*

 
dossier

Archief

'Onbegrijpelijk dat hulpverleners zo onverantwoord handelen'

Door: redactie − 04/12/96, 00:00

Van een onzer verslaggeefsters DEN HAAG - Officier van justitie D. van der Broek is zelf gaan kijken in de afgelegen buurtschap Oud Verlaat bij Rotterdam, waar op 17 februari van dit jaar het lichaam werd gevonden van de 37-jarige N. Jaddoe uit Gouda. Hij bleek overleden aan onderkoeling, nadat twee agenten van de Goudse politie hem de avond tevoren daar in hulpeloze toestand hadden achtergelaten.

“In the middle of nowhere hebben ze deze man gedropt, terwijl hij amper op z'n benen kon staan. Het is onbegrijpelijk dat agenten, wier professie toch ook is om hulp te verlenen, zoiets doen.”

Op zulk onverantwoord en ontoelaatbaar gedrag moet een substantiële straf staan, meent de officier, want dit kan absoluut niet door de beugel. Hij eiste tegen beide agenten negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met twee jaar proeftijd. De straf mag worden omgezet in dienstverlening.

Tijdens de zitting bleek dat de agenten naar eigen goeddunken hebben gehandeld. Dat moesten ze ook wel, want heldere richtlijnen van de korpsleiding of een ambtsinstructie zijn er niet voor dit soort situaties.

De agenten hadden Jaddoe rond 8 uur 's avonds opgepakt bij het station van Gouda, waar hij overlast veroorzaakte. De man wekte volgens getuigen en ook volgens de politiemensen de indruk zwaar beschonken te zijn. Hij viel voortdurend en had zowel zichzelf als het toilet van de stationsrestauratie bevuild met zijn eigen uitwerpselen.

De agenten, die de aan drugs verslaafde Jaddoe niet kenden, hielden ook tijdens de zitting vol dat hij in hun ogen 'alleen maar' zwaar beschonken was. Dat ze geen arts geraadpleegd hadden, was volgens de politiemensen de gebruikelijke praktijk.

“De GGD rukt niet uit voor dronken mensen en de politiearts komt het bureau niet uit. Bovendien wilde Jaddoe absoluut niet naar het politiebureau en dan moet je dus iets anders verzinnen om een eind te maken aan de overlast”, legden de agenten uit.

Omdat ze hadden gehoord dat de man uit Rotterdam kwam, besloten ze hem daar naar toe te rijden. Eerst wilden ze hem op een metrostation afzetten, maar uit vrees dat hij daar ook weer voor overlast zou zorgen, zetten ze hem op een afgelegen plek uit de auto.

Een Goudse fotojournalist die altijd de politieberichten afluistert op een scanner, heeft de agenten horen zeggen dat ze de persoon in kwestie “een eindje op weg richting noordoosten” zouden helpen. Omdat de man zo vies was, werd via de portofoon om een fietsenbus gevraagd. Op lacherige toon werd erbij gezegd: liefst de aanhanger, herinnert de fotojournalist zich van het afgeluisterde gesprek.

Naar aanleiding van dit voorval heeft de politie van Midden-Holland inmiddels een afspraak met de GGD gemaakt dat deze dienst altijd komt kijken als dronken mensen overlast veroorzaken. Daarnaast probeert de politie het gat in de zorg te dichten door een 24-uursvoorziening te creëren voor mensen in acute nood.

Hoewel deze maatregelen voor de twee agenten te laat komen, vindt de officier toch niet dat ze zich kunnen verschuilen achter het ontbreken van een gedragscode en hun onberispelijke staat van dienst tot 16 februari.

“Ik geef toe, het is gemakkelijker om aan te geven wat agenten niet dan wel moeten doen, maar de persoonlijke verantwoordelijkheid moet altijd meetellen.”

De agenten werken nog steeds voor het Goudse korps, zij het in een bureaufunctie voor halve dagen. Dat laatste vooral omdat ze er, om met de officier te spreken, “volledig doorheen zitten”. Uitspraak 17 december.

mailIcon print |