AMSTERDAM - John Majors Conservatieven probeerden gisteren de blow te verwerken, die de Britse ex-premier Margaret Thatcher donderdagavond uitdeelde in haar belangrijkste politieke rede sinds vijf jaar. Het kostte moeite.
Partijvoorzitter Brian Mawhinney noemde het optreden van Thatcher 'devastating' (verwoestend) voor de Labourpartij. Maar diverse commentatoren concludeerden dat dit meer gold voor de eigen partij.
Natuurlijk de 'ijzeren dame' schilderde oppositieleider Blair af als onbetrouwbaar, omdat hij of naar de pijpen gaat dansen van extreem-links in zijn partij, of als rechtgeaard sociaal-democraat een gat in zijn hand blijkt te hebben, dan wel beide. Maar haar werkelijke mikpunt was John Major.
De premier en Conservatief partijleider zette deze week de lijn uit voor de komende verkiezingsstrijd. Zijn uitgangspunt: de partij verenigen op een beperkt programma. Tamboereren op de economische successen van het verleden en die nog in het verschiet liggen, dank zij de Tories. En duidelijk maken dat Labour dat allemaal dreigt te vernietigen.
Koud 36 uur later roept Thatcher dat de verkiezingen - uiterlijk in april '97 - zo niet gewonnen worden door de Tories. Pontificaal stapte zij over de kritiek heen van partijgenoten die weglopen omdat de partij zich te 'rechts' opstelt: “Kletskoek.”
“Wij (de Conservatieven - red.) zijn impopulair omdat de middenklasse en de mensen die daartoe willen behoren niet langer de aansporing en de kansen krijgen die zij verwachten van een Conservatieve regering”, analyseerde de barones. Haar remedie: terug naar een radicale, 'rechtse' agenda. Haar programma van de jaren tachtig, riepen commentatoren. Wat Thatcher wil zeggen, is dat zij te vroeg en ten onrechte vijf jaar geleden aan de dijk is gezet.
Sommigen (The Independent) groeven dieper, naar positieve aanknopingspunten die haar opvolgers wellicht op een nieuwe strategie zouden brengen. Tenslotte is de ex-premier een vrouw met veel politieke ervaring, en houdt zij nauwgezet de jongste internationale ontwikkelingen bij.
De redevoering van Thatcher had als motto 'Vrijheid en een beperkte overheid'. Onder het eerste kopje - vrijheid - viel weinig nieuws te beluisteren: haar bekende anti-Brussel opvatting, geen federaal Europa. Met haar opmerkingen over inperking van de overheid sloot zij echter aan op een discussie die in de VS en andere Europese landen wordt gevoerd. Hoeveel procent van het nationaal inkomen mag de overheid gebruiken voor haar activiteiten: 10 procent zoals in Hongkong, 30 (VS) of 40 zoals in Groot-Brittannië?
De discussie speelt ook in de Britse Conservatieve partij. De minister van financiën, Kenneth Clarke, pleitte eind vorig jaar voor beperken van de overheidsuitgaven tot onder het huidige niveau. Het kernprobleem is: hoe ver moet de overheid daarin gaan, en welke activiteiten dient zij op te geven nu, in Engeland, de mogelijkheden tot privatisering haast zijn uitgeput en het maximum aan besparingen is bereikt door meer efficiency.
Oogappel
De door Thatcher geprezen rechtervleugel van de partij verschaft daarover niet meer duidelijkheid dan 'radicaal' te willen snijden. Het gebrek aan specifieke doeleinden was een van de redenen waarom de campagne van haar oogappel John Redwood om Major het partijleiderschap te ontnemen vorig jaar zomer strandde.
De barones zelf verzuimde donderdagavond precieze invulling te geven aan het door haar gepropageerde radicalisme. Zij beval de lectuur aan van professor Patrick Minford (die pleitte voor forse belastingverlaging en hakken in de budgetten voor sociale zekerheid). En zij deed een felle aanval op het 'One-nation Toryism' van de meer liberale linkervleugel, het idee dat de partij zowel oog moet hebben voor de kansrijken als de kansarmen. “Dat is No-nation Conservatism”, aldus Thatcher.
Dus wat draagt zij bij aan het herstel van de Conservatieven door zich met haar volle gewicht achter de rechtervleugel op te stellen? Deze club wordt ervan verdacht niet te streven naar winst bij verkiezingen, maar in de oppositie 'orde op zaken' te willen stellen door haar agenda op te leggen aan de partij. De dame met de handtas onderstreepte echter dat een tijdje oppositie geen uitzicht biedt. “De voordelen daarvan worden overdreven door mensen die nooit in de oppositiebankjes hebben gezeten.” Met andere woorden: Major moet meteen het rechtse programma overnemen.
Thatcher betoogde dat het streven naar eenheid binnen de partij (door Major) geen doel in zichzelf mag zijn, een dictaat waaronder het rechtse minderheidsstandpunt wordt weggedrukt. Er moet ruimte zijn voor discussie. Dat klonk vreemd uit de mond van de ex-premier die in haar beginjaren de 'wets', de liberale 'one-nation Tories' die destijds in de minderheid waren, een voor een de nek omdraaide omdat zij geen tegenspraak duldde. Bovendien: waren niet juist onder haar bewind de overheidsuitgaven de pan uitgerezen?
Major besloot gisteren Thatchers oproep voor kennisgeving aan te nemen: hij legt haar adviezen naast zich neer. Major toonde zich geïrriteerd. Hij wil het liefst de interne oorlog zo snel mogelijk beëindigen, en die is nu weer lekker opgestookt door 'mrs. T'.
De premier blijft desperaat de rol van evenwichtskunstenaar vertolken, hoewel met de dag duidelijker wordt dat zijn balanceer-act wel moet mislukken. In de peilingen zijn de Conservatieven gekelderd van 31 naar 26 procent (tegen Labour onveranderd 48). Zijn slinkende meerderheid in het Lagerhuis brengt het spookbeeld van snelle verkiezingen angstwekkend dichtbij. Dat maakt Major tot een geteisterd man. Want behalve tegen zijn partijgenoten moet hij het ook nog eens opnemen tegen de formidabele Tony Blair. De Labour-leider heeft zijn zaakjes strak geregeld. Hij wordt ook niet voor de voeten gelopen door voormalige kopstukken die maar niet willen accepteren dat hun rol is uitgespeeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.