vanavond en 24/1 in A & T theater Den Haag; 16/1 Den Bosch; 17/1 Venlo; 18/1 Utrecht; 19 en 20/1 Rotterdam; 22 en 23/1 Amsterdam; 25/1 Groningen; 27/1 Leeuwarden; 30/1 Enschede; 31/1 Heerlen; 1/2 Arnhem; 2/2 Gouda en 3/2 Tiel.
Het lachen over de galgenhumor vol pantomimische kwinkslagen vergaat echter snel, want een koffiepauze later knallen de NDT 2-ers er hun tweede premièreballet van de Nederlandse freelance choreograaf Pieter de Ruiter overheen. Dit 'Talk to me talk to me' komt over als een neermaaiend spervuur van bewegingsdrift: een mitrailleursalvo van pure dans, in antwoord op de muzikale oproep van de Belgische componist Bo Spaenc. In een stortvloed van fysieke energie en op een kaal zwart toneel tussen twaalf verschuivende aluminium schotten wordt afgerekend met alle zojuist getoonde spot. Choreograaf Pieter de Ruiter wil er geen misverstand over laten bestaan, zoals hij al eerder aantoonde in zijn produkties 'EisenNerz' en 'Second Generation'. We leven stuiptrekkend, machteloos contact zoekend in een kille wereld. Opgesloten in een doolhof van garagedeuren is er geen uitweg. Liefdeloosheid triomfeert.
Het ligt dan ook niet aan de gekozen thematiek of boodschap van deze twee choreografen dat ik na afloop euforisch gestemd naar huis terugkeerde. Die opwinding dank ik aan de weldadige levenslust, fysieke beheersing en enorme overgave van deze 17- tot 22-jarige NDT-dansers. Na afloop van hun tweede seizoensprogramma was ik wederom met stomheid geslagen.
Het dynamische geraas dat vooral Pieter de Ruiter aan deze jonge oerbewegers in een uit aluminium en stalen kabels opgetrokken jungle weet te ontlokken, is ongelooflijk. Vanaf de eerste tot de laatste seconde spat de beklemming en radeloosheid uit hun ritmisch zwiepende kronkellijven in het rond. Jarenlang heeft deze choreograaf op een NDT-opdracht moeten wachten. Eenmaal zover gekomen greep hij zijn kans om hen het onderste uit hun kan te laten halen! Daartoe vroeg hij zeven van deze super-dansers zo impulsief en direct mogelijk op de schrille trillers en jankende schuivers uit de saxofoon van Leo van Oostrom te reageren. Het resultaat is overrompelend. Onophoudelijk duiken de bewegers, krioelend, kronkelend en sluipend op zwart leren jazzboots en in zwart glimmende leggings tussen de stalen schotten op; nu eens stuiptrekkend en woest maaiend in korte solo's, dan weer samenklonterend in wisselende formaties. Als nachtbrakers, straatzwervers, krolse katten, eenzame desperado's gaan zij vluchtige contacten aan en in de samenspraak met de muziek, leggen zij hun ziel en zaligheid bloot. Blikvangers in dat zich langzaam vormende netwerk rond de saxofonist Van Oostrom zijn vooral Fabrice Mazliah, Joe Kanamori en Natasha Crook. Twintig minuten lang, en dat zijn er misschien vijf te veel, jakkeren zij voort, draven zij op en aan. Niet alleen hun oren en ogen hebben zij gespits. Al hun spieren en gewrichten staan op tilt. Al is deze choreografie op improvisatiebasis ontstaan, geen stap, sprong of gebaar lijkt in het wilde weg of ongecontroleerd. Dan pas, na de vaststelling dat ik absoluut zintuigen te kort kom om deze overdosis aan uitgezette patronen en variaties in me op te nemen, trekken de panelen omhoog en kunnen Mazliah en Crook onder toeziend oog van Kanamori zich naar elkaar bloot geven. De ban op tederheid of rust blijft gelden en de slotzin is daarom aan de achterblijvende Kanamori, die zich uitleeft op een wegstervende noodkreet uit de sax van Van Oostrum. Kortom, De Ruiter, Spaenc en deze dansers maakten een uitsmijter. Voor het NDT2 is deze klapper een aanwinst, voor De Ruiter ongetwijfeld een mijlpaal.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.