Het zijn eentonige klaagzangen van alle tijden: Abraham Kuyper in 1869, Stefan Zweig in 1925 en een Kuyper-pastiche in 1999. Het handboek met raadgevingen voor de beginnende cultuurcriticus bevat vele hoofdstukken. Wat dacht u van de wereldstandaard hotelkamer? En de studenten-bio-industrie? Of de bio-industrie zelf. En Europa. En de plutocratie? En D 66? En de Autobahn? En het wereldgenootschap der verlichte journalisten? En Albert Heijn? De theoloog Sijbolt Noorda, voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, reageert op het opstel 'De monotonisering van de wereld' van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig. (letter & Geest, 24 juli) "Zweigs jeremiade vindt rust in het kleine geluk van het teruggetrokken bestaan waar men eigen meester is van het huismuseum van de geliefde cultuur."
Stefan Zweig, Die Monotonisierung der Welt. Een eentonige litanie. Het genre klaagzang, het thema ondergang van de cultuur. Treuren om de teloorgang van vroeger. Jeremiëren om een wereld die de verkeerde weg gaat. Waaraan deed het me onontkoombaar denken? Had iemand dat in Nederland in de vorige eeuw al niet net zo gedaan?
"Ligt juist in veelvormigheid het onloochenbaar kenmerk van een frisch en krachtig leven, door een jagen naar eenvormigheid zoekt onze eeuw haar vloek te verwezenlijken. ( ... ) Al luider gaat haar roepen uit, dat in onze moderne maatschappij, alles, hoe verscheiden ook van aard, naar de eenheid van het model versneden, naar een eenmaal gekozen figuur geknipt, in een eenmaal vastgestelden vorm moet worden versmolten en vergoten worden. Als die struikroover der oudheid is ze, van wie de mythe meldt, dat hij elk reiziger, dien hij opving, uitspande op een ijzeren bed, en wie te lang bleek, zooveel inkortte, wie te kort was, zoolang uitrekte, tot elk hunner juist en pasklaar aan de afmetingen van het ijzeren bed voldeed."
Eenvormigheid, de vloek van het moderne leven. In de Amsterdamse gehoorzaal Odéon hield de jonge predikant Abraham Kuyper op 22 april 1869 onder deze titel een tijdrede waarin hij in bloemrijke taal cultuurkritiek oefende. In de stedenbouw, de jeugdcultuur, de man- vrouw-verhoudingen, de kledingmode, het taalgebruik, de staatsinrichting, het onderwijs, de godsdienst en de internationale verhoudingen, overal zag Kuyper de hand van Procrustes, overal dezelfde trend: "alles moet gelijkgemaakt en vereffend worden en elke verscheidenheid weggeslepen".
Vroeger was er variatie, nu wordt alles geüniformeerd. Vroeger lokale afwisseling, nu eenvormigheid op wereldschaal. Kuyper en Zweig bejammeren dezelfde tendens. Een halve eeuw verschil maakt voor de teneur niet uit. En wie de voorbeelden vervangt en de taal moderniseert, kan op het stramien van de rede van Kuyper vandaag tegen het einde van de twintigste eeuw zonder veel moeite zijn klaagzang herhalen. Lees maar.
Door bedilzuchtige regelgeving, woonerfdrang, financieringsklem en fabrieksmatige productie zijn Nederlandse woonwijken op pas gemaakt voor Ikea, en alleen in het postcodeboek nog van elkaar te onderscheiden.
Op het ritme van dezelfde internationale muziekmodes, vatbaar voor een en hetzelfde merkenvirus, tegen het decor van dezelfde commerciële radiostijlen en tv-stations is de jeugdcultuur van een Italiaans dorp een kopie van Los Angeles en evengoed in Amsterdam te ondergaan.
Vrouwen pleiten voor vrouwelijker mannen en mannelijker vrouwen, en klagen dan om het gebrek aan echte mannen.
Spijkerbroek en T-shirt zijn overal ter wereld de dagelijkse kleding. Het Parijs van de haute couture van vroeger gaat nu incognito als Milaan, Londen, New York, Tokio of Jakarta.
Er is geen land ter wereld waar het Amerikaans-Engels niet wordt gebruikt. Het degradeert trotse taalculturen tot provincies en wordt tegelijk als blijk van beschaving gezocht en bewonderd.
De hypocriete plutocratie die in Noord-Amerika voor democratie doorgaat, wordt vrijwel iedereen als ideale maat gepresenteerd, en verheerlijkt en naar het schijnt aanvaard.
Als in de Angelsaksische wereld het falen van het lager- en middelbaar onderwijs wordt toegedekt door te pronken met de op de wereldmarkt voor veel geld ingekochte successen van enkele tientallen topuniversiteiten, erodeert overal elders binnen enkele generaties de deugdelijkheid van het algemene onderwijs met een graagte als ging om de vooruitgang zelve en tracht men vervolgens, naar het Amerikaans-Engelse model, het elitaire hoger onderwijs van overzee te imiteren.
