*

 
dossier

Archief

Ambtenaren gefrustreerd nu rechter optreden tegen drugsoverlast onmogelijk heeft gemaakt

HANS MARIJNISSEN − 06/01/96, 00:00

Staatssecretaris Kohnstamm (binnenlandse zaken) en Kamerleden van PvdA en VVD werken ieder apart aan voorstellen voor een nieuwe wet die het gemeenten gemakkelijker moet maken panden te sluiten van waaruit drugs worden verhandeld. Voor een gemeente als Venlo kan die 'dichtspijker-wet' er niet snel genoeg komen, nu de rechter verder optreden onmogelijk heeft gemaakt. Over de frustraties van een ambtenaar aan de andere kant van de klachtenlijn.

De mensen denken dat de politie een drugspand maar moet binnenvallen, zegt Vincken, en de dealers moet wegvoeren zodat de gemeente direct daarna de sponningen met hardboard kan dichtspijkeren. Maar zo simpel ligt het niet. Toch wist Venlo - ondanks alle beperkingen - de afgelopen jaren met een strikt beleid de overlast in de grensplaats aardig terug te dringen. Door de inzet van een speciaal politieteam konden in vier jaar tijd 35 van de 40 coffeeshops worden gesloten. “Dag in dag uit zijn de shops op de voorraad gecontroleerd en indien deze te veel soft drugs in huis hadden werden zij zonder meer voor een aantal maanden gesloten. Na de heropening werd geen enkele hasjverkoop meer toegestaan. Alhoewel op sommige plekken nog onder de toonbank wordt verkocht en er her en der in de stad wat straathandel is ontstaan, kunnen we zeggen dat die acties succesvol zijn geweest. De overlast is in ieder geval een stuk afgenomen.”

Venlo staat in haar drugsprobleem niet alleen. Bijna een kwart van de gemeenten kampt met problemen die te maken hebben met handel in en gebruik van zowel soft als hard drugs, zo blijkt uit onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Gemeenten noemen woonhuizen het meest als verkooppunt van zowel soft als hard drugs. Na het woonhuis volgt het café. Pas op de derde plaats komt de coffeeshop.

Venlo ging aanvankelijk even voortvarend te werk bij de aanpak van de handel in met name hard drugs vanuit woningen, maar moest omdat het hier woonhuizen betrof omzichtiger te werk gaan. “Kenmerkend voor de situatie in Venlo is dat in de achterstandswijken als Genooi en buurten in Berlicum vanuit huurflats in dope wordt gehandeld”, zegt Vincken. “Het betreft vaak mensen die zelf ook gebruiken en wat willen verdienen aan de verkoop aan maatjes uit het circuit. De flatbewoners zien zodra ze een verkooppunt in de buurt hebben, vreemde verslaafden over de galerijen spoken, er wordt gebruikt in de lift en de vuile spuiten liggen op het trapveldje. Deze verkoop is stukken hinderlijker dan die in de coffeeshop, maar veel moeilijker aan te pakken. Je kunt iemand niet zomaar uit zijn huis zetten.”

Daarom koos Venlo voor de volgende oplossing. Burgers konden bij overlast een speciale klachtenlijn op het politiebureau bellen, zodat informatie kon worden vergaard. Vervolgens ging de politie bij verdachte panden posten en pakte klanten op voor verhoor. En was de handel aantoonbaar, dan kon tot een inval worden besloten. Maar strafrechtelijk is er niet zoveel tegen de handel te doen. Zolang er maar kleine porties hard drugs worden aangetroffen, staat de dealer snel weer op straat.

“In zo'n geval moet met name de gemeente overgaan tot actie. En dat deden we tot kort geleden ook. Op basis van het zogenaamde overlastartikel in de Algemene politieverordening (APV) had Venlo de mogelijkheid een woning voor drie maanden te 'sluiten', dat wil zeggen: de bewoners kunnen nog wel blijven, maar hen is niet toegestaan bezoek of in dit geval klanten te ontvangen. Een plakkaat op de deur maakt het verbod aan iedereen kenbaar”, aldus Vincken.

