Volgende week woensdag, 11 februari, gaat burgemeester H. Zomerdijk op bezoek bij Henkie in de justitiële jeugdinrichting in Harreveld. Met een dikke reep chocolade of zo, misschien een bos bloemen, een CD-tje? Wat geef je een jongen die 21 wordt?
Lange tijd zag het er naar uit dat de elfde februari een ramp voor Ochten zou worden. Henk, veroordeeld voor ontucht, zou worden vrijgelaten uit zijn tot dan gedwongen behandeling. Maar hij heeft na alle commotie zelf ingestemd met verdere therapie, ook na zijn verjaardag. En vooral met dat inzicht wil Zomerdijk Henk feliciteren.
De burgemeester is niet zozeer tevreden over het feit dat Henk voorlopig uit Ochten wegblijft, vooral zijn eigen keus voor behandeling is voor Zomerdijk belangrijk.
“Uiteindelijk hebben al die intensieve gesprekken dan toch wat opgeleverd.” Henk is zelf gaan inzien dat het niet goed is terug te keren; hij houdt er zelfs bewust rekening mee dat hij misschien wel nooit meer een voet in het Betuwse dorp aan de Waal kan zetten. “Hij is gaan beseffen dat ook hij baat heeft bij een voortzetting van de behandeling omdat hij dan ooit, stapje voor stapje, voorgoed kan terugkeren in de maatschappij.”
Zomerdijk is de afgelopen maanden de spil geweest in de gesprekken, onderhandelingen en rechterlijke procedures rond Henkie uit de Bomenbuurt, de jongen die vastzat voor langdurige en gewelddadige ontucht met diverse kinderen uit Ochten. Henk dreigde vrij te komen vanwege een gat in de wet: jeugd-TBS waartoe hij was veroordeeld wordt nu eenmaal op het 21e jaar beëindigd, of de veroordeelde nu is uitbehandeld of niet.
“De ontuchtzaak van Ochten heeft op de schrijnendste wijze de tekortkomingen in de behandeling van jongens als Henk in inrichtingen naar boven gebracht en tegelijkertijd de hiaten in de wetgeving”, zegt Zomerdijk vermoeid in zijn kamer.
Hij zegt dat hij in maanden, jaren ouder is geworden. De dreigende watersnood - precies drie jaar geleden - en de door hem geleide noodevacuatie heeft veel van hem gevraagd, maar deze zaak heeft Zomerdijk vooral emotioneel zeer aangegrepen. “Hij heeft me beslist niet onberoerd gelaten. Ik neem niet gauw problemen mee naar bed, maar ik heb me er dit keer op betrapt dat ik dit geregeld wél deed. Ik lag wakker van Henk.”
Zomerdijk vond dat hij als burgemeester nadrukkelijk een taak had bij het aanpakken van het probleem dat op Ochten afkwam. Als burgemeester kende hij de slachtoffertjes en hun ouders, had hij contact met de ouders van Henk, was op de hoogte van de gevoelens in de Ochtense gemeenschap en wist hij weg in het woud van instanties dat bij Henks behandeling en eventuele vrijlating betrokken was. Daarbij komt: als burgemeester is hij een bindende factor en juist in deze ontuchtzaak was het zo belangrijk polarisatie te voorkomen en met Ochten als gemeenschap naar een oplossing te zoeken.
Daarom zocht Zomerdijk in december contact met de ouders van de slachtoffers om Henks op handen zijnde vrijlating te bespreken. Daarvoor had hij al van de officier van justitie te horen gekregen dat de wet geen mogelijkheden bood Henks behandeling te verlengen.
“Ik wilde met ze bespreken wat te doen. En dan zit je met mensen aan tafel die zó emotioneel zijn. Heel begrijpelijk. Als je die verhalen hoort, besef je pas weer hoeveel schade Henk heeft aangericht. Kinderen die langzaam maar zeker waren genezen, werden opeens weer ziek. Ze begonnen direct in bed te plassen, vielen terug in hun oude patroon. En hun ouders zagen de hele film weer voor zich.”
Ze vroegen Zomerdijk: 'Burgemeester, kunnen we nu echt niets doen? Is er nou geen enkele mogelijkheid? Hij kan het toch zo wéér doen?' “En leg dan maar eens uit dat er in het volwassen-strafrecht legio mogelijkheden zijn, maar je in jeugd-strafrecht met lege handen staat.”
“Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk gevoel voor die ouders op te brengen, me te verplaatsen in hun situatie, getracht te beleven wat zij beleven. Maar ik heb ook gedacht aan Henk en zijn ouders, die hun zwakbegaafde kind bij zich willen hebben. Hoeveel begrip ik ook voor de slachtoffers heb, na het horen van al die gruwelijke details: toch heb ik geen partij willen trekken.” Zomerdijk was er voor de slachtoffers, maar ook voor de dader. “Dit heeft ontzettend veel van me gevraagd, ik heb op eieren gelopen. Maar wie had zich er anders mee kunnen bemoeien? Ik ben burgemeester van Ochten.”
