AMSTERDAM - Het bleef woensdagavond zeker vijf seconden stil toen het vioolconcert van Alban Berg uitgeklonken was. Niemand waagde het te hoesten, wat heden ten dage ongekend is in het Amsterdams Concertgebouw; men breekt het liefst al tijdens de slotmaten in gerochel los.
Niemand ook begon gelijk te klappen; deze macht der gewoonte bleek volkomen ontregeld door de intensiteit van de voordracht door violist Frank Peter Zimmermann, dirigent Riccardo Chailly en het Koninklijk Concertgebouworkest. Er volgde na die stilte een lang en waarderend applaus. Bergs vioolconcert werd aanvaard alsof het publiek een Tsjaikovski genoten had.
Sterker: Zimmermann speelde Berg alsof het een romantisch concert is; hij vulde de noten met warmte en innigheid die ontroering opwekte tussen de luisterende oren. En daar ging het Berg om toen hij boven zijn vioolconcert schreef: 'Dem Andenken eines Engels' ter nagedachtenis aan een gestorven dochter van vrienden. Serafijns verfijnd zette Zimmermann het viertoons-openingsmotief op in aansluiting op eenzelfde motief waarmee de klarinetten het Andenken beginnen.
Dit werd het uitgangspunt voor een vertolking die de uitzonderlijke klasse van Zimmermann demonstreerde; hij behoort tot de generatie solisten die de twintigste-eeuwse literatuur heeft leren doorgronden en er nu net zo makkelijk en intens mee om gaat als met de paradepaarden uit de romantiek. Bij dat tijdperk sluit Berg overigens aan. “In het vioolconcert wordt een uitzonderlijk evenwicht bereikt tussen de twee systemen - tonaliteit en twaalftoonstechniek -, die gewoonlijk op min of meer gespannen voet staan met elkaar”, aldus de concerttoelichting. Precies in dat evenwicht musiceerde Zimmermann.
Schilder
Hij had niet zo prachig kunnen spelen indien dirigent en het orkest niet vanuit eenzelfde gemak en geest hadden gewerkt. Chailly maakte voor mij voor het eerst hoorbaar hoe Berg (vooral in het andante) klankkleuren over elkaar legde als een schilder dat met flinterdunne lagen verf doet. De krachtige ontladingen als uitslaande rouw om het gestorven meisje, de 'vertellende' koraalmotieven als meditatieve elementen en de dansante blijheid in de portretschetsen, werden onder een spannende boog gevangen met detaillerend directiegebaar.
Hoe sterk Chailly en Concertgebouworkest in elkaar gegroeid zijn, hoe strak het ensemble in zijn klank zit en de ritmische precisie er een stralend effect aan verleent, bleek uit de voordracht van Bruckners negende symfonie. Precies dezelfde programma-combinatie werd ook in een vorig seizoen al eens opgedist; de herhaling nu geschiedde als voorbereiding op de komende tournee naar zes steden in Canada en de VS, onder andere New York (drie concerten) en Chicago, in februari.
Stravinsky's 'Petroesjka' en Tsjaikovski's vioolconcert met Maxim Vengerov als solist worden vanavond en zondagmiddag warmgedraaid voor vier gastoptredens op Tenerife (waaraan ook Maria Joao Pires deelneemt in Mozart KV 466, gecombineerd met Mahler 5). Dan volgen op 4 en 5 februari nog uitvoeringen van Rachmaninovs derde pianoconcert met Arcadi Volodos, een warming up voor New York en Chicago. Kleine oneffenheden in de majesteitelijke Bruckner-uitvoering (een komische noot te veel in de trombones en een vorstelijk valse groep Wagner-hoorns) zullen dan weggepoetst zijn. New York, here they come!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.