*

 
dossier

Archief

Anti-discriminatie regelen in nieuwe Verdrag van Amsterdam

MARCEL ZWAMBORN − 30/01/97, 00:00

Vandaag opent premier Kok het Europees Jaar tegen racisme. Om dit geen holle leus te laten zijn, roept Marcel Zwamborn hem op zich tijdens het Nederlandse voorzitterschap sterk te maken voor het opnemen van een anti-discriminatiebepaling in het gewijzigde Verdrag van Maastricht. De auteur is directeur van het Landelijk bureau ter bestrijding van rassendiscriminatie (LBR).

Allereerst zijn daarvoor principiƫle argumenten. De grondrechten van het Europese verdrag ter bescherming van de rechten van de mens horen volgens het Verdrag van Maastricht tot de rechtsbeginselen van de Unie; tot die grondrechten behoren gelijke behandeling en het verbod van rassendiscriminatie. De Europese eenwording is altijd aan de burger 'verkocht' met het argument dat die niet alleen goed is voor ieders portemonnee, maar er ook voor zorgt dat de racistische waanzin van de tweede wereldoorlog zich niet opnieuw kan voordoen. Dan past het ook dat de Unie beschikt over de middelen om een daadwerkelijke bescherming van grondrechten te bieden.

Daar komt bij, dat de uitbreiding van de Unie met de voormalige communistische landen hoog op de agenda staat. Gezien hun recente historie van gebrek aan bescherming van grondrechten en hun sluimerende etnische spanningen, zou de Unie er goed aan doen zich van het gereedschap te voorzien om een gelijke bescherming van grondrechten in alle lidstaten te verzekeren.

Ook zou het beleid jegens niet-EU-landen geloofwaardiger worden. In verdragen met die landen worden sinds jaren clausules opgenomen waarin staat dat de beide partijen elkaar mogen aanspreken op de bescherming van mensenrechten. Voor die derde landen is de Unie echter een enigszins gehandicapte gesprekspartner. Als een van de instellingen van de Unie wordt aangesproken op een misstand kan ze doorgaans alleen doorverwijzen naar de autoriteiten van de betreffende lidstaat.

Maar er zijn ook praktische argumenten, die te maken hebben met de Unie als gemeenschappelijke markt. Slechte bescherming tegen discriminatie betekent dat gekleurde EU-onderdanen moeilijker in een andere lidstaat een baan, huisvesting of goederen en diensten kunnen krijgen. De Antilliaanse Nederlanders bijoorbeeld die in Spanje op een camping werden geweigerd om hun huidskleur, waartegen geen juridische actie mogelijk bleek, bedenken zich wel twee keer voor ze nog eens naar Spanje gaan. Verder is het zo dat wanneer er in het ene land wel en in het andere geen maatregelen worden genomen ter bevordering van gelijke behandeling en voorkomen van rassendiscriminatie, bedrijven in dat land in eerste instantie en op de korte termijn een nadeel hebben vergeleken bij concurrenten in een land waar dergelijke maatregelen niet gelden.

De herziening van het Verdrag van Maastricht, die dit jaar zijn beslag zou moeten krijgen in een Verdrag van Amsterdam, biedt een uitgelezen kans om de bescherming van grondrechten te verankeren in de rechtsorde van de Unie. In het ontwerp voor een nieuw unie-verdrag dat de Ieren (de vorige unie-voorzitter) afgelopen december hebben gepresenteerd, staan enige vingeroefeningen ter betere bescherming van grondrechten. Zo wordt voorgesteld een bepaling op te nemen die de Unie en de Gemeenschap bevoegdheid geeft om zich met de bestrijding van discnminatie bezig te houden.

Het ontwerp van de Ieren toont goede wil, maar gaat lang niet ver genoeg. De adviescommissie Racisme en xenofobie, ingesteld door de Europese Raad, heeft na beschouwing van dat ontwerp vastgesteld dat daarmee het beginsel van non-discriminatie nog steeds geen basisbeginsel van Europees recht wordt dat door elke burger voor de rechter kan worden ingeroepen. Dat had de adviescommissie zelf wel voorgesteld. Ook moet volgens het ontwerp de Raad acties tegen discriminatie met unanimiteit vaststellen. Het risico dat de Raad slechts unanimiteit bereikt als Pasen en Pinksteren samenvallen, is niet denkbeeldig.

Het jaar 1997 is het Europees Jaar tegen racisme. Dat jaar mag niet beperkt blijven tot ronkende verklaringen en voorlichtingscampagnes. Nederland, dit half jaar voorzitter van de Unie, kan hiertoe een krachtige aanzet leveren door te bevorderen dat het recht op gelijke behandeling en bescherming tegen discriminatie als een basisbeginsel van Europees recht in het Verdrag van Amsterdam wordt opgenomen, zodat elke burger in Europa daarop een beroep kan doen.

mailIcon print |