Van onze kunstredactie UTRECHT - Zowel in 1961 als in 1993 stond 31 procent van de ondervraagde concertgangers bij symfonische concerten in Utrecht negatief tegenover moderne muziek. Het percentage positief ingestelden bleek in 1993 gedaald, het percentage onverschilligen in corresponderende mate gestegen.
Dit is een van de conclusies uit een onderzoek dat Boekmanstudies (stichting voor onderzoek naar kunst, cultuur en beleid) hield onder het publiek van Muziekcentrum Vredenburg. De vragenlijst kwam overeen met die van een onderzoek dat onder eveneens 500 bezoekers van de toenmalige concertzaal Tivoli werd gehouden in 1961.
De uitkomsten werden in 1962 gepubliceerd als 'Het Gehoor Gehoord' in wat als een spraakmakend rapport werd betiteld. De onderzoekers van toen, Hugo de Jager en Wim Zweers, werkten in 1993 mee als leden van de begeleidingscommissie.
In de uitvoerige ondervraging was zowel plaats voor de kerkelijkheid als voor de mobiliteit van de concertgangers. Was in 1961 22 procent katholiek, in 1993 bekende 19 procent van de muziekconsumenten zich zo. De nederlands hervormden halveerden zich in 'het luisterpeloton', zoals nu de titel luidt van het boekwerkje, samengesteld door Cas Smithuijsen. Opvallend was de toename van concertgangers zonder kerkelijke binding: van 27 naar 52 procent.
Op de vraag naar gebruikt vervoermiddel om in de concertzaal te komen bleken in 1961 'lopen' en 'de fiets' met 22 en 25 procent in de hoogste score te vallen, gelijk met auto (22) en bus (23). In 1993 bleken lopers en fietsers tot minderheden met 4 en 9 procent gereduceerd, komt nog steeds een kwart met de bus, maar gaat liefst 46 procent met de auto. Het gebruik van de trein steeg behoorlijk van 2 naar maar liefst 18 procent .
Het publiek is flink ouder geworden: in 1961 was 40 procent ouder dan 50 jaar. In 1993 groeide dat aandeel naar 58 procent. Destijds was 23 procent jonger dan 30 jaar: in 1993 bleek dat nog maar 6 procent. Die jongeren staan minder positief tegenover moderne muziek: 52 procent in 1993 tegenover 58 procent destijds. 'Negatief, afwijzend' was in 1961 26 procent , tegen 18 in 1993, maar de 'onverschilligheid' groeide fors: van 16 naar 30 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.