*

 
dossier

Archief

Uitvinder wordt niet rijk van klapschaats

PAUL KATTESTAART − 09/02/96, 00:00

“De BRT-televisie had opnamen gemaakt tijdens de tests. Zit ik later met twee vrienden tv te kijken, zie ik ineens mijn eigen gezicht in beeld, met daaronder: Diederik Hol, uitvinder TU Delft. Dat komt zo onrealistisch over, dan moet ik alleen maar hartstikke lachen. Denk ik: Goh, ze zenden 't nog uit ook.”

Diederik Hol (23), student industrieel ontwerpen aan de Technische universiteit, is er nog niet aan gewend in de publiciteit te staan. Toch is dat sinds een paar maanden steeds vaker het geval. Hij heeft al heel wat uitzendingen opgenomen waarin hij voorkomt. Zijn la puilt uit van tijdschriften en kranten met verhalen over zijn uitvinding, de volgens kenners revolutionaire Rotrax 7-klapschaats.

In het kleine appartement op de achtste etage worden bed en zithoek gescheiden door een tekentafel en bureau. Diederik Hol maakt hier lange dagen achter zijn computer. Momenteel legt hij de laatste hand aan de definitieve ontwerptekeningen van zijn geesteskind waarmee zijn werkgever, Interraps in Almelo, komende week de eerste vijftig paar wedstrijdschaatsen, promotiemodellen, in produktie kan nemen. Daarna rest hem alleen nog het maken van een stageverslag en “mooie, snelle” presentatietekeningen, om in april af te studeren.

Vorig jaar in april kreeg de vijfdejaarsstudent de mogelijkheid voor een stage bij Interraps. De klapschaats heeft de toekomst, dachten ze daar, maar eerst dient de constructie verbeterd te worden. Ze zochten een technisch ontwerper die het honderd jaar oude idee nieuw leven wilde inblazen. Hol, meer een fanatiek wielrenner dan schaatser, greep zijn kans. “Dit was precies wat ik wilde. Van zo'n opdracht kun je alleen maar dromen. En ik achtte mezelf er goed genoeg voor.”

Binnen drie weken kwam Hol op het idee het scharnier tussen schoen en glij-ijzer te vervangen door een stangenmechanisme. Enkelstrekking en afzetbeweging van de voet zouden daarmee het dichtst die van het gewone lopen benaderen, waardoor de uit te oefenen kracht optimaal zou zijn. In september werd op de Uithof in Den Haag de eerste versie van de Rotrax aan de verzamelde media gepresenteerd. De ontwerper voerde het woord. “Vijftig journalisten en twee cameraploegen voor je neus. Ik ben al nerveus als ik op een verjaardag mijn familie moet toespreken. Gelukkig had ik een cursus presenteren gevolgd, want ik zag het al een beetje aankomen”, zegt hij lachend om zijn eigen zelfverzekerdheid. “De spanning was te snijden natuurlijk. Je treedt met je produkt naar buiten. Wat zullen ze erover schrijven?”

Zowel de ontvangst binnen de professionele schaatswereld als de testresultaten waren positief. De Delftenaar toonde zich echter ontevreden, ook over een verbeterd prototype. “De voetafwikkeling was nog niet zoals ik in gedachte had.” Een publikatie in Intermediair bracht uitkomst. Een van de vele reacties die Hol kreeg was van Bert Otten, een medisch fysicus van de Rijks universiteit Groningen. “Hij kende een zes-stangenmechanisme met zeven assen, dat ook in de allernieuwste knieprothese voorkomt. Half december besloten we samen te werken, want ik weet hoe je zoiets in een schaats kan toepassen. In razend tempo is daaruit de Rotrax 7 ontstaan.”

