SCHIEDAM - Heb je het ongeluk van een exotische naam of spreek je stuntelig Nederlands, dan kom je in de meeste Nederlandse galeries moeilijk aan de bak. Ook al is je werk nog zo prachtig. In het Rijnmondgebied heeft een aantal 'kunstenaars met een multiculturele achtergrond' de handen ineen geslagen om dat probleem aan te pakken. Hun organisatie Art in Action beoogt “door middel van kunst inhoud te geven aan de multiculturele dialoog”.
Die dialoog krijgt het komende jaar gestalte in een tiental exposities in het Rijnmondgebied, mogelijk gemaakt door subsidies van onder andere Vluchtelingenwerk en de gemeente Rotterdam. De eerste van die exposities opent maandagmiddag in Galerie Abrikoos in Rotterdam.
Een van de initiatiefnemers is de Iraaks-Koerdische schilder Sabah Rash uit Schiedam, die sinds zes jaar in Nederland woont. Hem is het vorig jaar wel gelukt om een goed bezochte expositie van zijn werk te houden in de Sint Laurenskerk in Rotterdam. Maar ook is het hem overkomen dat een galeriehouder hem zonder aarzelen doorverwees naar een galerie in Amsterdam die is gespecialiseerd in Oosterse kunst. Hij deed dat toen hij in de witte omlijsting van Rash' volstrekt abstracte kunst, die evengoed zou kunnen zijn geproduceerd door een Canadees, Arabische tekens ontwaarde.
Rash: “Ze zetten je in een hokje. Maar kunst is per definitie internationaal. Je krijgt zeer ongewenste toestanden. Zoals schilders die hun doek signeren met een Nederlandse naam om beter in de smaak te vallen. Erger wordt het als ze ook hun stijl aanpassen. Hun werk verliest dan alle karakter, er blijft niets over. De eerste boodschap die wij aan de deelnemers aan Art in Action meegeven is dan ook: blijf jezelf.”
Bij de eerste expositie krijgen het werk van de Iraakse schilder Salman Al-Basri en de Bosniër Jasmin Coso een kans. Coso bevond zich in het buitenland toen de oorlog in zijn land uitbrak. Hij liep daardoor een beurs mis van de Unesco, die hem in staat zou stellen zich te bekwamen in conservatie- en restauratietechnieken. Als kunstenaar voelt Coso zich “ongelooflijk teleurgesteld” in Nederland. Hij had in het land van Rembrandt en Van Gogh bij het publiek meer enthousiasme voor kunst verwacht. “In Sarajevo was dat beter.” Zijn vrouw Litiana, een operazangeres, beaamt dat. “Alle fabrieken in Sarajevo liggen plat maar toch blijven de mensen kunst kopen.” Ze vindt het ongelooflijk hoeveel geld Nederlanders soms uitgeven aan regelrechte kitsch. Over de moeilijkheden om als kunstenaar aan de bak te komen zegt ze: “Je werk zou voor zichzelf moeten spreken. Maar zo gaat het niet. Het is heel belangrijk hoe je het aanbiedt. Nederlandse kunstenaars weten de weg en kunnen ook het goede praatje houden.” Heel vervelend vindt ze het als mensen hen eerst uithoren over Bosnië voordat ze aandacht schenken aan de kunst. “De mensen die zich hier met kunst bezighouden denken zo commercieel”, klaagt ze.
De Chinese schilder Guo Hua Luo moet nog even wachten voordat hij aan de beurt is. Vier jaar geleden vluchtte hij met zijn vrouw vanuit China via Vietnam naar Nederland. Taiwanese mensensmokkelaars hielpen hen daarbij. Vijf jaar geleden hield hij zijn laatste expositie, dat was nog in China, in de academie. “Kunst in China is klein”, zegt hij en het kost wat moeite om erachter te komen wat hij bedoelt want de conversatie in het Nederlands verloopt niet soepel.
Het betekent niet dat de interesse in China voor kunst weinig zou voorstellen, integendeel zegt hij. Als hij met een glanzend gezicht wijst op het abstracte werk van Rash wordt duidelijker wat hij wel bedoelt. Nee, zulke kunst leerden ze in China op de academie niet, ze beseften amper dat die bestond. De voorgeschreven stijl was realisme. Van Gogh kregen ze wel onderwezen. Vooral diens portretten vinden ze in China prachtig.
Zijn klanten in China kwamen vooral uit Hongkong en Macao. Soms mocht hij een muurschildering maken in een bedrijf. Ook Guo Hua Luo wil ooit de sprong in het avontuur van de nieuwe stijlen wagen. Hij droomt van een synthese van de Chinese en de westerse schilderkunst. Maar in het werk dat hij laat zien heeft hij dat nog niet echt aangedurfd. Bij Nederlandse galeries vangt hij tot nu toe bot. Toch heeft hij ook hier een kring van fans opgebouwd. Voor een deel dankt hij dat aan zijn Nederlandse buren, die zijn werk mooi vinden. Ze sturen hun visite op hem af. Ook bij Chinese restaurants valt zijn werk in de smaak. Maar bij Chinese particulieren slaat hij nauwelijks aan. “De Chinezen in Nederland komen bijna allemaal uit Hongkong. Die mensen doen in hun hele leven niets anders dan werken, werken en werken”, legt hij uit.
Sabah Rash begrijpt wel een beetje waarom de galeriehouders schrikken van een exotische naam. “Die mensen denken commercieel, ze zijn bang dat ze van zulke mensen weinig werk zullen verkopen. Dat ze commercieel denken nemen we ze niet kwalijk, want dat doen we zelf ook.” De bezoekers van de expositie kunnen een evaluatieformulier invullen, waarin ze duidelijk kunnen maken wat ze van de kunstenaars vinden en voor welk soort werk ze een voorkeur hebben. Sabah Rash: “We moeten de markt leren kennen. En omdat niemand die voor ons onderzoekt doen we het zelf maar.”
Herman Divendal, coördinator van de vereniging Aida, kan zich redelijk vinden in de beschrijving die de buitenlandse kunstenaars geven van hun problemen. Al zijn er volgens hem ook galeries die wel ruimte bieden, zij het dat die gevallen spaarzaam zijn. Aida is een internationale vereniging die zich inzet voor de verdediging van kunstenaars. Volgens Divendal zijn er talrijke groepen als Art in Action. Aan de ene kant juicht hij het toe dat kunstenaars het heft in eigen handen nemen. Maar hij betreurt het dat het “kennelijk zo moet”. Volgens hem zou elke kunstenaar zich moeten kunnen binnenvechten in het circuit. Veel buitenlandse kunstenaars komen naar Nederland als vluchteling. Zelfs als ze in eigen land een beroemdheid waren dan zijn ze hier vaak totaal onbekend. Divendal: “Hun staat van dienst elders in de wereld is in een keer afgebroken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.