Jodendom en christendom worden tot een cultureel randverschijnsel gebagatelliseerd door de curieuze samenloop van een centralistische pausenkerk die van het christelijk geloof een uit de Middeleeuwen overgebleven hobby maakt in de categorie oude ambachten, een joodse orthodoxie die de woestijn en haar gebruiken niet als metafoor maar als hedendaagse werkelijkheid opvat en het wereldgenootschap der verlichte journalisten, sociologen en jeugdtraumaschrijvers, dat alle religieuze interesse als residu van onverwerkt verleden bij het grof vuil zet.
En ten slotte, zo zou een hedendaagse Kuyper zijn voorman nazeggen, "nog van vaderland te spreken is niets dan een overblijfsel van vroegere bekrompenheid. Niet burgers van ons vaderland, maar wereldburgers moeten we allen zoeken te worden, zoo we volleerde kinderen onzer eeuw willen zijn. Niet genoeg is het dat de slagboomen der volkeren vallen en de scheidsmuren der natiën worden gesloopt - neen ook de grenzen der volkeren moeten uitgewischt (...) tot het op den ganschen aardbodem al meer éénerlei volk en éénerlei sprake worde: één groote wereldstad, waarin noord noch zuid, waarin oost noch west meer zal gekend worden, en dáárom alle leven zoo gelijk zal zijn, omdat het een eenparige gelijkenis vertoonen zal met de eenvormige trekken van den dood."
Abraham Kuyper in 1869, Stefan Zweig in 1925 en een Kuyper-pastiche in 1999. Dit soort boutades is kennelijk van alle tijden. En de lijst thema's eindeloos.
Wat dacht u van de wereldstandaard hotelkamer? Nooit gedacht dat de invloed van de blindenbonden zo groot zou zijn dat men vandaag de dag er overal op de tast zijn bed of bad kan vinden.
Of het standaard Autobahn/ motorway/ autoroute-restaurant? Geen ogenblik van aarzeling hoeft de sufgestuurde automobilist van zijn zelfbediende snacks en drinks af te houden.
En wat te denken van de gelijkschakeling van de dagen van de week? Wie zou D 66 niet loven tot lang na zijn definitieve verdwijning voor de beschavingswinst van zeven dagen winkelen?
Of neem de onbedwingbare imitatiezucht van de televisiestations. Met belastinggeld betaald of niet, reclamemaken moet kennelijk overal en altijd, ook al is het effect dat commerciële stations te arm zijn om uit handen te blijven van internationale conglomeraten zodat ze de consument niet kleinschalig variatie kunnen bieden en de publieke te zeer gelijkgeschakeld worden om hun onafhankelijke rol te vervullen.
Herinnert u zich nog de manmoedige pogingen van minister Ritzen om van het hoger onderwijs in Nederland een studenten-bio-industrie te maken? Prestatiebeurzen voor goed geplande groepen afgestudeerden van wie de kosten en de afleveringstermijnen tevoren zouden vaststaan.
Of de bio-industrie zelf. En Europa. En de globalisering. En de technologische zegeningen.
Het handboek met raadgevingen voor de beginnende cultuurcriticus bevat ook nog hoofdstukken over de gezondheidszorg, de alleenstaanden- cultuur en de nieuwe wereld van de troisième age.
En dan heb ik de eerste drie nog overgeslagen, over de bedrieglijke beloften van de economie van de markt, over het liberalisme van de nieuwe sociaal-democratie en het sociale geweten van de liberalen, en over de ver doorgeschoten macht van het rechtsgelijkheid pretenderende juridische systeem.
Het aanstekelijke ritme van de litanie, de herkenbaarheid van de waarnemingen, de aangename suggestie dat er tenminste iemand de ogen openhoudt en ziet dat de wereld op een dwaalweg gaat, ze betoveren de lezer-luisteraar met groot gemak. En zouden bijna doen vergeten dat de klaagzangen wel heel eenzijdig en vooringenomen zijn, dat de cultuurcriticus het met zichzelf en zijn eigen culturele voorkeuren wel heel bijzonder getroffen heeft. Van wikken en wegen, voordelen en bezwaren vergelijken, beweringen toetsen en waarnemingen testen is niet of nauwelijks sprake.
Neem nu Kuypers lofzang op het vaderland. Bedenk dat zijn overgrootvader uit Letland kwam, een van zijn grootmoeders Duitse was, en zijn moeder van Zwitserse komaf. En hoor dan nog eens zijn veroordeling van de geest der eeuw die wil dat "(we) niet burgers van ons vaderland, maar wereldburgers moeten (...) zoeken te worden, zoo we volleerde kinderen onzer eeuw willen zijn".
