AMSTERDAM - 'Krankzinnig' vinden de onderzoekers het percentage zelf ook - en dat moeten we dus niet te serieus nemen. Maar de boodschap van hun bevinding is duidelijk: wanhopig kinderloze echtparen die hun toevlucht nemen tot intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) lopen een verhoogd risico een kind met een afwijking te krijgen. Alleen: hoe groot dat risico precies is, weten ze nog niet.
ICSI is een bevruchtingstechniek die sinds de zomer van 1994 ook in Nederland wordt aangeboden. In plaats van miljarden spermacellen, zoals bij normale in vitro fertilisatie (IVF), wordt voor de bevruchting maar één zaadcel gebruikt. De techniek is vooral een uitkomst voor echtparen waarvan de man nauwelijks goede zaadcellen heeft.
Er is voor gewaarschuwd dat deze manier van voor God spelen gemakkelijk zou kunnen leiden tot bevruchting met een zaadcel die het in de natuur, in die wedloop van de miljarden, nooit zouden hebben gehaald. Dit zou zich kunnen uiten in een verhoogd aantal kinderen met een afwijking, iets dat de onderzoekers nu daadwerkelijk hebben gevonden.
Medewerkers van de afdeling verloskunde en gyneacologie van het academisch ziekenhuis in Rotterdam onderzochten het afgelopen jaar de vijftien foetussen van twaalf vrouwen die via de 'verbeterde' IVF zwanger werden, schrijven zij morgen in vakblad The Lancet. Met behulp van een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie: in vijf gevallen was het mis. Steeds waren het afwijkingen aan de geslachtschromosomen die 'met het leven verenigbaar' zijn. Onvruchtbaarheid bij voorbeeld.
Het percentage van 33 procent lijkt de onderzoekers toeval. Maar helemaal toeval, denken zij, dat kan ook weer niet. Hun voorzichtige advies: het lijkt zeer verstandig om àlle zwangerschappen die via ICSI tot stand komen via vlokkentest of vruchtwaterpunctie te controleren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.