1. Barbara Vine: 'Het dertiende Jaar' (Het Spectrum). Ruth Rendell schrijft soms onder de naam Barbara Vine. Zij hecht er waarde aan de twee identiteiten gescheiden te houden. Waarom is niet helemaal duidelijk; wel kan gezegd dat de Vine-boeken meestal wat literairder zijn, psychologischer en zwaarder. Soms krijgen ze daardoor teveel pretentie, maar 'Het dertiende Jaar' is prachtig.
Een jonge vrouw, verstrikt in een liefdesgeschiedenis, sluit in een verpleegtehuis vriendschap met een oude dame wier dagen zijn geteld. Het lijkt alsof het leven van de jonge vrouw in volle luister voor haar ligt, maar als het verhaal zich ontvouwt, blijkt dat wanhoop haar wacht. Ongeveer detzelfde wanhoop die de oude vrouw eens heeft moeten verwerken. 'Het dertiende Jaar' is nauwelijks een thriller. Er valt geen druppel bloed, de moord uit het verleden mag nauwelijks een moord heten. Het is een volwaardige roman. Droevig maar o zo mooi.
2. Peter de Zwaan: 'Een keel van Glas' (Het Spectrum). De Zwaan is de enige Nederlandse thrillerschrijver die boeken aflevert van hoog literair niveau. In 'Een keel van Glas' heeft hij de door hem geschapen imaginaire stad, waarin hij in zijn vorige thrillers de penose met aanhang liet rondscharrelen, verlaten. Hij volgt een ander procédé. De belevenissen van een kleine crimineel, die nu eindelijk wel eens een grote slag wil slaan en een plan maakt dat niet kan mislukken (denkt hij), worden afgewisseld met fragmenten over het verloop van zijn ziekte: de man heeft keelkanker. De notities zijn autobiografisch, De Zwaan heeft zelf aan die ziekte geleden.
Het is bijzonder knap hoe hij die twee sferen (het dagelijkse gerommel en gehussel en het even dagelijkse bittere drama) als een zwaluwstaart aaneen heeft weten te voegen. De Zwaan is driemaal genomineerd voor de Gouden Strop, het wordt tijd dat hij die eindelijk eens krijgt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.