*

 
dossier

Archief

Open brief van God aan Antoine Bodar

L. LAEYENDECKER − 20/03/97, 00:00

Deze brief vond de katholieke godsdienstsocioloog L. Laeyendecker in het elektronisch postvak waarin hij per abuis terecht was gekomen. Welk weet hij niet meer. Omdat het om een Open Brief ging, heeft hij hem geprint en doorgestuurd naar Trouw.

Toen ik de eerste alinea's gelezen had, besloot ik bij mijn dienaar Augustinus langs te gaan. Hij woont hier niet ver van het centrum. Wij spreken wel eens over tijd en eeuwigheid. Hij schreef daarover in zijn boek Belijdenissen. Dat ken je natuurlijk. Ik zou hem vertellen dat er weer iemand is die zijn stijl probeert te imiteren. Dat is al heel vaak mislukt en toen ik je brief uit had, bleek dat ook nu weer het geval te zijn. Daarom zal ik hem toch maar niet in zijn overpeinzingen storen.

Die mislukking blijkt niet eens zozeer uit de stijl. Maar weet je, als Augustinus het over zijn fouten had, bleef hij niet in abstracties steken. Hij vermeldde ze met naam en toenaam, al overdreef hij zijn jeugdzonden wel een beetje. Weliswaar spreek je in het begin over trouweloosheid maar dan gebruik je een meervoudsvorm: ons mensen. Als je in de ikvorm spreekt, zeg je wel voortdurend dat je op alle mogelijke manieren tekort schiet, maar je wordt nergens concreet. Kon je er eventjes niet opkomen? Begrijp me goed; voor mij hoef je dat in een open brief niet te doen, maar waarom dan wel die vage algemeenheden?

Opvallend is echter dat je wel concreet wordt als het over positieve eigenschappen gaat. Je bent vroom; daarover spreek ik nu niet. Je bent terwille van de zaak stellig. Dat beaam ik zonder aarzelen. En je bent niet zonder humor. Zei je humor, Antoine? Heb ik misschien iets gemist? Daar bedoel je toch niet de loodzware ernst mee die mij voortdurend uit jouw stukken tegemoet galmt?

Toen je begon over je bezoek aan het boekenbal herinnerde ik mij dat Augustinus spijt betuigde over zijn bezoeken aan de theaters. Jij zegt alleen dat je je geërgerd hebt. Dat kan ik me goed voorstellen, maar waarom ging je er eigenlijk heen? Toch niet om mij te vinden, hoop ik. Misschien denk je dat schrijvers - je laatste boek heb ik overigens nog niet gezien - daar niet mogen ontbreken. Dat is een vergissing, vindt een gerenommeerd schrijver als Marcel Möring, en daarvoor valt veel te zeggen. Maar misschien gold voor jou de reden waarover Augustinus ook al schreef: mensen gaan erheen om gezien te worden. Je kwam dan ook in een flits op de tv, gehuld in het zwarte pak met witte boord, onderscheidingstekenen die vooral werden ingevoerd om de aparte status van de dienaren Gods te beklemtonen. Daaraan houd je klaarblijkelijk graag vast. Je zei natuurlijk ook iets in een microfoon. Is het zo, Antoine, dat waar twee of drie microfoons aanwezig zijn, jij in hun midden wilt vertoeven?

Of ging je er misschien heen om nog eens kritisch over dergelijke zaken te kunnen uitpakken. Men moet er immers geweest zijn om erover te kunnen oordelen? Nu goed, maar is er dan een brief met zoveel vrome aanroepingen nodig om die kritiek te presenteren? Schaar je je daarmee misschien in het gezelschap van al die uitgevers die mij gebruiken om hun verkoopcijfers op te vijzelen? Weet je, Antoine, ik houd er niet van als alibi gebruikt te worden.

