Er is veel akelig nieuws over kinderen. Een man in Schotland die een kleuterklas beschiet. Ontvoerde, misbruikte en vermoorde kinderen in België. Vaders en moeders die hun kinderen doden. En dat naast het 'gewone' nieuws over oorlogen, honger en zielige dieren. Voor volwassenen is het al niet te behappen, maar hoe vertel je het de kinderen? Bij het Jeugdjournaal worden ze er ook wel eens beroerd van. “Maar we vinden altijd wel een vorm om het toch te vertellen.” Over de golf kindermoorden van de laatste tijd heeft het Jeugdjournaal nog niet bericht. Maar de redactie praat er wel veel over.
Eens per maand bezoekt een medewerker van het Jeugdjournaal een basisschool, om contact te houden met de doelgroep. Er wordt een filmpje getoond met een aantal eerder uitgezonden onderwerpen uit het Jeugdjournaal. Deze keer was het een filmpje met onder andere een verslag van het Hakkelaar-proces en de kwestie-Hebron. Bart van Hattem wou Hoofddorp, waar onlangs ouders hun drie kinderen vermoordden, later aan de orde stellen, om voorzichtig te polsen of zijn publiek een dergelijk onderwerp aan zou kunnen. Eigenlijk wou hij dat eerst nog overleggen met de onderwijzer. Maar dat was dus niet nodig. De kinderen wisten van de hoed en de rand. Ze vonden het geen eng verhaal. Ze konden zich namelijk niet voorstellen dat hun ouders zoiets zouden doen. Ze voelen zich veilig thuis. Wat ze veel enger vinden, zijn de gevaren van buiten. Zo'n man in Dunblane, die een schoolklas komt uitmoorden. Of Dutroux.
Over Dunblane en Dutroux berichtte het Jeugdjournaal wel. Aanslagen in Bosnië en Tsjetsjenië werden ook gemeld, omdat het het nieuws van de dag was. Ze zoeken er altijd een voor kinderen geschikte vorm voor. Het nieuws over de schutter op de Schotse kleuterschool werd sober gebracht. Meteen werd erbij verteld dat zoiets dus bijna nooit gebeurt, en dat het in Nederland bijna ondenkbaar is, omdat het hier moeilijker is om aan wapens te komen.
Ook de vondst van de ontvoerde Belgische meisjes Sabine en Laetitia, levend, en in de weken daarna het nieuws over de dode Belgische meisjes bracht het Jeugdjournaal zo sober mogelijk. Een aardige Vlaamse psycholoog, professor Adriaensens, kwam in voor kinderen begrijpelijke taal uitleggen dat zoiets kan gebeuren, maar dat het zeer uitzonderlijk is. Dat kinderen heus niet bang hoeven te zijn dat er op iedere straathoek een gek staat die ze wil ontvoeren. Maar dat ze beter toch maar niet met vreemden kunnen meegaan. Hij legde ook uit dat het voor de meisjes die het hebben overleefd heel moeilijk zal zijn. Ze zagen er zo gelukkig uit in het Jeugdjournaal, blij met alle aandacht die ze kregen. Maar dat is uiterlijk. Van binnen is er een dik schild gekomen, om hun nare gevoel heen. En de professor zei te hopen dat de meisjes er heel erg veel over zouden praten. Om het schild een beetje dunner te maken. Maar ze zouden er waarschijnlijk altijd last van houden.
Volwassenen kunnen dergelijke nieuwsitems meestal niet met droge ogen aanzien. Kinderen vaak wel. Als het ze te bar wordt, haken ze af. Ze draaien de tv letterlijk of figuurlijk de rug toe, is de indruk van onderwijzend personeel. “Het lijkt wel of ze een soort filter hebben”, zegt een onderwijzer. “Gek genoeg worden ze beroerder van fictie waarin bloed vloeit dan van beelden in het journaal. Ze staan er heel even bij stil en gaan dan over tot de orde van de dag. Je kunt het niet wegpoetsen, maar het gaat minder diep dan wij denken.”
Het Jeugdjournaal, vertelt eindredacteur Rob Maas, die leiding geeft aan de 14-koppige redactie, vindt niet dat kinderen tegen slecht nieuws beschermd moeten worden. Dat kinderen het als bedreigend kunnen ervaren is voor de redactie niet de overweging geweest om geen melding te maken van de kindermoorden in Krimpen, Assen, Diemen, Hoofddorp, Echt en Bavel. En de redactie heeft ook niet overwogen dat berichtgeving nieuwe moorden in de hand kan werken. De reden om het niet te melden was dat het als een privézaak werd beschouwd. “Incidentele criminaliteit”, zegt Rob Maas. Geen maatschappelijke ontwikkeling. Sinds de kwestie-Hoofddorp is de redactie anders gaan denken. De herhaling van de kindermoorden bracht de discussie op gang. “De moorden in Hoofddorp gaven een enorme golf van publiciteit. We kunnen ons niet afzonderen van wat er elders in de media gebeurt. Kinderen kijken ook naar andere journaals, er wordt thuis over gepraat. Het gaat er nu om een goede vorm te vinden om het onderwerp te brengen.”
