*

 
dossier

Archief

Het maakt niet meer uit wie wie omhelst

MARK DUURSMA − 31/01/96, 00:00

Japan en Spanje zijn twee landen die dit jaar goed zijn vertegenwoordigd op het Filmfestival Rotterdam. Wat Japan betreft is er sprake van een traditie, zoals blijkt uit de reconstructie van het eerste festival uit 1972: zeven van de veertig films kwamen uit Japan.

Sindsdien is het festival de onafhankelijke Japanse film altijd blijven volgen. Dat geldt allerminst voor de Spaanse cinema, die jarenlang nauwelijks aanwezig was in Rotterdam. Zuid- en West-Europa zijn te lang verwaarloosd, meent directeur Emile Fallaux, en hij probeert op de valreep van zijn vertrek de schade in te halen. Mede dank zij de aanstelling van een scout in Spanje presenteert het festival dit jaar vier Spaanse films.

Helemaal overtuigend is deze inhaalmanoeuvre nog niet. 'Salto al vacio' van Daniel Calparsoro, vorig jaar al in Berlijn te zien en aangekocht voor Nederland, mag gerust worden bestempeld als een van de dieptepunten van het festival: stuitend effectbejag zonder enige overtuiging of bedoeling. Calparsoro is een videoclipfilmer die op smakeloze wijze koketteert met zwaar aangezet en gewelddadig nihilisme van de Baskische Generatie X.

Dezelfde combinatie van geweld en drakerigheid biedt 'Nadie hablará de nosotras cuando hayamos muerto' van Agustín Díaz Yanez, een soort Tarantino in Madrid. De scène waarin hoofdrolspeelster Victoria Abril een kurketrekker in haar knieschijf krijgt gedraaid leidde reeds tot misselijke toeschouwers. 'Besos y abrazos' van Antonio María Gárate is een goed bedoelde, maar tergend klungelige film over de zoektocht van een vrouw naar de waarheid omtrent haar door skinheads vermoorde, homoseksuele broer.

De enige verdienstelijke Spaanse inzending, 'Hola, estás sola?' van Icíar Bollaín, is inmiddels ruimschoots gepasseerd in de strijd om een Tiger Award door de Japanse film 'Like grains of sand' van Hashiguchi Ryosuke. Dit gevoelige groepsportret van pubers op zoek naar hun seksuele identiteit is tot nu toe de grootste verrassing onder de nieuwe, dat wil zeggen nog niet op andere festivals vertoonde films. Niet alleen de stijlvastheid, het trage tempo en het observatievermogen, ook het geworstel met verscholen homoseksualiteit herinnert aan 'Vive l'amour' van Tsai Ming-liang. De uiterste concentratie en dwingende beeldtaal van die meesterlijke film haalt Hashiguchi nog niet, maar hij heeft hem ongetwijfeld gezien en hij komt een aardig eind in de buurt van zijn voorbeeld.

'Like grains of sand' schetst de onderlinge relaties tussen een groepje Japanse scholieren, met de nadruk op twee jongens en een meisje. Het meisje is getraumatiseerd door een verkrachting, de ene jongen is verliefd op de andere jongen, die op zijn beurt verliefd is op het meisje: voldoende materiaal voor een problematische driehoeksrelatie. De introverte Japanse omgangsvormen zorgen ervoor dat spanning en verlangen een film lang worden gehandhaafd, zonder dat er ook maar iets wordt uitgesproken. Tegen het einde smacht de kijker naar een hartstochtelijke omhelzing op het doek. Het maakt niet meer uit wie wie omhelst, als de passie maar een uitweg vindt.

mailIcon print |