*

 
dossier

Archief

Voorjaar

Peter Sierksma − 20/03/99, 00:00

Het weer roept om een lentegedicht. Geen mooier moment in het jaar dan het begin van het voorjaar. Het geluid van de auto's in de stad klinkt opeens anders dan daarvoor. 's Ochtends om zes uur al. Helderder werkt het in op een merkwaardig genoeg dromeriger geest. Daarbij fluiten de lijsters en de merels en is het zelfs als het grauw is buiten toch minder grauw dan in de winter. Het doffe is eraf. Opstaan is geen probleem meer. De sluier afgelegd. Tijd voor eitjes en paaseitjes. Tijd voor de grote schoonmaak. 'In het oog van de lente bloeit een witte acacia'. Weg met de winterboeken. Reve kan weer worden opgeruimd. Dickens? Weg ermee. Ook even geen Iris Murdoch meer, er mag weer gelachen worden en geniest, want het gras ruik ik ook alweer.

Het schaatsen wordt vervangen door het wielrennen. De trieste, peinzende en nooit helemaal aanwezige Postma maakt plaats voor de breedlachende Boogerd. Parijs-Nice, Milaan-San Remo. O, dat scherpe zonnetje. De eerste bloesem. De nieuwe linksbuiten. Hitchcock wordt vervangen door Fellini's Amarcord: primavera, lente! De mensen komen uit hun huizen, het park zit alweer vol. Tijd voor muziek, tijd voor een terrasje. Tijd ook voor de Nacht van de Poëzie. Voor Pasen en Beloken Pasen.

Ik zoek een gedicht. Een gedicht dat reikt naar het licht. Iets verliefds en verlichts. Wie was dat toch? Niet de zee, dat is te zwaar. Maar wel het water. De tinteling van de rivier. Wie was het toch ook weer? Lodeizen, aan de Lek?

omdat het nu weer lente is

omdat de bloemen het nu weer

proberen: de liefde voor de lucht

zal ik aan de wind teruggeven

wat ik 's winters van haar geleend

heb: het witte doek der liefde

en de twee strikken der zaligheid.

Ja, laten we het zo maar noemen. Voorjaar. Erop uit. Lodeizen lezen aan de Lek.

mailIcon print |