Achttien jaar is niet alleen de magische grens voor autorijden en stemmen, maar ook voor het schaatsen van de tweehonderd kilometerlange Elfstedentocht. De 16-jarige Martijn Kromkamp had best, net als zijn vader, de bekende marathonschaatser Jan Eise Kromkamp, vandaag willen meedoen. “Wie wil dat niet? Maar ja, het mag nu eenmaal niet”, zegt hij berustend.
Martijn traint iedere week twee keer in Heerenveen op ijsbaan Thialf. “Je moet wel, anders kun je niet winnen.” Eigenlijk vindt hij schaatsen op de indoorbaan leuker dan op natuurijs “Binnen is het lang zo koud niet en is het ijs mooier. Mijn vader zegt dan dat ik mij niet zo moet aanstellen” Toch is niet indoorkampioen Rintje Ritsma zijn grote voorbeeld, maar zijn vader, tweede op de Nederlandse Kampioenschappen op natuurijs in 1992. Dit jaar reed Martijn zijn eerste marathonwedstrijden. Hij werd in zijn categorie twee keer tweede en een keer derde. “Volgens mij ben ik de jongste in het peleton.”
De laatste Elfstedentocht werd elf jaar geleden in 1986 gereden. Voor veel kanshebbers is het vandaag dan ook de eerste keer dat ze de Tocht der tochten rijden.
De 26-jarige Hulzebosch, grootste favoriet voor de eindoverwinning, heeft al wel een Elfstedenkruisje thuis liggen. Hij finishte in 1985 op 14-jarige leeftijd op de Leeuwarder Bonkevaart. Het was ook toeval dat hij op zo'n jonge leeftijd de tocht kon rijden.
Een van zijn drie broers werd opgeroepen voor een militaire oefening en Hulzebosch pikte zijn startbewijs in. Onder de naam van zijn broer reed hij als toerrijder in ongeveer elf uur de elf steden af. Vier uur langzamer dan winaar Evert van Benthem. “Het was een lange wedstrijd”, herinnert Hulzebosch zich. “Toen trainde ik haast nooit. Nu vind ik tweehonderd kilometer niet zo gek ver meer.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.