Van een onzer verslaggevers WAGENINGEN - Er is geen gezinsbeleid meer. Dit zei de Wageningse gezinssocioloog dr. Kees de Hoog gisteren bij zijn 25-jarig ambtsjubileum. De Hoog kiest daarmee in feite de kant van CDA-fractieleider Heerma, die onlangs het gezin weer centraal wilde stellen.
De Hoog: De Haagse marginalisering van het gezin heeft er toe geleid dat er geen sprake meer is van een gezinsbeleid. Werk en gezin is, vooral voor vrouwen, moeilijk te combineren. Zorgverlening door en aan gezinsleden en vrijwilligerswerk komen volgens hem in de knel, een inkomenspolitiek voor gezinnen is slechts gedeeltelijk aanwezig, zorgverlof ontbreekt en kinderopvang is onvoldoende. “De huisvrouw is vergeten terwijl de positie van kinderen en jongeren binnen de gezinnen te weinig aandacht krijgt. Het is noodzakelijk dat politici gaan inzien dat het gezin niet op sterven na dood is en dat het geen concurrent is van andere leefvormen. Er dient een modern ministerie voor gezins- en samenlevingszaken te komen, want een modern gezinsbeleid is noodzakelijk om de kwaliteit van het bestaan in postmodern Nederland te kunnen handhaven”, zo luidt - kort samengevat - het betoog van De Hoog in zijn voordracht 'De marginalisering van het gezin aan het einde van de twintigste eeuw'.
Wegcijferen
Hij vraagt zich af “waar toch die merkwaardige drang in Nederland vandaan komt om het gezin weg te cijferen.”
Hij doet zelf een poging tot verklaring: “De gunstige economische ontwikkeling van de Nederlandse verzorgingsstaat heeft binnen de ministeries een proces van de-instutionalisering van het gezin op gang gebracht dat tot op heden voortduurt.” Hij wijst erop dat binnen het voormalige ministerie van WVC eind jaren tachtig de afdeling gezinsaangelegenheden is vervangen door de afdeling maatschappelijke participatie. Dit werkt marginalisering in de hand.
“Want als je geen doelgroep meer bent kunnen ze helemaal met je doen en laten wat ze willen, zie de kinderbijslag, zie de studietoelagen, zie het hedendaagse beleid.”
Desondanks zijn van de vijftien miljoen Nederlanders er drie miljoen getrouwd. Twee miljoen zijn alleenstaand en nog eens twee miljoen leven in andere huishoudensvorm.
Andere oorzaken zijn volgens De Hoog het ontbreken van druk uit de burgerij zelf en het feit dat de overheid bij de vestiging van de verzorgingsstaat zelf de vinger aan de pols wilde houden.
Marginaliseren
Als problematisch ziet hij dat “juist de vrouwenbeweging tot diep in de jaren tachtig heeft gemeend het gezin te moeten marginaliseren.” Té snel is de beschuldigende vinger geheven naar het gezin als wortel van alle kwaad. Inmiddels is een deel van de vrouwenbewegingen nu juist bezig met een nieuwe belangstelling voor het gezin, constateert hij.
Ook de media werken mee aan de marginalisering, meent De Hoog. Hij trekt een vergelijking met het man-bijt-hond-principe, met andere woorden: de pers heeft alleen belangstelling voor het afwijkende. In Rond-om-tien van de NCRV balden alle denkbaar en ondenkbare afwijkingen van het dagelijks leven zich samen. Ricki Lake en Oprah Winfrey tonen bijna iedere avond “gestoorden die in een beschaafd land langdurig ter beschikking van de regering zouden zijn gesteld.” Vorig jaar bracht de NCRV tijdens het internationale jaar van het gezin een fotoserie van de wonderlijkste samenlevingsvormen onder de kop 'gezinnen'. Het bijzondere verkoopt. Maar de onderliggende opvatting is kennelijk dat het gezin een hopeloos verouderde institutie is, een relict van kleinburgerlijk Nederland waaruit een ondragelijke spruitjesgeur opstijgt. De Hoog vindt dat beeld onjuist.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.