Wat de kindermoorden betreft, wacht de redactie op een nieuwe nieuwsontwikkeling. Dan zal het Jeugdjournaal inhaken, zo sober mogelijk. Waarschijnlijk met een toelichtend gesprek met een deskundige. Jazeker, ze hebben in de kaartenbak namen van deskundigen die in voor kinderen begrijpelijke taal iets kunnen uitleggen. Dat als je broertje is overleden aan kanker, of als je ouders zijn gescheiden, dat niet betekent dat jij ook gevaar loopt te worden vermoord, bijvoorbeeld. “Voor dit soort onderwerpen hebben we eigenlijk vaak professor Wolters gehad”, zegt Maas met een halve grijns. Dat zal dit keer niet gaan: de psychotraumatoloog heeft zichzelf eerder deze week het zwijgen opgelegd. Hij is bang dat veel aandacht voor de kindermoorden verwarde ouders op een idee kan brengen.
In de discussie over de bijdrage die de media zouden leveren tot het aanzetten van ouders tot kindermoord, werd het Jeugdjournaal hoog geprezen. De voorstanders van de 'mediastilte' wezen op de discretie van het programma. Maar Rob Maas voelt zich daardoor niet aangesproken. “Nogmaals, of het een goed onderwerp is voor het Jeugdjournaal, daar zijn we nog niet uit. Maar het hoort zeker in de krant, of op het journaal voor volwassenen en dan zo terughoudend mogelijk. Ik hoef niet te weten wat de buren er van vinden. En ik zou, denk ik, ook niet op zo'n school filmen.”
Komt hard en akelig nieuws uit het Jeugdjournaal wel eens in het kringgesprek op school aan de orde? De vraag is voorgelegd aan leerkrachten van basisscholen in Hoofddorp, Breda, Assen en Nieuwerkerk aan den IJssel. Nee, is de algemene indruk. Hun leerlingen tonen zich zelden of nooit aangeslagen door akelig nieuws. Misschien is het thuis al besproken. De onderwijzers voelen er niet zoveel voor om zelf gevoelige nieuwsonderwerpen aan de orde te stellen. “Je weet dat je dan bij kinderen emoties oproept”, zegt een leerkracht. “Als je het ze gaat opdringen, haal je misschien iets naar boven wat niet nodig was. Als ik merk dat kinderen behoefte hebben om over dit soort zaken te praten, doe ik dat niet in de groep. Dan zeg ik: blijf maar even om de plantjes water te geven”, zegt directeur De Mes van basisschool De Samenloop in Breda.
Onderwijzeres Ans de Koning uit Nieuwerkerk aan den IJssel heeft vorig jaar in haar groep 3 de schietpartij in Dunblane aangekaart. “Vooral omdat ik er zelf mee zat, maar ik merkte dat de kinderen bang werden van het gesprek. Ik heb het toen afgekapt. Je moet oppassen als je over eigen emoties praat, terwijl de kinderen er helemaal niet mee bezig zijn. Verleden jaar overleden vijf opa's en oma's heel dicht op elkaar. Daar hebben we toen wel over gesproken. Ik laat ze vertellen en reageren op elkaar.”
In regio's als Assen of Hoofddorp, waar kinderen zich zouden kunnen identifceren met hun vermoorde plaatsgenootjes, is er op scholen geen toegenomen onrust onder de kinderen. “Het lijkt me beter af te wachten waar de kinderen mee komen en daar op te reageren”, zegt leerkracht Cor Koridon van de Vredeveldschool in Assen. Op zijn school was overigens geen onrust toen vorig jaar in dezelfde gemeente een man zijn kinderen doodde. En nu soortgelijke gebeurtenissen opnieuw plaatsvinden, beheerst het de kinderzielen niet, is zijn indruk. “Terwijl ze toch heel open zijn over wat ze bezig houdt. Ze praten gemakkelijk over de dood van een huisdier, of als een familielid overlijdt. We kijken hier op school altijd naar het Weekjournaal. Daarin worden ook moeilijke zaken als oorlog behandeld, over het algemeen heel keurig. Ik heb niet de indruk dat kinderen dat bedreigend vinden. Volgens mij vinden ze het zien van bloed in een speelfilm veel enger.”
Rob Maas: “We vragen ons altijd af: wat doet het nieuws met de kinderen? De kunst is om enerzijds het nieuws recht te doen, te laten zien wat het belangrijkste nieuws van de dag is, ook als dat de aanslag op de markt in Serajevo is, met veel gewonden. We volgen het harde nieuws. En daar horen schokkende beelden bij. Je mag niet te veel laten zien, maar ook niet te weinig, waardoor de indruk kan ontstaan dat het wel meevalt. Je moet het daarna snel in een goede context plaatsen. De ideale opbouw van het Jeugdjournaal is: een mooi binnen- en buitenlandonderwerp, een onderwerp dat in de belangstellingsfeer van kinderen ligt en een mooie uitsmijter. Veel dierennieuws, ja. Maar we weten dat het kinderen enorm aanspreekt. En op dagen met een mager nieuwsaanbod komt het wel eens goed uit.”
“We proberen veel te laten zien door de ogen van kinderen. Hoe die de oorlog in Bosnië ervaren, hoe het is om een vriendje te verliezen door een aanslag. Eind december hebben we een interview uitgezonden met de broertjes van An Marechal, een van de slachtoffers van Dutroux. Twee gewone jongens van 12 en 14, die vertelden dat er in hun leven veel was veranderd. Dat ze door alle publiciteit een beetje ondergesneeuwd waren geraakt. Het leuke was dat je kon zien dat ze dikke vrienden waren.”
“Je zou soms willen dat iedereen in de wereld zich voortdurend afvroeg: Hoe zou het op kinderen overkomen? Ik meen het serieus, als je zelf steeds probeert je te verplaatsen in kinderen, ben je vaak verbijsterd over het gedrag van volwassenen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.