Of hoor zijn klacht over de moderne mens die niet langer genoeg heeft aan de eigen omgeving, de vertrouwde gebruiken en gewoonten, en in plaats van het oude ambacht mechanische hulpmiddelen verkiest. En bedenk dat Kuyper een toerist avant la lettre was, een geestdriftig bergwandelaar, die als eerste Nederlandse minister schrijfmachines op zijn departement introduceerde.
Zijn pleidooi voor een christelijk-historisch réveil, een herbezinning op het vaderlands erfgoed, mag zich dan welsprekend verzetten tegen de eenvormigheid van de Franse en de industriële revolutie, hij pleit niet voor pluralisme, maar voor een nieuwe, andere godsdienstig vaderlandse eenheid. Het protest tegen eenvormigheid is in feite niet meer en niet minder dan een retorische figuur , een overtuigingsstrategie die door bewuste eenzijdigheid en overdrijving andere cultuurvisies wil diskwalificeren.
Ook de cultuurkritiek van Zweig en die van Kuypers imitator van vandaag lijden aan hetzelfde euvel van eenzijdige waarneming, vooringenomen conclusies en afwezige verificatie. Vanuit het standpunt van de hoogburgerlijke elite is de monotonie al snel een aantasting van de goede smaak. Hoeveel aangenamer is het om met één procent van de bevolking buitenlandse reizen te maken dan met half Nederland bij de grensovergangen in de file te staan of op Schiphol de vertragingen te tellen.
Wat voor baat heeft de intellectueel die zich bij voorkeur met zijn lectuur in alle rust afzondert, bij massale pretparken.
Wie zich niet in de jeugdcultuur verdiept kan onmogelijk enige notie hebben van de variëteit aan subculturen en groepsvormen die zich daadwerkelijk voordoen.
Als men de cultuur ziet ondergaan wanneer negentiende-eeuwse zuilen afbrokkelen, heeft men geen oog voor nieuwe sociaal-culturele schakeringen.
Drang naar uniformiteit en zucht naar onderscheiding. Het is in feite beide waar.
Het wereldwijde verkeer van mensen, diensten en goederen leidt zonder twijfel tot gelijkschakeling en vereenvoudiging. Maar tegelijkertijd wordt intensieve lokale samenwerking en concentratie een concurrentievoordeel.
Als iedereen Engels spreekt, heeft degene die de Italiaan in het Italiaans of de Chinees in het Chinees aanspreekt, meer dan een streepje voor.
Terwijl men zich in Europa beklaagt over het grenzeloze consumentisme dat uit de VS is komen overwaaien, bestaan daar al jaren steeds krachtiger bewegingen die soberheid en duurzaamheid in het vaandel hebben.
Wanneer de klanten nog niet zo ontevreden zijn over de uniformiteit van Albert Heijn en Ikea, studeren strategen van deze bedrijven al op een toekomst wanneer de klanten een persoonlijke benadering en gedifferentieerde producten wensen.
Als de universiteit niet enkele tientallen, maar honderden hoogleraren in dienst heeft, is voor de ingewijden snel genoeg duidelijk dat de ene hoogleraar de andere niet is. Wie religiositeit meet in dogmatische termen en aan kerks gedrag van vijftig jaar geleden zal vandaag de dag beslist een sterke terugloop vaststellen. Maar wie op zoek gaat naar de spirituele kwaliteit en de geestelijke integriteit van huidige generaties, komt tot heel andere bevindingen.
Hoe komt het dat de ene socioloog slijtage van het gezinsverband en een ander op onderling respect gebaseerde volwassen familieverhoudingen waarneemt, waarin het generatieconflict aanzienlijk minder schaadt dan vroeger?
Wie met oude maten nieuwe toestanden meet ziet vooral de teloorgang. Wie oog heeft voor vernieuwing, ziet in nieuwe vormen oude motieven terug.
Klaagzangen over de deugden van vroeger en de oppervlakkigheid van heden zijn uit de aard der zaak eentonig. Ze zijn weinig origineel, maar kennelijk aantrekkelijk, want van alle tijden. Wat niet wil zeggen dat het oogmerk van de klaagzangers steeds hetzelfde is. Zie Kuyper en Zweig. Zweigs eentonige klaagzang loopt uit op stil zelfbeklag van wie zich verdwaald voelt in een vreemde wereld. Kuypers litanie is een gelegenheidsstuk. Hij is niet verdwaald in de negentiende eeuw, integendeel, hij is er volledig thuis met zijn mengeling van romantiek en geloof in een nieuwe tijd. Hij klaagt voorzover het hem uitkomt, als decor voor zijn eigen program van godsdienstige en maatschappelijke vernieuwing, maar het klagen is het einde niet. Hij wil een nieuw begin en werft daar aanhang voor. Zweigs oogmerk is een ander. Zijn jeremiade vindt rust in het kleine geluk van het teruggetrokken bestaan waar men eigen meester is van het huismuseum van de geliefde cultuur. Het is de droom, zo u wilt de pose van de schatbewaarder van de beschaving. Een geluk bij een ongeluk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.