*

 
dossier

Archief

Pas na tweede zilveren plak is het feest bij Oranje

ROB VELTHUIS − 14/01/98, 00:00

PERTH - Nog geen vier jaar geleden had het Nederlandse mannenzwemmen op de WK van Rome niets te betekenen. In Perth is het verwachtingspatroon zo hoog opgeschroefd, dat gisteren na zilver voor Marcel Wouda eenzelfde medaille voor de estafetteploeg nodig was om binnen het oranjekamp een spontane vreugde-uitbarsting op te wekken.

Marcel Wouda was zojuist tweede van de wereld geworden op de zwaarste en moeilijkste baandiscipline, de 400 meter wisselslag, en niemand wist zich een houding te geven. “Het slaat nergens op. Hij haalt een medaille en je denkt verdomme. . .”, verwoordde zijn coach Jacco Verhaeren de algehele gevoelens. Terwijl even tevoren in het wederom zeer matig bezette Challenger Stadium een enerverend gevecht was geleverd tussen de aanvoerder van de wereldranglijst Wouda en wereldrecordhouder en olympisch kampioen Tom Dolan. Dat Wouda met miniem verschil moest buigen, was verre van een schande. Maar na alle ellende die de 2.02 meter lange reus in zijn carrière had meegemaakt, wilde hij eindelijk wel eens het zoetste proeven.

De Nederlandse hoofdpersoon zelf had nauwelijks tijd om stil te staan bij het feit dat hij de eerste Nederlandse zwemmer uit de historie was geworden met WK-zilver. Persoonlijk zou de PSV'er ervoor zorgen dat hij niet lang de enige zou blijven. Amper was er na de huldiging tijd om de medaille aan een begeleider over te geven, daar hij zich moest melden als slotzwemmer voor de 4x200 vrije slag-estafette. In die rol herhaalde Wouda met een imponerende race het zilveren kunststukje van de EK in Sevilla. In dezelfde ploegsamenstelling werd met 7.16,77 meer dan een seconde van het Nederlands record van destijds afgeslagen. Van den Hoogenband evenaarde als startzwemmer zijn eigen nationale topper (1.48,36).

Afgelopen zomer had Wouda zich in de Spaanse stad net als Europees kampioen 400 wissel laten huldigen en verdoofde de door het lijf rondgepompte adrenaline de pijn van de inspanning. Gisteren liet de arbeid zich veel meer voelen. Niet alleen was het machtige gevoel van triomfator afwezig. De moeite die Wouda zich op wereldniveau had moeten getroosten, was veel groter dan destijds. Wouda is echter niet alleen een nauwgezet professional, maar bovenal een geweldige collega die alleen al voor zijn ploeggenoten Pieter van den Hoogenband, Mark van der Zijden en Martijn Zuijdweg wilde strijden. “Ik wist niet meer wat er aan de hand was, ik was helemaal dood. Ik heb op het startblok gewoon mijn hoofd gebogen en ben er voor gegaan.”

Het had een sensationele ontknoping tot gevolg. Wouda nam in gedeeld derde positie met Groot-Brittannië de wissel over. Ver vooruit was Australië en ook de Verenigde Staten leek onbereikbaar. Op 600 meter lag de wisselslagzwemmer vierde, en leken de Nederlandse kansen verkeken. Wouda moet vervolgens onvermoede energiebronnen hebben aangesproken. Eerst pakte hij de Brit Salter om vervolgens ook de uitgeputte Dolan voorbij te spuiten. De Amerikanen waren verslagen, daar had geen mens van kunnen dromen.

“Ik zie dit niet als een revanche op Dolan”, aldus Wouda. “Dat had op de 400 wissel moeten gebeuren. Ik ging voor goud, maar moet maar genieten van wat ik heb gepresteerd. Ofschoon ik me nu weer moet voorbereiden op de 200 wissel, aan het eind van de week. Ik heb voor de 400 getraind, maar daarop heb ik ook kansen. Dolan was niet in supervorm; ik heb gegeven wat ik waard was. Niemand zwemt hier supertijden, vermoedelijk omdat dit toernooi zo dicht op het zomerseizoen ligt.”