Zomerdijk gaf zelf het advies van de officier van justitie door aan de ouders dat alleen een kort geding, waarin een straat- en contactverbod werd geëist, Henk uit Ochten weg kon houden.
Tegelijkertijd voerde hij gesprekken met Henks ouders. En hield hij rekening met de optie dat Henk inderdaad zou terugkeren naar zijn ouderlijke woning. Een buddy-project, waarin Henk 24 uur per dag in de gaten zou worden gehouden, moest voorkomen dat hij zich weer aan kinderen zou vergrijpen, had Zomerdijk al bedacht.
De ouders van de slachtoffers spanden uiteindelijk een kort geding aan, terwijl Zomerdijk onder de druk van de tijd nog intensiever met Henks ouders in gesprek ging.
“Ik moet zeggen dat ik heel sterk de neiging heb gehad het voor hen op te nemen en me krachtig heb verzet tegen het beeld dat ook zij daders zijn met enige vorm van schuld. Zij hebben helemaal niets gedaan. Henks ouders zagen het als straf te moeten verhuizen. Ik heb een keer aangeboden dat ik wilde bemiddelen bij het zoeken van een andere woning. Maar op het moment dat zij aangaven in Ochten te willen blijven, had ik dat te respecteren.”
Er is inmiddels een vertrouwensband ontstaan tussen Zomerdijk en het gezin waaruit Henk komt. “Er zijn zoveel persoonlijke gesprekken geweest. Ik heb ze ook gezegd: als jullie met vragen zitten, kun je me altijd bellen. Ze hebben het nummer van mijn 06. En ze béllen ook regelmatig. Ook Henk, hij heeft geen enkele schroom. Hij zit soms met vragen. Vooral hij heeft grote behoefte het precíes te weten.”
Met de uiteindelijke toezegging van Henk dat hij zich ook na zijn verjaardag vrijwillig zou laten behandelen, ging Zomerdijk vorige week met een gerust gevoel het weekeinde in. Het kort geding op dinsdag zou feitelijk mosterd na de maaltijd zijn, Henk had immers zelf besloten niet terug te keren.
Maar er volgde nog een stormpje. Het ministerie liet zondag weten Henk alsnog gedwongen te willen opnemen via de wet Bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ), waarvan alle instanties tot dat moment hadden gezegd dat Henk daarvoor niet in aanmerking kon komen.
“Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de BOPZ geen mogelijkheid is, omdat deze primair is bedoeld voor mensen in psychische noodsituaties, die thuis de boel kort en klein slaan en een acuut gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen. Bij Henk praat je over een dreigend gevaar van recidive en dat is toch écht iets anders. Het ministerie heeft de criteria opeens fors opgerekt.”
Maar wat Zomerdijk erger vindt: “De tere afspraak dat Henk zich vrijwillig zou laten behandelen, kwam opeens onder druk. Hij belde mij op met de vraag hoe dat zat. Waarom hij nu toch werd verplicht. En daarna belde zijn ouders. En daarna zijn advocaat. Ik, als burgemeester, als spil in de onderhandelingen, wist van niets! Ik was volstrekt buiten deze actie van het ministerie gehouden. Maar ik ben wel de hele maandag bezig geweest brandjes te blussen.”
De burgemeester is blij met het vonnis van de rechtbankpresident, die naast het opleggen een contact-verbod, ruimte bood voor incidentele bezoekjes van Henk aan zijn ouders. “Ik ben blij dat de rechter ook rekening heeft gehouden met de wens van Henks ouders. Hij heeft ingezien dat zij hem ook wel weer eens aan keer op verjaardagsvisite willen hebben. Ik heb de ouders dat ook proberen te vertellen en ook zij zien dat intussen in.”
Henk leeft voorlopig verder in Harreveld, zijn slachtoffers in Ochten, zijn ouders in de Bomenbuurt. Iedereen wordt professioneel begeleid, maar Henks ouders vooral door dorpsgenoten. De wijkouderlingen van de hervormde gemeente, waartoe ook slachtoffers behoren, hebben zich nadrukkelijk om het echtpaar bekommerd.
Zomerdijk: “Er is wat gebeurd in de Ochtense samenleving. Op deze momenten blijkt deze socialer dan menigeen denkt. Er is medelijden ontstaan met de mensen die aanvankelijk zijn veroordeeld omdat hun zoon iets heeft gedaan. En ik heb het gevoel dat ze hier niet met de nek worden aangekeken. Er heerst medeleven, ik weet ook niet precies waardoor dat komt.”
Misschien komt dit wel door de burgemeester.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.