*

 
dossier

Archief

President van Colombia blijft als echte man

TJABEL DALING − 27/01/96, 00:00

BOGOTA - De voormalige Colombiaanse minister van defensie, Fernando Botero, had afgelopen zondag de tafel in zijn cel al gedekt. President Ernesto Samper zou komen eten. Op het laatste moment liet Samper verstek gaan. Een dag later verbrak Botero de stilte en beschuldigde de president ervan dat hij wist dat de drugsmafia miljoenen dollars in zijn verkiezingscampagne had gestoken.

Het is een van de smakelijke verhalen die de Colombiaanse kranten deze week schreven. Maar somberheid en tragiek overheersten. Colombia beleeft de grootste politieke en constitutionele crisis van de afgelopen tien jaar. Hoofdrolspelers zijn het staatshoofd en zijn voormalige minister van defensie, tevens leider van Sampers verkiezingscampagne in 1994.

Het woord verraad is deze week vaak gevallen. Wie heeft wie verraden? Heeft Samper zijn oude makker Botero in de steek gelaten en als zondebok opgeofferd? Of probeert een ex-minister zijn huid te redden door de president zwart te maken? Een grote meerderheid van de Colombianen staat achter Botero. Volgens een enquête van Colombia's grootste krant, El Tiempa, vindt 64 procent van de bevolking dat Samper moet aftreden; dertig procent ziet hem liever aanblijven, ondanks de al meer dan een jaar oude geruchten dat hij in feite in de klem wordt gehouden door het machtige drugkartel van Cali.

Verklaringen van Santiago Medina, de voormalige penningmeester van Sampers verkiezingscampagne, leidden in augustus vorig jaar al tot de arrestatie van Botero. Medina zei dat Botero hem naar Cali had gestuurd om veel geld los te peuteren van de plaatselijke cocaïnebazen. Samper heeft altijd volgehouden dat àls er al drugsgeld is gebruikt, dat achter zijn rug is gebeurd.

Dolksteek

Botero heeft volgens de Colombiaanse media de laatste dagen zijn verklaringen nog aangescherpt. Het was Samper zelf die aan zijn campagnemedewerker opdracht gaf donaties bij het Cali-kartel te werven, in feite zou de president de hele operatie tot in de details hebben gedirigeerd. Niet iedereen gelooft dat. “Er is sprake van een samenzwering tegen de president”, zegt Carlos Céspedes, een 35-jarige werkloze historicus. “De mensen die hem nu beschuldigen hebben zelf banden met de mafia.”

“Er is maar één uitweg uit deze crisis”, reageert Fernando Bustos, justitie- en drugsspecialist van El Tiempo. Wegens bedreigingen door drugsbaronnen verschijnen zijn artikelen nooit onder naam in de krant. “Er is geen enkele twijfel mogelijk dat Sampers campagne met mafiageld is gefinancierd.”

De beschuldigingen tegen de liberale president worden steeds harder en zijn positie met de dag onzekerder. Studenten hebben deze week al drie keer betoogd voor het aftreden van Samper. Ex-president - en partijgenoot - Gaviria heeft zich donderdag aangesloten bij de oproep van de directies van 's lands vijftien grootste ondernemingen aan de president om 'tijdelijk' op te stappen, totdat de waarheid boven tafel is. Dat sloeg in als een bom, de ondernemers leken tot voor kort door dik en dun achter hun president te staan.

Een andere tegenvaller voor de president is de rol van het leger. De legerleiding verklaarde de grondwet te respecteren en dus “het instituut van het presidentschap” te zullen steunen. Dat zijn naam in de hele verklaring niet werd genoemd, is geen gunstig teken voor de president.

Samper sterft liever dan dat hij aftreedt, liet hij een paar maanden geleden al in dramatische bewoordingen weten. Maar toen was dat aftreden nog lang niet zo dichtbij als nu. Aftreden is een teken van lafheid en een echte man laat zich niet door zo'n leugenaar als Botero opjagen. Zijn toverformule nu is una consulta popular, een volksraadpleging over zijn aanblijven. Er wordt voor de financiering nog gezocht naar een geschikte sponsor onder de drugsbazen, spotte een bekende columnist.

“Aftreden, geen referendum”, staat er op de spandoeken van de demonstrerende studenten. Ze willen vanaf nu elke dag een anti-Samper-mars houden. “Maar studenten en vakbonden dwingen een president niet op te stappen”, meent journalist Bustos. “In Brazilië lukte dat jaren geleden wel met president Fernando Collor de Mello, maar in Colombia is de invloed van maatschappelijke groepen veel geringer.”

De president heeft nog steeds de steun van een meerderheid van zijn Liberale Partij. Maar de twee ministers in zijn regering van de Conservatieve Partij besloten gisteren al het zinkende schip te verlaten. Het kabinet wankelt zo van het ene probleem naar het andere alsof het van ijsschots op ijsschots moet springen om te overleven.

El Espectador, de tweede krant van het land, plaatst bij elk artikel over de president een vignet met de tekst 'Colombia in crisis'. Alsof er zonder die politieke crisis al niet een permanente staat van beleg is in het land, afgedwongen door de narcotraficantes, para-militaire doodseskaders, gewone criminelen en linkse guerrillastrijders die hun idealen vergeten zijn.

De hoop van de natie is tijdelijk gevestigd op Humberto de la Calle, vice-president. Hij zou de plaats van Samper moeten innemen, tot er nieuwe verkiezingen komen. Integer is hij wel. Maar ook over hem zal de schaduw van de cocaïnebazen vallen. “Als de één gekozen is met drugsgeld, is de ander dat uiteindelijk ook”, is hier de volkswijsheid.

mailIcon print |