“Na de estafette was ik helemaal van de wereld. Dit wilde ik voor de ploeg doen en voor mijn land.” Daarin zit vermoedelijk het verschil tussen de sociale Wouda en de meer egoïstisch ingestelde Dolan, de lijder aan inspanningsastma die in Perth niets naliet om een psychologische oorlogsvoering te beginnen. Hij zou het wereldrecord 25 jaar in de toekomst brengen. Laatdunkend liet hij zich uit over de vermeende mentale zwakte die hij nog altijd zou bespeuren bij de Nederlander die ooit zijn teamgenoot was in Michigan. Voor de start van zowel serie als finale nam de Amerikaan bij het startblok van Wouda plaats om voor de neus van zijn concurrent de armen los te gooien en provocerend in de handen te klappen. Maar zijn winnende tijd op de wisselrace (4.14,95, tweeënhalve seconde van zijn wereldrecord) viel tegen en op de estafette verknalde hij het voor zijn ploeggenoten door als vijfde aan te tikken.

Wouda permitteerde zich -na de races- slechts één gelijkwaardige reactie. “Ik ken Dolan goed, het blijft een grote eikel. Als je zo wilt winnen, ben je op een andere manier met sport bezig dan ik. Ik respecteer mijn tegenstander, net zoals ik recht heb om mij goed op de wedstrijd voor te bereiden. Ja, op het erepodium heb ik hem eventjes een hand gegeven. Dat is netjes. Want het is wel knap wat hij hier weer presteert.”

De wijze waarop de nette Wouda zover is gekomen in de topsportwereld die keihard zo niet genadeloos kan zijn, wekt ook bewondering. Toen het Nederlandse mannenzwemmen in Rome niets voorstelde, was Wouda daar min of meer de exponent van. Hij ging er af, net zoals de Spelen van Barcelona een mislukking werden. En Atlanta met de plaatsen vier en vijf een teleurstelling. Wouda werd door tegenslagen een mentaal evenwichtige persoonlijkheid, de enige kwaliteit die hij miste om de echte top te bereiken. En hij behield als een van de weinigen een sociale puurheid, die hij gisteren wel erg ver doordreef. Met tweemaal zilver in de hand, moest hij tot verbijstering van de verzamelde pers allereerst (“voordat ik het vergeet”) een verzoek van de lange afstandzwemsters kwijt: of een van de collega's het wedstrijdverhaal van zondag even naar het hotel van de ploeg zou willen faxen.

Het is wel de nauwgezetheid die hem vorig jaar tot tweevoudig Europees kampioen, wereldrecordhouder korte baan en nu tweede van de wereld heeft gebracht. Dat laatste ondanks grote twijfels die in het trainingskamp nabij Brisbane bij hem waren gerezen. De “kleine maagprobleempjes” waarover vorige week nog werd gerept, bleken ernstiger dan de ploegleiding deed voorkomen. “Ik was de laatste vier dagen daar en de eerste twee hier in Perth goed ziek, had vrij veel darmklachten. Zozeer zelfs dat ik het even niet meer zag zitten. Gelukkig kwam de vorm net op tijd terug. Elke dag ging het een stukje beter maar pas gisteren was ik er echt klaar voor.”

Zeker daarom was het vooral opmerkelijk dat Wouda na die individuele 400 wisselslag nog op die loodzware 200 vrij presteerde. De zilveren estafetteploeg biedt met zes jonge kandidaten -Bas-Ido Wennekes en Johan Kenkhuis vervingen Van den Hoogenband en Wouda in de serie- een even prachtig als uniek perspectief voor de Olympische Spelen van Sydney. Van den Hoogenband: “Voor zo'n klein land als het onze is het ongelofelijk om op dit nummer tweede van de wereld te worden.” Wouda sloot zich daarbij van harte aan: “We hebben hier met z'n allen iets laten zien wat nog nooit is gedaan. Wij zijn elke gulden waard, die is geïnvesteerd in het zwemmen.”

mailIcon print |