Een werkwijze die resultaat had, zegt Vincken, ook doordat de politie nauwlettend in de gaten hield of men zich aan het verbod hield. “Daarbij kwam dat ook de woningbouwvereniging in actie kwam indien de gemeente tot sluiting van de woning overging. In de termijn van drie maanden had de verhuurder een uitspraak van de kantonrechter zodat op grond van dezelfde overlast de huurovereenkomst werd ontbonden. De dealers moesten dus vertrekken en geen enkele woningbouwvereniging wilde hen nog hebben. Ik kan zeggen dat we in een periode van twee à drie jaar uit 80 woningen de dealers hebben kunnen verdrijven.” Maar aan dat succes kwam vorig jaar augustus definitief een einde.

“Nadat Venlo de woning van een vrouw in de Veestraat in Venlo-Noord wegens overlast had gesloten, diende deze een bezwaarschift in omdat niet zij, maar haar vriend in drugs zou hebben gehandeld, zij van niets wist en zij ook niet door de gemeente was gewaarschuwd.” Burgemeester en wethouders hebben de zaak toen heroverwogen maar bleven op hun standpunt van sluiting staan.

Daarop ging de vrouw naar de rechtbank in Roermond die in januari 1995 de uitspraak deed dat sluiting van de woning in strijd was met artikel 10 van de grondwet waarin het recht op eerbiediging van de persoonlijk levenssfeer wordt beschreven. Die mag wel beperkt worden, aldus de rechtbank, maar dan wel op basis van een wet in formele zin en niet met slechts een APV in de hand.

“Die uitspraak betekende een einde van ons optreden” zegt Vincken. “De rechtbank vond dat er geen wettelijke basis is voor de sluiting van drugspanden. We zijn nog wel in beroep gegaan bij de Raad van State - de hoogste bestuursrechter - maar die heeft de afgelopen zomer eenzelfde uitspraak gedaan. Vrij vertaald stelt de Raad van State eigenlijk dat je op basis van de grondwet op dit moment in je woning eigenlijk alle soorten overlast kunt veroorzaken. Wij hadden graag gezien dat de Raad van State uitzonderingssituaties had gedefinieerd (bijvoorbeeld overlast door drugshandel) waarbinnen toch kan worden opgetreden. Maar dat gebeurde niet en de uitspraak betekende het definitieve einde van onze werkwijze.”

Hemd

Venlo stond en staat in zijn hemd zegt Vincken. “Onze burgemeester J. van Graafeiland herhaalde maar: 'Hoe leg ik dit mijn burgers uit?' En dat is ook moeilijk. Feitelijk dient een ambtenaar aan de klachtenlijn nu tegen burgers te zeggen: mevrouw, ik weet dat u veel last hebt van uw dealende buren maar dat mag in Nederland. Aan die praktijk moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt.” Vincken heeft in zijn la al de dossiers van veertig panden waartegen op dit moment niet kan worden opgetreden.

Een brandbrief van Venlo aan de ministeries van binnenlandse zaken en justitie en aan de Tweede Kamer, heeft resultaat gehad. Staatssecretaris Kohnstamm én Kamerleden van PvdA en VVD zijn met plannen gekomen. De Kamerfracties willen zelfs bij wet geregeld zien dat drugspanden kunnen worden onteigend. Een mooi streven, vindt Vincken. “Toch zitten daar nogal wat haken en ogen aan die kunnen leiden tot lange discussies. Daarom pleiten wij voor een beperkter voorstel van Kohnstamm die de gemeentewet wil aanpassen. Daarin zou beschreven moeten worden dat de gemeente in bepaalde gevallen bevoegd is het recht op privacy te beperken. Daarmee wordt eigenlijk gezegd dat de gemeente panden mag sluiten. Als dat zo letterlijk in de gemeente-wet staat, geldt een beroep op artikel 10 namelijk niet meer. Daarin staat immers beschreven het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levensfeer, behoudens een beperking volgens de wet.”

Vincken zal nog minstens een jaar op de nieuwe wet moeten wachten. Hij verbloemt niet dat zijn handen jeuken.

mailIcon print |