AMSTERDAM (ANP) - De Hoge Raad heeft gisteren de cineast Louis van Gasteren in het gelijk gesteld. Dat betekent dat dagblad Het Parool Van Gasteren een schadevergoeding van zo'n 150 000 gulden moet betalen. Van Gasteren eiste schadevergoeding, omdat hij drie jaar geleden in die krant werd beschuldigd van het plegen van een roofmoord op een joodse onderduiker in 1943.
Met het arrest bekrachtigt de Hoge Raad de uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof, dat de vordering in augustus 1993 toewees. Volgens beide colleges waren de beweringen over de cineast onrechtmatig en beledigend. Het Parool ging in beroep teggen het arrest. De Amterdamse rechtbank had geoordeeld dat de publicaties niet onrechtmatig waren.
Van Gasteren bracht op 24 mei 1943 in zijn woning in Amsterdam de joodse onderduiker Walter Oettinger om het leven. De cineast was toen 22 jaar. In 1944 werd hij daarvoor veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Na de bevrijding stelde de voormalige illegale organisatie De Vrije Groepen zich op het standpunt dat Van Gasteren een daad in het belang van het verzet had gepleegd, omdat Oettinger anderen in gevaar zou hebben gebracht. In 1946 werd aan Van Gasteren gratie verleend.
Parool-verslaggever Bart Middelburg reconstrueerde de gebeurtenissen drie jaar geleden in een serie artikelen. Daarin zette hij vraagtekens bij Van Gasterens motieven. Hij suggereerde dat Oettinger wellicht het slachtoffer was geworden van een ordinaire roofmoord. Ook stelde hij dat Van Gasteren mogelijk een tweede onderduiker had gedood. Deze zou vergiftigde thee hebben gedronken die voor Oettinger was bedoeld. Later zou Oettinger alsnog uit de weg zijn geruimd.
Volgens de advocaat van Van Gasteren werden, na de publikatie, tal van opdrachten aan de cineast ingetrokken, als direct gevolg van de negatieve publiciteit.
Adjunct-hoofdredacteur A. Schmeink van Het Parool liet gisteren weten dat de krant het arrest van de Hoge Raad betreurt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.