*

 
dossier

Archief

Voor mij stond een klein alledaags mannetje

ROSAN HOLLAK − 30/05/98, 00:00

Ergens ver weg, aan de andere kant van de lijn, klinkt een krakerige, wat onzekere, maar uiterst beleefde stem. Ik spreek met een van Heideggers studenten: Hans-Georg Gadamer, 98 jaar oud en zo goed als blind.

Hij vertelt, met horten en stoten, over zijn eerste ontmoeting in Freiburg met het 'genie'. “Als jonge student uit Marburg had ik vernomen dat er in Freiburg een mysterieuze man rondliep die een heelvreemde, maar diepzinnige taal hanteerde. Dit was Heidegger, een jonge leraar en assistent van de wiskundige en filosoof Edmund Husserl. Het was een rare situatie. Veel mensen kwamen in die tijd naar Freiburg, maar niet om naar de beroemde Husserl te luisteren. Ze kwamen voor de colleges van zijn assistent. Toen ik hem rond 1923 voor het eerst ontmoette was ik erg verbaasd. Voor mij stond een klein alledaags mannetje. Er was niets bijzonders aan hem af te lezen. Het enige wat ik buitengewoon vond waren zijn ogen. Er sprak een enorme fantasie en verbeeldingskracht uit.”

Uit Gadamers woorden is op te maken dat Heideggers faam al dateerde van voor de publicatie van Sein und Zeit in 1927. Waar lag dit aan? In zijn colleges verkondigde Heidegger geen nieuwe leer en de teksten die hij gebruikte waren algemeen bekend. Het was enkel zijn naam die velen van Marburg naar Freiburg lokte. Die naam, schreef zijn leerlinge Hannah Ahrendt later, fluisterde men door heel Duitsland, zoals het gerucht over de verborgen koning. De oorsprong van Heideggers vroege bekendheid lag in zijn rebellie tegen de duffe, traditionele manier waarop filosofie beoefend werd op de Duitse universiteiten. Filosofie werd in die tijd in een keurslijf gedwongen van traditionele disciplines zoals ethiek, esthetica, logica en kennisleer. Daarmee werd, in de ogen van Husserl, Heidegger, en andere filosofen zoals Karl Jaspers, de oorspronkelijke manier van filosoferen te gronde gericht. Husserl was hiertegen in verzet gekomen met een oproep 'Zu den Sachen selbst'. Daarmee gaf hij aan dat het tijd was om de dorre, academisch-afstandelijke wijze van filosoferen te doorbreken.

Heidegger slaagde hier als eerste in. In zijn colleges sprak hij niet zozeer over Plato, maar nam hij een tekst van de oude Griek die hij vervolgens stap voor stap analyseerde tot deze uitmondde in een actuele probleemstelling. Dit was nieuw. Het gerucht deed de ronde dat Heidegger het denken weer levend had gemaakt. Gadamer: “Door Heidegger begreep ik voor het eerst dat de Griekse filosofie veel dichter bij ons denken stond dan ik had kunnen vermoeden. Heidegger herontdekte het verleden. Zijn lessen waren een sensationele gebeurtenis. Hij wist zijn ideeën op heldere en duidelijke wijze te verkondigen. De taal die hij gebruikte was revolutionair en nog orgineler dan de manier waarop hij zich uiteindelijk in Sein und Zeit uitdrukte. Hij was veel meer een spreker dan een schrijver.”

In 1933 kwam er een einde aan Heideggers populariteit. In dat jaar werd hij verkozen tot rector aan de universiteit van Freiburg. In die periode reisde hij het land rond en hield toespraken waarin hij zijn steun betuigde aan Hitlers politiek. Duitsland moest ontkomen aan het groeiende gevaar van het Europese nihilisme. Het nationaal-socialisme kon het Duitse volk redden uit haar geestelijk verval en haar leiden naar haar eigenlijke metafysische bestemming. Om dit te bereiken moesten de Duitse universiteiten worden geherstructureerd. De academische wereld had een krachtig leiderschap nodig. Heidegger wilde het Führerprincipe ook aan de universiteiten invoeren. Alle macht moest in handen komen van de rector. En niet alleen dat. Hitler zelf had een filosofenkoning nodig die het nationaal-socialisme volgens de juiste filosofische principes zou kunnen leiden. Heidegger wilde 'den Führer führen.'

Uiteindelijk kwam van deze plannen weinig terecht. Heidegger trad in 1934 als rector terug toen bleek dat zijn hervomingen niet doorgevoerd zouden worden en hem duidelijk werd dat de nazi's hun eigen ideeën over politieke wetenschappen en rassenleer wilden doorvoeren. Maar zijn geloof in de authentieke grootheid van de nationaal-socialistische beweging heeft Heidegger nooit publiekelijk willen herroepen. Hij bleef tot 1945 een trouw lid van de partij.

Gadamer: “Heideggers betrokkenheid bij het nationaal-socialisme kwam voor ons als een grote verrassing. Wij uit Marburg konden het niet bevatten. Ik heb in die tijd mijn banden met hem verbroken. Maar Heidegger was geen handlanger van de staat. Indertijd waren zijn collega's naar hem toegekomen en hadden hem gevraagd rector te worden. Ze meenden dat hij de enige autoriteit op de universiteit was. Hij was volgens hen in staat om de toekomst te bepalen en om de nieuwe revolutie van de nazi's in de hand te houden. Je moet ook begrijpen hoe de situatie voor Heidegger was. Hij begon als een jonge leraar in de filosofie en schopte het ineens tot een hoge positie in de politiek. Maar hij was niet erg moedig. Hij was zelfs een zeer angstige man. Het feit dat hij later van de universiteit is geschorst, was voor hem een tragedie. Met Hitler zelf heeft hij nooit contact gehad. Hij hoopte hem te kunnen bedwingen, maar hij heeft nooit toegang tot hem gekregen. Heidegger geloofde ook niet dat hij toegang tot de Führer had kunnen krijgen of dat deze naar hem geluisterd zou hebben.”

Volgens Gadamer kwam Heidegger uiteindelijk weer tot redelijkheid. Tot aan Heideggers dood is Gadamer met hem blijven omgaan. Maar bij zijn begrafenis in 1976 was hij niet aanwezig. “Ik weet wel wat er op die begrafenis is voorgelezen. De dichter Hölderlin was om religieuze redenen belangrijke voor Heidegger. Heidegger was geen aanhanger van de rooms-katholieke kerk of het protestantisme, maar Hölderlin kon voor hem het concept van het goddelijke in de poëzie tot uitdrukking brengen. Toen Heidegger met een bevriende theoloog zijn eigen begrafenis voorbereidde, wilde hij dat er, naast een aantal citaten uit het Nieuwe Testament, enkele gedichten van Hölderlin zouden worden voorgedragen. Dit is ook gebeurd. Heideggers zoon Hermann heeft ze voorgelezen.”

mailIcon print |