*

 
dossier

Archief

Prins Claus

Willem Breedveld − 10/12/99, 00:00

Binnen zekere grenzen zou je het optreden van prins Claus ontwapenend en zelfs ontroerend kunnen noemen. Een prins en echtgenoot van het staatshoofd, die een officiële gelegenheid aangrijpt om zich met een reeks kwinkslagen te ontdoen van de knellende, protoculaire banden. Wat is er ontwapenender dan dat? En omdat hij zich bij een eerdere gelegenheid al eens van de knellende stropdas had ontdaan, leek zijn bevrijding dit keer zelfs compleet.

Zijn optreden was bovendien ontroerend. Veel van zijn beperkingen vloeien voort uit zijn status als 'prins-gemaal'. De prins is getrouwd met een 'majesteit' en met die aanhef begon Claus ook zijn speeche: 'Majesteit!, om vervolgens het hele officële gedoe terzijde te schuiven en haar gewoon als zijn vrouw toe te spreken: ,,Ik ben zo gelukkig. Ik heb zoveel aan je te danken. Het is fantastisch. Dank je, Beatrix''. Ontroerend.

Met deze 'bevrijding' gaf hij echter ook ruim baan aan de opvatting dat hij zijn leven lang onder beperkingen gebukt is gegaan. Misschien heeft hij dat zo wel ervaren, maar het is een misverstand te denken dat hij door de jaren heen overbodige praatjes heeft gehouden, waarvan hij zich nu pas durft te ontdoen door ze domweg niet uit te spreken. Prins Claus hield zinnige toespraken. Het was een prins die zijn nek durfde uitsteken. Waarom lijkt juist hij daar nu afstand van te willen nemen?

Vooropgesteld, niemand beter dan prins Claus wist en weet wat het betekent lid te zijn van het Koninklijk Huis met de onvermijdelijke beperkingen, die dit met zich meebrengt. Tot zijn 39ste was Claus immers een normaal burger met een gewone baan, tot hij in 1965 van de ene op de andere dag met zijn neus op de feiten werd gedrukt. Wat begon als een sprookje, een wandeling van een verliefd stel in de kasteeltuin van Drakensteyn, eindigde in een bikkelharde confrontatie met de emoties van een heel volk; was hij, een Duitser, die tijdens de oorlog ook nog in het Duitse leger had gediend, wel te vertrouwen? Was hij wel de geschikte huwelijkskandidaat voor de Nederlandse kroonprinses?

In die roerige dagen ervoer prins Claus dat, als het erop aan komt, een lid van het Koninklijk Huis slechts over beperkte middelen beschikt om de kloof naar het publiek te overbruggen. Claus moest zijn integriteit bewijzen op een persconferentie met geen andere middelen dan de steun van zijn toekomstige vrouw, de koninkijke familie, en zijn sympathieke uitstraling. Het lukte hem vrij snel.

Zijn Duitse afkomst was niet zijn grootste handicap. Een veel groter probleem bleek het om gehuwd te zijn met de kroonprinses en later de koningin. De stap naar 'prins' en later 'prins-gemaal' moge in de ogen van het publiek een sprookje lijken, voor een intelligent en hardwerkend mens als Claus was dit niet genoeg. Maar juist in zijn wens om normaal te kunnen werken, openbaarden zich de beperkingen. Politici durven weinig risico's nemen met een prins voor wiens daden zij verantwoordelijk worden gehouden. Het was daarom interessant dat de regering-De Jong in 1969 bereid was de verantwoordelijkheid te nemen voor de benoeming van Claus tot voorzitter van de Nationale Commissie Ontwikkelingssamenwerking (NCO), die in de wandelgangen al gauw de commissie-Claus werd genoemd. Omdat hij meer 'in het veld ' wilde werken gaf Claus die functie na enkele jaren op en werd hij voorzitter van de Stichting Nederlandse Vrijwilligers en later tevens speciaal adviseur op het Departement van Ontwikkelingssamenwerking. In die laatste hoedanigheid voelde Claus opnieuw de beperkingen van zijn positie; zijn adviezen werden door ambtenaren en bewindslieden lang niet altijd serieus genomen, en soms regelrecht genegeerd om de prins vooral niet te compromitteren.

Claus was zich terdege bewust van zijn beperkte spreekvrijheid. Hij zei daarover tegenover de buitenlandse persvereniging: ,,Je zou soms dolgraag eens iets willen zeggen over een bepaalde zaak. Doodgewoon omdat je meent iets zinnigs naar voren te kunnen brengen dat een bijdrage kan zijn aan de meningsvorming. Maar in de meeste gevallen hoed je je daarvoor, omdat er wellicht commentatoren of interpretaties aan worden verbonden die niet je opvattingen, maar je status als lid van het Koninklijk Huis in het geding brengen. Je bent dus veroordeeld tot een zeker kleurloosheid.''

Desondanks heeft juist Claus altijd wegen gevonden om de veroordeling tot de kleurloosheid aan te vechten. Hoewel men had gedacht dat het voorzitterschap van de NCO een onschuldige, politiek-neutrale functie was, belandde Claus als NCO-voorzitter regelmatig in politiek vaarwater. Hij zei daarover ooit: ,,Iemand ontdekte dat we ons met tamelijk netelige vragen bezighielden. Politiek gevoelige problemen. Prompt werden we door de ene kant van het politieke spectrum geprezen, omdat we zulke goede dingen deden, terwijl de andere kant moord en brand schreeuwde: 'Prins Claus - of zoals sommigen bij voorkeur zeiden: de echtgenoot van prinses Beatrix - houdt zich met politiek bezig, hij is een linkse meeloper. Ik werd met het etiket om de oren geslagen. Ik denk dat je met dit soort dingen zult moeten leven.''

Claus heeft ook nadien, ondanks zijn positie als prins-gemaal, regelmatig duidelijk zijn mening verkondigt in toespraken, over de verhouding Noord-Zuid, over ontwikkelingsamenwerking, maar over de door hem gevreesde teloorgang van spiritualiteit in de westerse samenleving. Wat dat betreft is Claus zichzelf gebleven. Hij bracht een flink deel van zijn jeugd in Afrika door en voelde zich daar thuis. Dat verklaart wellicht zijn sceptische kijk op de westerse samenleving, met zijn zware accent op materiële welvaart en het denken in termen van utiliteit.

Door de jaren heen was Claus inventief genoeg om ruim aandacht te vragen voor zijn opvattingen. Het zal hem overigens telkens weer veel energie hebben gekost daarvoor binnen de bestaande beperkingen wegen te vinden. Welnu, te vrezen valt dat Claus die energie thans niet meer kan opbrengen. Dat is jammer voor de prijswinnaars, die beter hadden verdiend dan een terzijde geschoven toespraak. Jammer, ook dat zijn rijke gedachtengoed zo helemaal niet meer aan bod komt. Maar ontroerend en ontwapend was het wel.

mailIcon print |