*

 
dossier

Archief

Gewenste intimiteiten

LEO PRICK − 10/04/96, 00:00

Waarom is het een probleem als een leraar een relatie heeft met een leerling? Daar kan ik twee argumenten voor bedenken. In de eerste plaats de leeftijd en in de tweede plaats de afhankelijkheid of onderlinge ongelijkwaardigheid.

Wat betreft de leeftijd verschaft de wet duidelijkheid. Volgens artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden ontucht te plegen met een minderjarige die bij je in opleiding is. Dus moeten leraren afblijven van de leerlingen zo lang die jonger zijn dan 18 jaar. En al die anderen, hoe zit het daar mee?

Leerlingen kunnen met hun persoonlijke problemen bij een docent aankomen. Dat schept een afhankelijkheidsrelatie die je kunt vergelijken met die in de hulpverlening. Daar geldt de strikte regel dat er sprake is van misbruik wanneer je vanuit die positie een relatie begint. Je taak is dan te helpen en niet geholpen te worden. Maar lang niet iedere leraar vervult een dergelijke rol en zeker niet voor alle leerlingen.

Wel zal er altijd sprake zijn van een zekere machtsrelatie. De leraar moet de leerling houden aan de regels van de school en, als die leerling ook nog les van hem heeft, een oordeel geven over de kwaliteit van zijn prestaties. Als zij buiten de school het bed delen en daar, laten we aannemen, in een volstrekt gelijkwaardige positie verkeren, kan dat die andere relatie bemoeilijken. Je kunt niet vandaag met hem of haar vrijen en morgen wegens klieren de klas uitsturen.

Maar is dat probleem nu uniek voor het onderwijs? Buiten de school zijn seksuele relaties, gegroeid vanuit een gezagsrelatie, heel gewoon: de filiaalchef met de vakkenvulster, de directeur met zijn secretaresse, de redacteur met de stagiaire, de wetenschappelijk medewerkster met een student, de professor met zijn promovendus, de artistiek leider met een acteur, de choreograaf met een danser, en zo kan ik nog uren doorgaan met het opsommen van allemaal heuse, echt gebeurde gevallen. Daar wordt niet de klas, maar eventueel wel de laan uitgestuurd.

Zo lang het goed gaat, is er niks aan de hand, maar zodra het verkeerd gaat kan een toneelgroep, een bedrijf, een afdeling, daar behoorlijk last van hebben.

Alle reden dus om het niet toe te juichen, maar te voorkomen valt het niet. Noch op de werkplek kantoor, noch op de werkplek school.

De jonge, beginnende leraar wordt, zeker als hij ook nog wat te vertellen heeft, per definitie interessant gevonden. De bewondering die schrijvers met eenzaam ploeteren moeizaam veroveren, krijgt hij reeds op jonge leeftijd in de schoot geworpen. Hij wordt geadoreerd, aanbeden en van Henk van der Meyden weten we hoe moeilijk het is daar ongevoelig voor te blijven.

Er was een tijd dat het gros van de docenten jong was. Dat gaf de leerlingen de mogelijkheid te kiezen op wie hun affectie te richten. Nu gaat alles naar die ene jonge leraar of lerares. Dit leidt tot afgunst. Laten we hopen dat die jaloezie, gevoed door de excessen van de laatste weken, niet leidt tot een heksenjacht.

mailIcon print |