Wat trouwens die kritiek betreft, die had wel wat doordachter en coherenter gekund. Je vertoeft soms liever onder heidenen - het woord is van jou - dan onder christenen. Heidenen mogen stellig zijn, christenen ook, als ze het tenminste met jou eens zijn, maar christenen met een afwijkende mening mogen niet stellig zijn. Wat een logica. En christenen die het met jou nièt eens zijn, moeten het ontgelden. Je doelt vooral op een groepering die zich, zoals je schrijft, in naam met een gedicht van Gorter verbindt. Wat dat ermee te maken heeft, was mij niet direct duidelijk. Maar misschien dacht je dat je via de omweg van de literaire associatie: boekenbal, schrijvers, de dichter Gorter, zijn gedicht Mei, nog eens je gal kon spuwen over de Acht Mei beweging. Het boekenbal alleen bood daarvoor geen enkele aanleiding. Waar eruditie al niet toe moet dienen.

Wat heb je toch tegen die groep? Zij willen Christus en Zijn kerk naar hun hand zetten, schrijf je. Dat verwijt heb ik vaker gehoord. Het heeft in de loop der eeuwen vrijwel iedereen getroffen die zich hervorming van de kerk ten doel stelde. Waarom ben je er eigenlijk zo zeker van dat de huidige gestalte van de rooms-katholieke kerk geheel naar mijn zin is? Je bent daar humorloos stellig over maar je zegt er ter verontschuldiging wel bij dat ik jouw stelligheid ben. Wil je mij dan voor jouw karretje spannen, Antoine? En als ik dat niet wil, moet ik maar voor een tongverlamming zorgen? Is dat soms een uitdaging?

Voor Renate Dorrestein heb je geen goed woord over. Haar Boekenweekgeschenk is het eerste en vooralsnog het laatste wat je van haar gelezen hebt. Nu zal Renate daar niet wakker van liggen. Ik ook niet trouwens. Maar waarom neem je haar die boektitel zo kwalijk? Is elke combinatie van woorden die met een geheiligd gebruik verbonden is, alleen om die reden taboe geworden? Mag men er een andere betekenis aan geven die mensen wellicht aan het denken kan zetten? Dat gebeurt in haar boekje toch op een fatsoenlijke manier. Ben je altijd zo kleinzerig, Antoine?

En dan Ter Linden. In de aan hem gewijde alinea komt heel wat agressie los; je noemt zijn naam niet eens. Verder dan: de dominee die ... kom je niet. Misschien is zijn woordkeus niet overal even gelukkig. Maar heb je nooit bedacht dat zijn boek een hervertelling van de bijbel is voor mensen die het contact ermee allang zijn kwijtgeraakt? Die weten weinig over wat er met die verhalen bedoeld kan zijn maar worden daarin misschien toch iets gewaar van Gods bedoelingen met de mensen. Die zijn, Mij zij dank, niet allemaal zo zeker als jij, Antoine. Ze zouden van jouw erudiete toespraken, vol met verwijzingen naar de rijkdom van de christelijke traditie, geen jota begrijpen, terwijl ze toch niet tevreden zijn met de platheid van de huidige samenleving. Zulke mensen zijn er heus, ze zitten alleen niet op jouw golflengte. Behoor jij tot degenen die menen dat iedereen de taal moet verstaan waaraan zij gewend zijn geraakt? Maarten heeft daar ook zo'n last van. De eigen biografie wordt tot maatstaf verheven.

Weet je dat een van de 'heidenen' jou graag als paus zou zien? Ik las het in Trouw. Hij vond dat jouw stelligheid zou bijdragen aan de helderheid van het intellectuele debat. Alsof het in het evangelie daarom zou gaan. Nu bemoei ik me lang niet altijd met pauskeuzes, Antoine; men schuift mij al veel te veel in de schoenen. Maar ik hoop oprecht dat je die gedachte in je geest geen wortel laat schieten. Als ik je daarbij kan helpen, graag.

mailIcon print |