*

 
dossier

Archief

Voor jullie

SYTSKE J. BREUNESSE − 25/01/96, 00:00

Voor jullie, mensenkinderen, Alles is voor jullie, De nacht is voor jullie, ook de dag, Overdag het zonlicht, 's nachts het maanlicht, De bladeren in het maanlicht, De onrust in de bladeren, Het verstand in de bladeren, Alle tinten groen in het zonlicht, Al het gele is voor jullie, en het roze, Het contact van hand en lichaam, De warmte, De zachtheid, De behaaglijkheid in bed, De groeten zijn voor jullie.

Voor jullie zijn de deinende masten in de haven, De namen van de dagen, De namen van de maanden, De verf op de boten is voor jullie. Voor jullie is de voet van de postbode, De hand van de pottenbakker, Het zweet op het voorhoofd, De afgeschoten kogels aan het front. Voor jullie zijn de graven, de grafstenen, De gevangenissen, de boeien, de executies. Voor jullie, Alles is voor jullie.

Orhan Veli Kanik, 1949.

Alles is voor jullie. Een opsomming van alles en nog wat. Van grote dingen, van kleine dingen. Van dingen die klein lijken, maar groot zijn. Van mooie dingen, van lelijke dingen. Van nare dingen. Een ontrafelen van het gewone leven.

Ons rijtje is intussen uitgebreid. Wij kunnen van alles: mountainbiken, wildwater kanoën, rifsurfen, raften in Oezbekistan, jagen op groot wild, een tempeltour in Nepal maken. Wij hebben veel: centrale verwarming, een auto, een magnetron, house, drugs en wat niet meer.

Bij zo'n overvloed worden gewone, mooie dingen zeldzaam en dus waardevol.

Orhan Veli Kanik werd in 1914 in Istanbul geboren en overleed daar in 1950. Met twee andere dichters gaf hij in 1941 de dichtbundel Garip (Vreemd) uit, vergezeld door een manifest. Zij zetten zich niet alleen af tegen de hofpoëzie, de volkspoëzie met hun eigen regels van rijm, ritme en metrum, maar waren ook tegen het vrije vers van Nazim Hikmet. Gedichten moesten bovendien vrij zijn van beeldspraak en retoriek. De vorm van het gedicht moest het dagelijks leven van de massa weergeven. Zo kon men met spontaniteit en eenvoud de arbeiders bereiken.

mailIcon print |