkong en 56 uit China - geleid door minister Qian. Hoewel de naam anders doet klinken, zal het een machtig comité zijn, dat onder andere moet zorgen voor een opvolger van Patten, en vermoedelijk voor een nieuwe Wetgevende Raad.

De samenstelling is veelzeggend: er zitten nauwelijks Democraten in (al wonnen zij de laatste verkiezingen met glans), maar wel veel hoge zakenlieden en Peking-gezinde functionarissen en academici. Voor hen is behoud van het economische wonder in Hongkong belangrijker dan behoud van de individuele vrijheden. Vandaar dat bij de Democratische partij pessimisme overheerst, vooral sinds Peking in november aankondigde de Bill of Rights in Hongkong te zullen aanpassen. Bepaalde wetten, op terreinen als openbare orde, de omroepen en telecommunicatie, dreigen hierdoor te zullen veranderen.

En Londen kan daar niets meer tegen doen, zoveel werd de bevolking van Hongkong wel duidelijk toen minister Rifkind aan het begin van de week even de kroonkolonie aandeed. Op een vraag over de ontbinding van het parlement, zei hij tegen de pers: “Het heeft voor mij geen zin tegenover u of de mensen van Hongkong te doen alsof Groot-Brittannië plotseling een formule zou kunnen verzinnen, die een eind kan maken aan de vastbesloten Chinese wens om instituten te ontmantelen.”

Voor parlementslid Christine Loh was Rifkinds taal duidelijk: “De Britten trekken hun handen af van de hele zaak.”

En een westerse diplomaat zei dat China vanwege deze houding nu bereid is tot zakelijke afspraken. “Het is een waterscheiding, omdat Groot-Brittannië eindelijk is opgehouden te pretenderen dat het enige zeggenschap heeft over de toekomst van Hongkong.”

mailIcon print |