Diederik Hol eindigt zijn zinnen regelmatig met een lach. Alsof hij zich wil verontschuldigen voor de algemene waardering die hem ten deel is gevallen. “Het overkomt me gewoon.” Wedstrijdrijders als Falko Zandstra en Pim Berkhout, de Portugees De Marreiros, de Oostenrijker Eminger en de Pool Zygmunt zijn slechts enkelen van de vele schaatsers die inmiddels serieuze belangstelling hebben getoond. “Zygmunt en Eminger, beiden bewegingswetenschapper, waren zo enthousiast, dat zij er het liefst al het WK op hadden willen rijden. In Amerika en Duitsland bestaat interesse. Er is zelfs een fax uit Moskou gekomen.” Met de Rotrax 7 zullen wereldrecords gebroken worden, daarvan hebben anderen de ontwerper inmiddels overtuigd.

Grootste winst is volgens Hol de hoge mate van stabiliteit, waardoor de rijder ook in de bochten harder kan afzetten dan met welke andere (klap)schaats ook. Computersimulaties beloven een snelheidstoename van minstens 0,5 seconde over 500 meter. Vanwege zijn achtergrond heeft de ontwerper extra aandacht besteed aan uiterlijke kenmerken. “Mijn doelstelling was: ik wil naast een mooi mechanisme ook een puike schaats, die er futuristisch uitziet. Het motiveert ook. Zet mij in een tijdrit op een fiets met een fantastische look en ik rijd een kilometer per uur harder. En het stimuleert uiteraard de verkoop.”

Op de universiteit is Hol inmiddels een beroemdheid. Terughoudend: “Medestudenten zijn misschien zelfs een beetje trots . Zo werkt 't toch? Heb ik ook gehad. Als je een student ziet lopen, zoals de jongen die een prijs won met zijn zaklamp of degene met zijn praatpaal voor de ANWB, stoot je elkaar aan: 'Dat is 'm nou.' En nu ben ik dat opeens zelf. Laatst zei een meisje: 'O, daar heb je die bekende Nederlander'.”

Meer dan een gemiddelde stagevergoeding heeft Diederik Hol nog niet aan zijn inspanningen overgehouden en ook in de toekomst verwacht hij geen grote rijkdom. Het octrooi dat is aangevraagd staat op naam van Interraps. “Jammer? Ach, de tienduizenden guldens die zoiets kost kan ik toch niet betalen.” Wel heeft het bedrijf hem mondeling toegezegd dat hij erin meedeelt als de Rotrax 7 een ongekend commercieel succes wordt. De verstandhouding is goed genoeg om daarop te vertrouwen. “Gesteld dat volgend jaar elke wedstrijdrijder op mijn schaats overgestapt is, dan heb ik misschien een leuk zakcentje. Je moet echt niet in tonnen denken, hoor. Trouwens, het is toch veel mooier dat jij de ontwerper bent van de schaats waar iedereen op rondrijdt? Daarmee zou ik blijer en trotser zijn dan met zakken vol geld.”

“Ik hoop dat ik na mijn afstuderen met behulp van alle publiciteit een aardige baan kan krijgen. Daar is het allemaal toch om te doen. De markt voor schaatsen is waarschijnlijk te klein om je als academicus full-time met produktontwikkeling te kunnen bezighouden. Beter zou zijn een ontwerpbureau of produktiebedrijf. Ik heb min of meer laten zien dat ik iets moois, iets goeds kan maken. Maar ik ben mij er wel degelijk van bewust dat de bekendheid die ik in bepaalde kringen geniet maar tijdelijk is. Het motiveert mij alleen maar om nog eens iets te verzinnen dat zoveel succes heeft. Pas dan bewijs je dat je goed bent.”

Inmiddels is de uitvinder zelf ook aan het oefenen. “Ik ben nooit een schaatser geweest. Reed vroeger weleens op natuurijs, maar daar hield het mee op. Sinds mijn stage kan ik er eigenlijk niet onderuit. Dacht: nou wil ik het goed leren ook. Nu ga ik tweemaal per week naar de schaatsbaan.”

mailIcon print |