*

 
dossier

Archief

Niemann maakt klapper als nooit tevoren

JOHAN WOLDENDORP − 17/02/97, 00:00

NAGANO - Stefan Gneupel maakte een grap. Hij refereerde aan Warschau, waar de volgende maand de WK afstanden plaatsvinden. Ken je de slogan van die stad? vroeg hij. Kom naar ons toe, Uw auto is er al.

Stefan Gneupel zal ongetwijfeld vaker grappig zijn. Alleen voelde hij zich lange tijd niet geroepen op ontspannen toon met relatief onbekenden te converseren. Stefan Gneupel was gisteren bovenal een opgelucht man, want hij is trainer van Gunda Niemann. In die hoedanigheid was hij bijvoorbeeld eind november tijdens de wereldbekerwedstrijd in Berlijn amper aanspreekbaar. Vragen over de vormcrisis waarin de nu zesvoudige wereldkampioene verkeerde, vond hij maar lastig. Korzelig gaf hij antwoord.

Het was in de tijd dat Tonny de Jong de voorheen ongenaakbare Niemann meer dan eens aftroefde. De Erfurtse schaatste technisch allerbelabberdst, terwijl de frêle Friezin op haar klapschaatsen vrolijk het ene persoonlijke record na het andere verbeterde. Menigeen vreesde voor het Indurain-effect: een sporter die heerste zoals heel weinigen heersten, maar een jaar te lang doorging. Gneupel geloofde toen noch in de klapschaats - de Duitsers ondernamen bij de ISU zelfs pogingen het technologische snufje te verbieden - noch in een voortijdig einde van zijn pupil als sportvrouw. Hij wees omstanders op de knie-operatie die ze in december 1995 (!) had ondergaan. Het zal wel, maar hoe kon een schaatsend wrak dan in de winter van '96 Europees en wereldkampioene worden? Gneupel had geen zin om het uit te leggen.

Die verklaring kwam er gisteren wel. Conditioneel leed ze niet onder de medische ingreep, en op routine kon ze haar 'concurrentes' toen nog wel de baas. Het verwijderen van de meniscus maakte het echter onmogelijk de afgelopen zomer het voorgeschreven krachttrainingsprogramma af te werken. Het perfectioneren van de schaatshouding was helemaal uit den boze. “Ga jij maar eens zo staan met een kapotte knie,” zegt Gneupel, “dat is onmenselijk.”

Het Europees kampioenschap was daarom in januari nog niet tot speerpunt verheven. De mentaal kwetsbare Niemann kampte, hoewel ze het tegensprak, met een groot gebrek aan zelfvertrouwen, maar testte ondertussen in het geheim de klapschaats. Twee weken na het EK werd in Davos de ommekeer ingeluid. Niemann vernederde De Jong op de 1500 en 3000 meter. “Die deed er toen nogal lacherig over”, herinnert Gneupel zich, “maar het is duidelijk dat we de Nederlanders psychisch een forse tik uitdeelden.”

Niemann stond er in de M-Wave van Nagano als nooit tevoren. Met een werkelijk verbluffende serie verbeterde ze het wereldrecord punten dat ze drie jaar geleden op het EK in Hamar al scherper had gesteld.

Ze was dicht bij een nieuwe mondiale toptijd op de 3000 meter en mag zich sinds zaterdag de op één na snelste vrouw op de metrische mijl noemen. 2.00,51, Flitste op het scorebord, een fractie sneller dan Yvonne van Gennip op de Olympische Spelen van Calgary reed, maar nog wel ruim een tel boven de fabelachtige tijd (1.59,30) die Karin Kania in maart 1986 in Alma Ata schaatste. Net als de Medeobaan is die score onderhevig aan erosie, al ziet het er naar uit dat Kania's toptijd ook dit seizoen nog onaantastbaar blijft. Na de WK afstanden in Warschau - “op die Scheissbaan”, zegt Gneupel, die kennelijk iets tegen Polen heeft - doet Niemann het licht uit. De recordwedstrijden in Calgary interesseren haar niet.

Goede gevoel

“Ik wilde wereldkampioene worden en het goede gevoel terugkrijgen”, sprak Niemann. “De gedachte wereldrecords te breken spookte geen moment door mijn hoofd. Daarvoor schaats ik niet.” Dat goede gevoel uitte zich na de 1500 meter op hoogst curieuze wijze. “Direct na de finish zag ik 2.01,51 op het bord staan. Toen ik tijdens het uitrijden nog eens keek om te zien wat de anderen hadden gereden, stond er 2.00,51. Ik dacht: Wauw, wat is dat nou?”

De klapschaats leverde een belangrijke bijdrage aan de sportieve wedergeboorte van Niemann. Tijdens de persconferentie was ze lyrisch over het 'nieuwe' wonder. “Ondanks het feit dat het op de training goed ging, had ik er tot de 500 meter twijfels over. Red ik het of red ik het niet. Maar als je er aan gewend bent, rijd je er heerlijk op.” “Haar slag is precies goed op die dingen,” oordeelt Annamarie Thomas, die, pratend over de klapschaats, nog aan een inhaalslag moet beginnen. “Ik heb altijd gezegd: als ze goed rijdt op de klapschaats, wint ze weer alles.” In zo'n situatie is alle ellende relatief en zijn de immense teleurstellingen van het voorseizoen ineens de kleurrijke stukjes die perfect in de legpuzzel passen. Dan komt het als geroepen dat ze naast de Europese titel greep. “Zeker wanneer je als topsporter jarenlang in de schijnwerpers staat, kan het geen kwaad om ook een keer te verliezen,” vindt Niemann. “Het wordt dan stil om je heen, je krijgt eindelijk de tijd om eens normaal adem te halen. In die zin is de nederlaag in Heerenveen goed voor me geweest. Je leert minder gulzig te worden. Wel proberen wereldkampioene te worden, niet proberen ook nog wereldrecords te rijden. Een mens moet niet te veel willen.”

Door de glorieuze terugkeer van Niemann - die in de persoon van de wereldkampioene junioren Anni Friesinger haar opvolging al geregeld lijkt te hebben - moest de Nederlandse delegatie een stap terug doen. Aan de andere kant beleefde Thomas voldoening aan het feit dat ze voor de eerste keer dit seizoen vier afstanden in één toernooi goed reed, en maakten Barbara de Loor en Tonny de Jong cijfermatig een aanzienlijke progressie door. De Loor stelde twee persoonlijke records (500 en 1500 meter) scherper, De Jong drie. De Europees kampioene verbeterde zich op de twee korte allroundafstanden en haalde spectaculair uit op de langste. Ze miste op slechts twee-tiende het Nederlands record van Van Gennip op de vijf kilometer. Wel schaatste ze een kleiner puntentotaal bij elkaar dan ruim een maand geleden in Thialf, en dat getal verdwijnt wederom in het nationale recordboek. Last but not least scheelde het maar weinig of De Jong had haar eerste WK-medaille een zilveren in plaats van een bronzen glans gegeven.

Een mijlpaal op de 5000 meter had geen moment door haar hoofd gespookt. Ze had de hele tijd een schema van 7.16 aangehouden, maar slaagde er, als gebruikelijk, in aan het eind te versnellen. De suprematie van Niemann maakte De Jong niet een illusie armer, noch wilde ze het handvol overwinningen op de Duitse superschaatsster afdoen als een incident. “Ik won van haar toen ze niet goed in vorm was, maar ik was op die momenten wel de snelste. Als je haar nu bezig ziet, zou het best kunnen dat ze een paar jaar aan de top blijft.” Stefan Gneupel zal nog heel wat moppen komen vertellen.

mailIcon print |